Bruine beer heeft holenbeer-DNA

Verwantschap De uitgestorven holenbeer leeft nog een beetje voort in de bruine beer, leert DNA-onderzoek. De soorten hebben dus ooit gepaard.

Van de uitgestorven holenbeer zit een beetje DNA in het genoom van de bruine beer . Foto Lajos Berde

Zoals sommige moderne mensen nog altijd een paar procent Neanderthal-DNA hebben, zo heeft de Europese bruine beer nog altijd een beetje holenbeer in zich. Dat schrijft de Duitse bioloog Axel Barlow samen met collega’s uit onder meer Oostenrijk en de Verenigde Straten deze week in Nature Ecology & Evolution.

De holenbeer (Ursus spelaeus) leefde tot zo’n 25.000 jaar geleden van West-Europa tot de Kaukasus, en had – net als de huidige bruine beer (Ursus arctos) – een hoofdzakelijk plantaardig dieet. Qua uiterlijk verschilden de twee behoorlijk: als de holenbeer op z’n achterpoten stond, kon hij een lengte van 3,5 meter bereiken. De grootste mannetjes zouden 1.000 kilo hebben gewogen – daarmee waren ze ongeveer drie keer zo zwaar als bruine beren. Ook had hij een plattere snuit en een lager voorhoofd.

‘Pizzly bears’

Barlow en zijn collega’s bestudeerden delen van het genoom van vier holenberen die tussen de 71.000 en 34.000 jaar geleden leefden. Ze vergeleken de uitkomsten met het DNA van zowel vroegere als moderne bruine beren. In alle gevallen bevatte het genoom van huidige bruine beren tussen de 0,9 en 2,4 procent holenbeer-DNA. Andersom was er in het holenbeer-genoom ook een beetje (minder dan 1 procent) bruine-beer-DNA te vinden. De auteurs concluderen daarom dat individuen van beide soorten zich samen hebben voortgeplant, net zoals er sprake was van intersoortelijke seks tussen Homo sapiens, neanderthalers en denisova-mensen.

Van de huidige bruine beren hebben de Europese exemplaren uit Georgië de grootste hoeveelheid holenbeer-DNA (minstens 1,8 procent), gevolgd door de bruine beren uit West-Europa (minstens 1,3 procent) en uit Rusland en de Verenigde Staten (minstens 0,9 procent). Die verdeling is te verwachten, omdat Amerikaanse bruine beren buiten het voormalige verspreidingsverbied van de holenbeer wonen.

De 25.000 jaar geleden uitgestorven holenberen maakten krabsporen op de muren van holen waar zij voor hun winterslaap verbleven. Foto Marius Robu

Naast het DNA van bruine beren en holenberen werd in dit onderzoek óók dat van ijsberen (Ursus maritimus) onderzocht. Omdat ijsberen en bruine beren nauwer verwant zijn aan elkaar dan aan holenberen (en dus een meer recente gemeenschappelijke voorouder hebben) is te verwachten dat ze ook vaker dezelfde genetische mutaties delen. Maar de onderzoekers vonden opvallend veel mutaties die alléén bij bruine beren en holenberen voorkomen, en niet bij ijsberen. Dat wijst erop dat die twee soorten in ieder geval nog seks met elkaar hebben gehad nadat de ijsberen van de bruine beren zijn afgesplitst.

Overigens vindt er óók intersoortelijke voortplanting plaats tussen ijsberen en bruine beren. Met enige regelmaat worden er ‘pizzly bears’ ontdekt: hybrides tussen grizzlyberen (een Amerikaanse ondersoort van de bruine beer) en ijsberen. De derde optie in de ‘driehoeksverhouding’ – een kruising tussen ijsberen en holenberen – zou ook niet gek zijn, maar daar hebben de onderzoekers niet specifiek naar gekeken.

Hoofdonderzoeker Axel Barlow, in een reactie per e-mail: „We kunnen met deze methode alleen hybridisatie bij één soort (de bruine beer) ten opzichte van een andere soort (de ijsbeer) vaststellen. De 0,9 tot 2,4 procent holenbeer-DNA bij bruine beren is gebaseerd op de aanname dat ijsberen 0 procent holenbeer-DNA in zich dragen. Het zou wel kunnen dat er ook ijsbeer-holenbeer-hybriden bestonden, maar daarvoor zouden we meer onderzoek moeten doen. En als het zo zou zijn, dan zou de hoeveelheid holenbeer-DNA bij bruine beren zelfs nóg groter zijn dan nu.”

Evolutiebioloog Ross Barnett van de universiteit van Kopenhagen, niet betrokken bij de studie, noemt het een ‘overtuigend artikel’. „We weten al wel dat inmiddels uitgestorven ijstijdsoorten zich onderling ook voortplantten, uit de oeros en de steppebizon ontstond bijvoorbeeld de wisent. Wat de bruine beer en de holenbeer zo interessant maakt, is dat het zustersoorten waren – heel nabije verwanten. Ook het uitgestorven reuzenhert en het damhert waren zustersoorten, die enorm van elkaar verschilden qua grootte. Ik ben nieuwsgierig of daar ook hybriden uit zijn voortgekomen.”

Dat holenberen zich wel voortplantten met bruine beren en minder met ijsberen, is volgens Barnett niet zo verwonderlijk: „Bruine beren en holenberen leefden soms zelfs in dezelfde grotten, terwijl ijsberen in de sneeuw leefden. Er was voor die eerste twee soorten dus veel meer kans om elkaar tegen te komen.”

    • Gemma Venhuizen