De Ku Klux Klan in films: van redders van de natie tot klungels

De KKK in films In Hollywood was de racistische Ku Klux Klan eerst de redder van de natie en daarna een club van achterlijke rednecks. Die beelden volstaan niet.

Topher Grace als Ku Klux Klan-voorman David Duke in ‘BlacKkKlansman’ van Spike Lee.

Het is onmogelijk de Amerikaanse filmgeschiedenis te begrijpen zonder D.W. Griffiths The Birth of a Nation (1915) te kennen. De film geldt als de eerste Amerikaanse kaskraker én als de succesvolste propagandafilm ooit voor de Ku Klux Klan. De gewelddadige racisten werden in de film op een voetstuk gezet als redders van de Amerikaanse beschaving.

97 jaar later is in de film Django Unchained exact het tegenovergestelde te zien. In een satirische scène zette Quentin Tarantino de Klan weg als domme hobby-terroristen die te kleine gaatjes in hun lakens knippen om iets te kunnen zien. Een klungelige Klan die niets bereikt: dat was de afgelopen decennia het beeld. Spike Lee zet in zijn film BlacKkKlansman vraagtekens bij de Amerikaanse filmtraditie, die de Ku Klux Klan eerst omarmde en daarna tot een nietszeggende karikatuur reduceerde.

The Birth of a Nation (1915) werd vertoond in het Witte huis en bereikte in zijn tijd een ongekend groot publiek. Griffith wordt nog altijd geprezen om zijn innovatieve gebruik van montage, panoramashots en close-ups om zijn epos over de Amerikaanse Burgeroorlog te vertellen. Een verhaal dat zwarte Amerikanen wegzet als brute verkrachters van witte vrouwen en de Ku Klux Klan eert als redders van Amerikaanse normen en waarden. De film leidde tot felle protesten, maar niet alleen zuidelijke Amerikanen, wrokkig over de verloren burgeroorlog, herkenden zich erin. De Ku Klux Klan, in 1915 op sterven na dood, zag zijn geschatte ledenaantal in tien jaar daarna oplopen tot drie miljoen. Geweld tegen Afro-Amerikanen laaide op.

Lees ook een interview met Spike Lee over zijn film ‘BlacKkKlansman’

Gone with the Wind (1939) is qua succes en thematiek de opvolger van The Birth of a Nation. De film staat in het teken van nostalgie naar de zuidelijke plantagecultuur en haar vrolijke, dienstbare zwarte slaven; actrice Hattie McDaniel won als eerste Afro-Amerikaan een Oscar als mopperende, maar goedhartige huisslavin Mammy. De liberale producer David O. Selznick zwakte het zuidelijk chauvinisme van de gelijknamige roman af: het woord ‘nigger’ valt nergens. Maar dat versterkte juist het beeld van het verslagen Zuiden als tragische idylle. De Klan speelde alleen verhuld een rol: de helden Rhett en Ashley bezoeken een nachtelijke ‘politieke bijeenkomst’ nadat heldin Scarlett na de capitulatie is lastiggevallen door een ‘darkie’.

De Amerikaanse Burgerrechtenbeweging tegen segregatie zette in de jaren vijftig de zaken op scherp: ook indirect kon van een heldenrol voor de Ku Klux Klan niet langer sprake zijn. In de jaren zestig werd de ‘rassenkwestie’ in films grondig uitgediept: al in 1966 infiltreerde een (licht)zwarte Amerikaan in de KKK in de B-film The Black Klansman om zijn vermoorde dochter te wreken. Voor de Klan restte nog slecht een schurkenrol in ‘blaxploitation’-actiefilms als Brotherhood Of Death (1976, zwarte Vietnamveteranen contra de Klan).

In komedies werden ze een grote grap: Richard Pryor kreeg in Bustin’ Loose (1981) de Klan zover liefdadigheid voor zwarte kinderen te verrichten. De KKK werd nu weggezet als ‘deplorables’ en ‘rednecks’: betreurenswaardig xenofobe boerenpummels die in het verleden leven. Dat beeld werd ook neergezet in serieus drama over racistisch geweld als Mississippi Burning (1988) of A Time To Kill (1996). Het toppunt van Klan-parodie is O Brother, Where Art Thou? (2000) van de gebroeders Coen, waarin een gigantische groep Klan-leden een macabere choreografie danst rond een brandend kruis, om daarna in het zand bijten: ‘gewone mensen’ moeten niks hebben van hun extremisme.

Maar de slogan van de KKK, America First, werd door de 45ste president van de Verenigde Staten overgenomen. De heropleving van extreem-rechts geweld en wit populisme toont dat de KKK niet kan worden weggezet als infantiel racistenclubje uit achtergestelde dorpen. Spike Lee prikt door deze bubbel heen in BlackKklansman: het gedachtengoed van de Klan blijkt veel hardnekkiger dan Hollywood doet geloven.

    • Dominique van Varsseveld