Houtkap toont grote crises Europese geschiedenis

Dendrochronologie

Een grote analyse van historisch Europees bouwhout toont een duidelijke verband met oorlog en pest.

Danse macabre (1493) Beeld Michael Wolgemut / Wikimedia by CC

De grote crisis van de late Middeleeuwen, met de Zwarte Dood-epidemie (1346-1353) als bekendste verschijnsel, begon al in 1304. Dat blijkt uit een grootscheepse analyse van bijna 50.000 dateringen van bouwhout uit vooral Centraal-Europa en bijna 10.000 uitbraken van de pest uit de periode 1250-1648. De analyse door 21 – vooral Duitse – dendrochonologen is vorige week online gepubliceerd in Journal of Archaeological Science. Het dendrochronologische onderzochte hout is vooral afkomstig van dakconstructies en dwarsbalken van huizen in kleine agrarische steden, die in modernere tijden onbelangrijk werden. In grotere steden en op het platteland zijn er veel minder oude huizen bewaard gebleven, door nieuwbouw en oorlog.

Lees ook: Na de pest was het goed leven: veel meer mensen werden oud

Tussen 1300 en 1415 werd in centraal Europa en Frankrijk aanzienlijk minder gebouwd dan ervoor en erna. Het belangrijkste breukjaar in de houtdateringen is 1304, ruim voor de Grote Hongersnood van 1315-1322, waarbij ongeveer 10 procent van de bevolking stierf. En nog verder voor de Grote Pestepidemie van na 1346, waaraan uiteindelijk een derde van de Europese bevolking stierf. Deze uitkomsten van dit ongekend uitgebreide historische data-onderzoek bevestigen al bestaande opvattingen dat de hongersnoden en pestepidemiën van de late Middeleeuwen toen een al bestaande economische en demografische crisis wel verergerden maar niet veroorzaakten. De herleving wordt meestal wel wat later dan 1415 gedateerd.

Minder nieuwbouw

In het onderzoek werd voor Duitsland ook een opvallende afname in bouw van nieuwe huizen gezien in de periode 1618-1648, precies de jaren van de Dertigjarige Oorlog die daar toen woedde. De Dertigjarige Oorlog geldt als de meest verwoestende Europese oorlog als het gaat om het aantal doden als percentage van de bevolking (30 à 40 procent). In de dertig jaar vóór de oorlog zitten er gemiddeld 156 gevelde bomen per jaar in de data, tijdens de oorlog zijn dat er er 100, en in de dertig jaar na de oorlog zijn er weer gemiddeld 165 gevelde bomen per jaar.

Vergelijkbare afnames met een derde zijn ook te vinden rond 1300. Los van de algeheel dalende bouwtrend in de late Middeleeuwen is opvallend dat de pestuitbraken geen grote langdurige effecten op de bouw hadden. De sterkste dalingen vinden plaats in de eerste vier jaar na 10- of 20-jarige periodes met de meeste uitbraken, maar in het vijfde jaar is de bouw meestal weer op het niveau van voor de uitbraak. Een duidelijk verband met klimaat is niet gevonden, al was er wel een verband tussen toegenomen bouw en lage graanprijzen.

    • Hendrik Spiering