Verslaafde Jordy greep een scherp potlood

Wie: Jordy (21)

Kwestie: poging tot zware mishandeling

Waar: rechtbank Midden-Nederland

Jordy is gespannen, vindt dat hem te vaak dezelfde vragen worden gesteld en is ook onder de indruk „van dit hier allemaal”. Zijn handen vliegen omhoog – en dan weer gauw onder de tafel waar hij het been vastpakt dat op en neer zwiept.

Intussen is iedereen hem welgezind. Van de voorzitter die hem zó vaak zegt dat ze alles „rustig” wil behandelen dat de spanning juist wat toeneemt, ook omdat Jordy snel, ad rem en soms enigszins gekwetst antwoord geeft, tot de officier van justitie die afziet van de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf „omdat we daar nu niks aan hebben”.

Het is dat ze de belangen van personeel in ggz-inrichtingen moet beschermen tegen agressie door patiënten. Maar eigenlijk schemert door de zitting een zeker medelijden met de licht verwarde, verslaafde en tamelijk simpele Jordy (21).

Uit de informatie van gedragsdeskundigen en uit Jordy’s eigen verhaal blijkt bovendien dat de crisis voorbij is. Anderhalf jaar geleden ging het snel bergafwaarts – hij werd agressief, werd herhaaldelijk opgepakt en bestraft. Hij was verslaafd, aan coke, speed en wiet. Zijn advocaat spreekt van een „moeilijk bestaan”. Een jongen „met een rugzakje”, die dakloos werd, problemen kreeg in de nachtopvang en moeilijk hanteerbaar bleek.

Ook in de inrichting waar hij tijdelijk werd opgenomen. Daar kreeg hij te horen dat hij niet kon blijven omdat hij agressief reageerde. Toen ging het echt mis. Jordy pakte een boterhammes en schreeuwde dat hij zichzelf iets zou aandoen. Vervolgens legde hij het mes terug en vluchtte naar zijn kamer.

Daar deed het incident met het ‘scherp gepunte potlood’ zich voor. Jordy zegt dat hij ook met het potlood zichzelf iets zou willen aandoen. Vier personeelsleden zagen echter een dreigende situatie: een worsteling met een collega, Jordy’s arm, diens gebalde vuist met een scherp potlood waarmee hij stekende bewegingen maakte. Jordy zegt dat hij „verward” was door speedgebruik een paar dagen eerder.

De officier (en twee rechters) vragen hem of het „zou kunnen” dat anderen het anders hebben beleefd. Maar dat lijkt hem sterk: zijn versie is de juiste. Hij weet zeker dat hij het potlood met de punt omlaag had vastgehouden. Dat hij „heel emotioneel” was. Dat hij één van de stafleden op de grond gooide. „Daarna kreeg ik negen man in m’n nek.”

Jordy klaagt over de spanning en de onzekerheid. „De een zegt bedreiging, de ander poging tot doodslag. Ik word hier volgegooid met vragen, ik sta onder druk. Ik wil zekerheid.” De advocaat vindt dat de getuigen te verschillend verklaarden om conclusies over de feiten te kunnen trekken. De één zag een vuist, een ander een beweging, slechts één het potlood. Maar hoe dat nu werd vastgehouden?

In de kliniek gaat het Jordy goed. Hij is clean, zegt hij. De medicatie tegen de afkickeffecten is afgebouwd. Hij kan „lekker sporten” en zit inmiddels intern op ‘niveau 8’, waardoor hij maximaal vrijheden geniet. De reclassering stelde hem ‘beschermd wonen’ voor, waar hij mee akkoord gaat. „Als ik maar niet naar de gevangenis terug hoef.”

De reclassering vindt Jordy’s perspectief zorgelijk. Hij heeft op alle ‘leefgebieden’ problemen en werkte niet mee aan uitgebreide diagnostiek. Spanning wordt hem snel te veel. Het advies is een voorwaardelijke straf, opvang in een kleinschalige omgeving, met duidelijke structuur en begeleiding, meldplicht, behandelplicht en een drugs- en alcoholverbod.

De officier kan daarin meegaan. Ze denkt dat Jordy gezien zijn speedgebruik geen betrouwbare getuige is. Ze eist een straf die aansluit op het beschermd wonen en volgt op de uitspraaktermijn van twee weken: 84 dagen cel, waarvan 70 dagen voorwaardelijk, minus voorarrest. En de voorwaarden die de reclassering stelt, „waarbij ik het drugs- en alcoholverbod het belangrijkste vindt”.

Het vonnis is later precies volgens de eis. Jordy had zijn frustraties „niet zo mogen afreageren”, maar de rechtbank onderkent ook dat het toen „psychisch niet goed ging met verdachte en hij wellicht niet op de juiste plek zat”.

    • Folkert Jensma