Dodenrit langs een schitterende Turkse kustweg

Tijdens de vakantieperiode in Turkije vielen dit jaar zeker 140 verkeersdoden. Correspondent Toon Beemsterboer begreep na zijn vakantie in Kalkan hoe het komt dat zoveel mensen omkomen in het verkeer.

Verkeer in Istanbul Foto Anna Bryukhanova

De Turken hadden vorige week even respijt van het deprimerende nieuws over de lira. Het hele land was een week vrij in verband met het Offerfeest. Tijdens de bayram, zoals de vakantieperiode wordt genoemd, waren veel bedrijven, banken en overheidsinstellingen gesloten.

Lees ook over de lira: Is de val van de Turkse lira nog te stoppen? En andere vragen

Zoals elk jaar leidde de bayram tot een ware exodus uit steden als Istanbul, Ankara en Izmir. Miljoenen mensen vertrokken naar hun zomerhuis aan zee of bezochten familie op het platteland. Het gevolg was urenlange files, chaos op luchthavens en dodelijke ongelukken.

Er vielen dit jaar zeker 140 verkeersdoden tijdens de bayram. Dat is echter nauwelijks nieuws in Turkije, waar jaarlijks ruim 7.000 mensen omkomen in het verkeer. Tijdens mijn vakantie in Kalkan, een badplaats aan de Middellandse Zee, begreep ik waardoor dat komt.

Uitdagen tot een race

Vriendin D. en ik verbleven in het Patara Prince-resort. Als we ergens heen wilden, belden we Ibrahim, de chauffeur van het resort. Hij had een hekel aan Istanbullers die hier met de auto waren. „Ze rijden roekeloos, proberen je voortdurend uit te dagen tot een race.”

Ibrahim liet zich niet gek maken. Hij was een goede chauffeur, al kon hij flink gas geven als de weg het toeliet. Vaardig ontweek hij onbesuisde medeweggebruikers, zoals bejaarden die slingerden in oude rammelbakken, of jonge snelheidsduivels in opgevoerde Volkswagens.

Vooral tussen de badplaatsen Kalkan en Kas, één van de mooiste kustwegen van Turkije, gebeuren veel ongelukken. De tweebaansweg voert langs azuurblauwe baaien, pittoreske eilanden en het beroemde Kapultas-strand, een smalle strook zand tussen twee steile rotswanden.

Kapultas was zo druk dat het gevaarlijk werd. Op de weg naast het strand wemelde het van de geparkeerde auto’s en wandelende badgasten. De chauffeur van onze dolmus (openbare minibus) moest stapvoets rijden om ongelukken te voorkomen.

Vriendin D. bleef tegen hem praten om te voorkomen dat hij in slaap viel en van het klif reed.

Praten om niet van klif te vallen

’s Nachts met de taxi terug bleek ook niet zonder risico. Onze taxichauffeur was oververmoeid doordat hij tijdens de bayram lange dagen maakte om zoveel mogelijk geld te verdienen. Vriendin D. bleef tegen hem praten om te voorkomen dat hij in slaap viel en van het klif reed.

De tweede keer dat we van Kalkan naar Kas gingen, kregen we een lift van een stel uit Istanbul. De jongen achter het stuur vertelde dat de heenrit naar Kas soepel was verlopen. Maar op de kustweg naar Kas hadden ze twee ongelukken gezien.

Een volgende maal op de terugweg naar Kalkan hadden we toevallig dezelfde taxichauffeur als de eerste keer. Ditmaal viel hij niet in slaap – integendeel. Hij reed over de onverlichte kustweg alsof hij een doodswens had. Iedere voorligger moest worden ingehaald, haarspeldbocht of niet.

Terug in Istanbul reageerden mijn Turkse vrienden gelaten op mijn verhalen. „Weet je hoe makkelijk het is om hier je rijbewijs te halen”, vroeg één van hen. „Heb je in Istanbul ooit een lesauto gezien?” Inderdaad, nu hij het zei. Met die retorische vraag was het gesprek afgesloten.