Opinie

Artificiële intelligentie

Nederland mag geen AI-kolonie worden van de VS en China

Artificiële intelligentie (AI) staat volgens de optimisten op het punt om belangrijker te worden dan elektriciteit. Er is een wereldwijde wedloop om een dominante positie in de techniek die zoekmachines beter maakt, medische diagnoses kan stellen en zelfs autonome wapens kan voortbrengen. Maar Nederland is die wedloop aan het verliezen.

Nederlandse universiteiten luidden dinsdag in NRC de noodklok over een braindrain. Met name grote Amerikaanse techbedrijven zoals Amazon, Google en Facebook werven Nederlands talent. Ook Chinese bedrijven zoals Tencent en Alibaba worden actiever. Belangrijke posities, tot hoogleraarschappen aan toe, zijn moeilijk te vervullen. Sommige universiteiten moeten een numerus fixus instellen omdat ze de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek anders niet kunnen garanderen. Dit is zorgwekkend.

Allereerst past de universiteiten zelfreflectie. Zij zijn er op AI-gebied niet in geslaagd om talent vast te houden. Ze hadden hiervoor zelf actiever de samenwerking met elkaar en de industrie kunnen opzoeken bijvoorbeeld. Maar dat is niet gebeurd en nu is hun particuliere probleem een collectief probleem geworden.

Initiatieven voor meer samenwerking tussen topinstituten zijn meer dan welkom. Het Europese verband CLAIRE verdient steun. Ook samenwerking tussen academie en bedrijfsleven, zoals bijvoorbeeld gebeurt aan de Universiteit van Amsterdam met chipgigant Qualcomm, verdient navolging. Het waarborgen van wetenschappelijke onafhankelijkheid is cruciaal.

Een klacht van de universiteiten is dat zij door landelijk vastgestelde plafonds voor salarissen amper kunnen concurreren met de diepe zakken van de techreuzen. Bij strategische vakgebieden zoals AI moeten dit soort plafonds worden heroverwogen.

De industrie heeft ook een rol. Google en Facebook sponsoren al enkele onderzoeksplekken aan universiteiten. Deze bedrijven en hun concurrenten past nog meer verantwoordelijkheid voor het gezond houden van de universiteiten, ook in hun eigenbelang.

Ook Europese en Nederlandse politici moeten met een visie komen. DeepMind, de grootste Britse AI-belofte, is overgenomen door Google. Microsoft heeft een controlerend belang in het Delftse topinstituut QuTech, dat geavanceerde quantumcomputers ontwikkelt die ook van belang kunnen zijn voor AI.

In China en de VS worden overnames geblokkeerd in AI-gerelateerde sectoren. In Europa gebeurt dat vrijwel niet. Openheid en vrijhandel zijn veruit te verkiezen boven protectionisme. Maar openheid moet van twee kanten komen en mag niet verzanden in een naïeve uitverkoop. Verdient de Europese AI-industrie, die met de dag verder achterloopt op China en de VS, extra bescherming? Dat is een moeilijke vraag waarop snel een antwoord moet komen.

De Europese Commissie publiceerde eerder dit jaar een AI-strategie met een begin van antwoorden maar nog weinig sluitende beleidsmaatregelen. Landen om ons heen, van Finland tot Frankrijk, hebben daarnaast eigen nationale AI-strategieën. Rusland en China ook. Nederland niet. Dat is onwenselijk.

AI is niet alleen belangrijk voor de innovatiekracht van Nederland, maar is ook geopolitiek gezien van strategisch belang. Het kabinet, en in het bijzonder de ministers van Economische Zaken, Buitenlandse Zaken en Onderwijs moeten in actie komen. Nederland, en de EU, moeten op het gebied van kunstmatige intelligentie geen kolonie worden van de VS en China.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.