Opinie

    • Frans Verhagen

Was McCain maar wat lastiger geweest

Eer voor John McCain is op zijn plaats, maar overdrijf niet, schrijft . De senator had zijn gezag moeten gebruiken om Trump en de Republikeinen met kritiek te confronteren, maar deed dat niet.

In 2000 presenteerde John McCain zich als ‘maverick’. Was hij dat later ook nog maar, „dan had tenminste één gezaghebbende Republikein de kwaliteit van de Amerikaanse politieke conversatie en de statuur van het presidentschap kunnen verdedigen. ” Foto Jim Lo Scalzo/EPA

De loftuitingen aan het adres van de zaterdag overleden John McCain ogen overdreven. Ja, hij was een oorlogsheld, wat de dienstplicht ontduikende hork in het Witte Huis ook zegt. Ja, hij was een interessante, bruuskerende en soms invloedrijke politicus. Maar om van McCain in de dood een überpoliticus te maken, een man die stond voor zijn waarden en als enige Republikein Trump de maat durfde te nemen – dat is toch echt te veel eer.

De Amerikaanse serieuze media buitelen over elkaar heen met lovende artikelen, maar je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat ze wanhopig reiken naar een lichtpuntje in de deplorabele duisternis van de huidige Amerikaanse politiek. Al doende pompen ze McCain op tot onrealistische proporties. Het was immers diep teleurstellend dat ook McCain, juist McCain, de hem toegeschreven autoriteit niet effectiever inzette om Trump en zijn eigen principeloze Republikeinse Partij te bekritiseren.

Lees de necrologie in NRC: John McCain: veteraan van een nobeler conservatisme

Maverick

In de presidentscampagne van 2000, toen McCain de Republikeinse kandidaat wilde worden, presenteerde de senator van Arizona zich nog als ‘maverick’, als non-conformistische dwarsligger. Hij was een verademing, recht voor zijn raap sprekend, open en niet weglopend voor politiek debat. Met zijn campagnebus de Straight Talk Express won hij in New Hampshire. In South Carolina werd McCain echter genadeloos neergeknuppeld door het Republikeinse establishment dat liever de plooibare George W. Bush als kandidaat zag. Een uitzonderlijk smerige campagne claimde dat McCain een zwart kind had (zijn aangenomen dochter uit Bangladesh), zijn vrouw alcoholverslaafd was en hijzelf een homo. Bush won, pretenderend dat hij met de smerigheid niets van doen had. Het stemde McCain bitter en cynisch, trekken die hij nooit meer kwijtraakte.

Natuurlijk steunde de havik McCain de oorlog in Irak. Later kreeg hij spijt van de blanco cheque aan de regering-Bush, omdat die werd gebruikt om te martelen, volgens McCain Amerika onwaardig. Hij was een van de weinigen die vicepresident Dick Cheney, een voorstander van waterboarding, van repliek dienden.

McCain draaide mee

Tijdens de Bush-jaren werd steeds meer zichtbaar van de onaangename draai die de Republikeinse Partij had genomen. McCain draaide mee. Zo dook bij de presidentsverkiezingen van 2008 een heel andere McCain op: negatiever, en opzichtig de politieke huik hangend naar de evangelische kiezers. Straight talk maakte plaats voor Republikeinse clichés. McCain won er de Republikeinse nominatie mee, maar had pech met Barack Obama als tegenstander. In paniek beging hij zijn grootste politieke blunder door Sarah Palin, de dommegansversie van Trump, als running mate te vragen. Ze was totaal ongeschikt en hij wist het, maar zijn campagnestrategen hadden goed door waar het Republikeinse electoraat naar verlangde.

Toen de crisis dat najaar losbarstte, toonde McCain een onthutsend gebrek aan economische kennis. Wel legde hij er eer in toen hij een van zijn dommere kiezers de mantel uitveegde: nee, Obama was geen Arabier (lees: moslim), maar een degelijk man met wie hij van mening verschilde. Het was een van McCains weinige principiële hoogtepunten in deze campagne, en ook veelzeggend over de toon in populistische kringen.

Traditionele Republikein en havik

Na zijn pijnlijke verlies zagen we een traditionele Republikein: McCain was tegen Obama’s economische crisisplannen omdat ze tekorten opleverden, wat hem nooit troebleerde als zijn partij de belastingen voor de rijken weer eens verlaagde. Uiteraard was McCain tegen Obamacare, al pleit het voor hem dat hij in 2017 de Republikeinse destructiemissie ertegen frustreerde.

Als onversneden havik was hij in 2008 voor Amerikaanse interventie in Georgië en later ook in Oekraïne – hij wilde beide in de NAVO opnemen. Was McCain president geweest, dan had hij zeker Amerikaanse troepen naar Syrië gestuurd.

In 2016 was het ronduit teleurstellend dat McCain zijn gezag niet gebruikte om de gevaren van Trumps kandidatuur aan de kaak te stellen. Hij liet zich door Trump beledigen en schoof voor zijn herverkiezing in Arizona naar rechts op om de Tea Party-beweging wind uit de zeilen te nemen. McCain liet geen protest horen toen de Republikeinen een zetel in het Supreme Court stalen door Obama’s voordracht niet in behandeling te nemen en accepteerde Trump als Republikeins kandidaat ‘omdat de kiezers hadden gesproken’.

McCain had veel lastiger kunnen en moeten zijn voor Trump en de Republikeinse Partij – die McCain, de huidige krokodillentranen ten spijt, liever kwijt zijn.

Statuur

Was McCain nog maar een maverick geweest, dan had ten minste één gezaghebbende Republikein de kwaliteit van de Amerikaanse politieke conversatie en de statuur van het presidentschap kunnen verdedigen. Boekdelen sprekend: McCain was oneindig veel kritischer over Barack Obama dan over Donald Trump.

Misschien maakt McCain zijn laatste tournure postuum. Donald Trump, die het niet uit zijn kleine vingers kon krijgen om de persoon McCain te loven, is niet welkom op de begrafenis. Zo zullen in de National Cathedral beschaafde oud-presidenten het woord voeren: Bush en Obama. De zittende president zal afwezig zijn en de reden daarvoor zal zelfs op Fox News genoemd moeten worden: John McCain zelf wilde het zo. Het zou zomaar kunnen dat de eenzame narcist in het Oval Office die dag meer schade oploopt, zelfs onder zijn hondstrouwe aanhang, dan de veroordelingen vorige week en de komende rechtszaken kunnen toebrengen. Zoete wraak van McCain.

    • Frans Verhagen