Foto Justin Griffiths-Williams

Hier wordt al 113 jaar voetbal gekeken, maar de lokale bevolking van Luton blijft weg

Engels voetbal Een bezoek aan de club Luton Town, vlakbij het Londense vliegveld, is als rechtsaf slaan waar iedereen links gaat. ‘No-go area’? „Wat over deze stad wordt gezegd is overdreven.”

Op een van de oudste tribunes van Engeland is het alsof het leven heeft stilgestaan. Vanuit stoeltjes van hout, onder een dak van asbest, wordt er in dit 113 jaar oude stadion naar voetbal gekeken door families die dat hier al decennia doen. Dezelfde liedjes, dezelfde tongval.

Het is zaterdagmiddag drie uur en wie zijn blik laat dwalen over de gezichten, ontwaart een contrast dat in vroegere tijden nooit zou zijn opgevallen. Engeland veranderde, de stad veranderde en de wijk rondom tribunes veranderde, maar Luton Town FC en zijn aanhang niet. Het zijn vaders en zonen, opa’s en broers, vrienden en kennissen, die naast hun clubliefde nog iets anders gemeen hebben ten opzichte van de mensen die in de arbeidershuisjes rond het stadion wonen.

Ze zijn allemaal wit.

Foto Justin Griffiths-Williams
Foto Justin Griffiths-Williams
Foto Justin Griffiths-Williams

London Calling

Een bezoek aan Luton is als rechts afslaan waar iedereen links gaat. Geen passagier blijft doorgaans langer dan noodzakelijk in de stad waar de werkloosheid hoger is dan gemiddeld, waar kinderarmoede in sommige wijken twee keer zo hoog is en waar volgens rechtse activisten „no-go-area’s” zijn ontstaan.

Van de 15,8 miljoen mensen die jaarlijks op London Luton Airport vliegen, onder meer vanuit Amsterdam in nog geen uur, worden de meesten aangetrokken door een onweerstaanbare lokroep van een wereldstad op nog geen halfuur rijden. London Calling.

Er zou daar een zekere tragiek in kunnen schuilen als Luton er geen baat bij had. Zo’n tien procent van alle werkenden in de stad behoort tot de bijna tienduizend mensen die werken op het vliegveld. Indirect is de werkgelegenheid nog groter. Per hoofd van de bevolking vind je nergens zo veel taxichauffeurs als in deze voormalige industriestad, terwijl Luton ook profiteert van de dertigduizend privévliegtuigen die er jaarlijks landen.

Brad Pitt, Taylor Swift, Lewis Hamilton: via een speciale achterdeur van een verscholen hangar zitten ze binnen een kwartier na hun landing weer op de snelweg richting Londen. John Travolta, die zijn eigen toestel bestuurt, noemde Luton zijn favoriete luchthaven. Hij kan er 24 uur per dag, zeven dagen per week terecht. Kreeft of kaviaar aan boord? Geen verzoek is de Lutonians te gek.

Eens was Luton de stad van hoeden en auto’s. In de jaren dertig produceerden makers jaarlijks zeventig miljoen hoofddeksels voordat automerk Vauxhall de grootste banenmotor van de stad zou worden. In oorlogstijd rolden hier de Churchill-tanks van de band, later Viva’s en Vectra’s totdat de productie rond 2000 naar elders werd verplaatst. Van de 35 duizend banen bleven er 1500 over.

Op zoek naar werk streken steeds meer immigranten neer in Luton. Oorspronkelijke bewoners trokken juist weg richting omliggende dorpen. De gekte op de Londense huizenmarkt had eveneens zijn weerslag. Prijzen van huurhuizen stegen daar zo hard dat woningcorporaties huurders in Luton onderbrachten, als ware het een verre buitenwijk van Londen.

Circa de helft van de inwoners heeft zijn roots buiten Engeland liggen. Een kwart van de 200 duizend is moslim. Van hen wonen de meesten weer in de wijk waar derdedivisieclub Luton Town sinds 1905 op en neer pendelt tussen de hoogste vier divisies van Engeland: Bury Park.

Nergens voetbalpubs

De geur van curry en kebab waaiert er zaterdagmiddag door de wijk. Afghaanse ondernemers verkopen er groente naast Sri Lankaanse restaurateurs. Naast eethuis Punjab Haveli gaan tieners naar de Al Hikmah School nabij slagers die geit verkopen. Vrouwen in nikaabs passeren belwinkels en de Calvary Church of God waar burgers met Caraïbische wortels het christendom belijden. In de verte prijkt een minaret aan de horizon.

Aan niets is te zien dat hier een voetbalclub huist. Geen voetbalpubs met vaantjes aan de muur. Geen vlaggen achter ramen. Maar wie vanaf Dunstable Road een zijstraat inslaat staat na tweehonderd meter voor een van de meest asymmetrische stadions van Engeland.

