Mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond komen moeilijker aan een stageplek

Minister Van Engelshoven van Onderwijs spreekt over een “onaanvaardbare situatie” en komt met maatregelen.

Koning Willem-Alexander opende maandag het nieuwe studiejaar van het mbo op het ROC Tilburg. Foto Robin Utrecht/ANP

Nederlandse mbo-studenten met een migratieachtergrond komen minder makkelijk aan een stageplek. Dat blijkt uit onderzoek dat minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) dinsdagochtend naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bewindsvrouw heeft maatregelen aangekondigd.

Ongeveer een kwart van de studenten met een niet-westerse migratieachtergrond moet minstens vier keer solliciteren om een stageplek te vinden, blijkt uit gegevens van Research Centre for Education and the Labour Market. Zo’n stage is nodig om een mbo-studie af te ronden. Slechts circa een op de tien autochtone mbo-studenten hoeft zo vaak te solliciteren.

Autochtonen vinden ook in 68 procent van de gevallen na één keer solliciteren een stageplek. Voor studenten met een niet-westerse migratieachtergrond ligt dit percentage op 48 procent.

‘Onaanvaardbaar’

Volgens minister Van Engelshoven, die ook emancipatie in haar takenpakket heeft, gaat het “vaak om (onbewuste) discriminatie van veelal meisjes met een hoofddoek en jongeren waarvan de werkgevers het vooroordeel hebben dat ze ‘risicovol’ zijn”. Ze spreekt over “een onaanvaardbare situatie”:

“Ik ben benieuwd of werkgevers beseffen wat ze aanrichten. Want je knakt een droom, je beschadigt bij mensen het gevoel dat er plaats voor ze is in de maatschappij, én je ondermijnt het beeld van een rechtvaardige samenleving.”

Heb je een Arabische naam? Dan heb je minder kans op een baan, blijkt opnieuw uit onderzoek. Dit kunnen werkgevers doen

De minister stelt in een Kamerbrief drie maatregelen voor die stagediscriminatie terug moeten dringen. Zo wil de bewindsvrouw het contact tussen scholen en bedrijven verbeteren middels “honderden bedrijfsbezoeken”. Ook krijgen HR-afdelingen training in “selecteren zonder vooroordelen”.

Tot slot wordt de naamsbekendheid van het meldpunt Stagediscriminatie vergroot middels een landelijke campagne. Door onbekendheid met het meldpunt is het aantal meldingen volgens de minister gering: slechts zeventien, tussen 1 juli 2017 en 30 juni 2018. In één geval werd na een melding de status van een leerbedrijf ingetrokken.

‘Te kort door de bocht’

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland ontkennen “zeker niet” dat discriminatie ook onder werkgevers voorkomt. Tegelijkertijd vinden ze dat de conclusie van Van Engelshoven te kort door de bocht is. Andere factoren dan discriminatie spelen volgens hen ook een rol.

Jongeren met een niet-westerse achtergrond kiezen volgens de ondernemersorganisaties vaker voor studies, zoals economisch-administratieve opleidingen, met een minder goed arbeidsperspectief. Dat leidt tot een kleiner aanbod van stageplekken. Ook missen deze studenten vaker “een functioneel netwerk”, vragen ze minder snel om hulp met het vinden van een stageplek en spelen “persoonlijke omstandigheden” een rol.

VNO-NCW en MKB-Nederland willen met Van Engelshoven in gesprek om de kneplunten op te lossen.

    • Rik Wassens