Kenilworth Road is als een allegaartje van tribunes, met een hoofdtribune uit 1922 waar elektriciteitsdraden nog in het zicht liggen, de stoelen van hout zijn en funderingspalen het zicht op de doelen belemmeren. Een kok moet met een vol dienblad door de regen.

Achter de andere lange zijde loopt een steeg zo nauw dat je er in het donker niet doorheen wil. Een van de andere twee tribunes wordt vanaf de straatkant aan het zicht onttrokken door een rij huizen. De ingangen bevinden zich onder de woningen en leiden naar trappen die haast dwars door enkele tuinen gaan. Bij de mensen die hier wonen belt de politie elke thuiswedstrijd aan om hen te sommeren dat ze hun auto verplaatsen. Een man in gewaad knikt als hij de deur heeft open gedaan. „Five minutes, ok?”

Foto Justin Griffiths-Williams

Ook al wonen deze mensen zo dicht tegen het stadion aan dat ze de urinoirs kunnen ruiken, erbinnen komen ze niet. Tenzij het is om te werken. De meeste stewards en de verkopers van bier hebben andere voorouders dan de fans. „We weten niet precies waarom, maar feit is dat onze toeschouwers geen afspiegeling van de lokale bevolking vormen”, zegt clubdirecteur Gary Sweet. „Terwijl we graag een club van iedereen zijn.”

„Mensen uit deze buurt hebben meer met cricket”, zegt Dave Cook, een zeventiger die als steward al 25 jaar dezelfde ingang bewaakt. Gastvrouw Anna Sammons: „Ik kan geen andere reden bedenken dan dat zij van andere sporten houden. Ik zou er niets achter zoeken. Wat over deze stad wordt gezegd is overdreven. Iedereen leeft hier in harmonie. In het ziekenhuis werken alle nationaliteiten door elkaar. Zonder problemen.”

Toch moest directeur Sweet onlangs een persbericht uitbrengen waarin hij het gedrag van Lutons aanhang veroordeelde. Op de tribunes, schreef hij, moest iedereen zich veilig voelen, los van ieders ras, afkomst dan wel politieke of religieuze overtuigingen. „Wij willen dat er maar één ding is dat onze fans bindt en dat is clubliefde”, zegt hij zaterdag nogmaals.

Tommy Robinson

Supporters scandeerden twee weken geleden de naam van een van de beruchtste aanhangers van de club. Het was niet zijn echte naam, want als extreemrechtse activist en oprichter van de English Defence League heeft Luton-hooligan Stephen Lennon er destijds voor gekozen om als Tommy Robinson door het leven te gaan.

Hij zag op een dag dat extremisten flyerden voor de gewapende strijd van de Talibaan en zette uit woede een beweging in gang die Luton polariseerde en andere bewegingen inspireerde. Het extreemrechtse Britain First, waarvan president Trump drie tweets retweette, ging in 2016 op „christelijke patrouille” in Bury Park. Volgens Tommy Robinson en de leiders van Britain First is Bury Park een typisch voorbeeld van een „no-go area” voor mensen zoals zij.

Op de club herkennen de mensen zich daar niet in. Bestuurder Sweet, een van de mannen die Luton Town in donkere jaren van de ondergang heeft gered, vertelt dat mensen uit de buurt het publiek met Pasen op gebakjes trakteerde. „Zelf hebben wij onze parkeerplaats onlangs nog beschikbaar gesteld aan de moskee.”

Vroeger, zegt Anna Sammons, woonden er alleen maar supporters in de wijk. „Men was trots om naast de club te wonen.” In de huidige tijd begeven supporters zich nog maar één keer per twee weken naar Kenilworth Road. „In mijn eigen buurt wonen haast alleen maar witte mensen”, zegt de gastvrouw nadat ze heeft verteld dat haar over-overgrootvader de club heeft helpen oprichten.

Vijf kilometer verderop arriveren dagelijks de rijken per privéjet. Gaat Chelsea-eigenaar Roman Abrahamovitsj er even tussenuit, dan landt hij doorgaans op Luton. De vele profclubs in Londen (twaalf) trekken buitenlandse investeerders aan, maar net buiten die bubbel heeft Luton altijd gevochten voor zijn voortbestaan.

Ondanks dat alles bleef zoals het was, is de wens om met de tijd mee te gaan er altijd geweest. Al meer dan zestig jaar willen fans weg van Kenilworth Road. Het onderkomen is zo gedateerd dat haast niemand de charme er nog van inziet. Door allerhande problemen kwam het er nooit van. Luton wacht sinds twee jaar op goedkeuring van het nieuwe plan voor een multifunctioneel stadion met winkels en al, maar ook nu heerst scepsis: op de beoogde plek in het centrum vrezen ondernemers klandizie te verliezen.

Directeur Sweet: „We hopen zó dat we het imago van de club en stad een boost kunnen geven.”

    • Fabian van der Poll