Timboektoe wil zijn beroemde manuscripten terug

Mali

Een Nederlands fonds betaalde mee aan de evacuatie van de Timboektoe-manuscripten tijdens de jihadistische bezetting van de stad in 2012. Maar na zes jaar zijn de manuscripten nog altijd niet terug. En was die heroïsche redding wel echt nodig?

Een man in Bamako houdt een pagina van een oud manuscript in zijn handen dat is beschadigd. Foto Baba Ahmad/AP

Abdul Wahid Haidara draait de sleutel in het slot en stapt een donkere ruimte binnen van zijn bescheiden huis in het noorden van Mali. Hij knijpt even met zijn ogen. Dan maakt hij een grote metalen kist open. „Toen de jihadisten Timboektoe innamen, heb ik hier mijn manuscripten verborgen. Klep dicht. Deur op slot. De volgende dag ben ik uit Timboektoe vertrokken. Toen ik negen maanden later terug kwam, waren de manuscripten er nog steeds. Niemand had er naar gezocht. Ik heb nooit gehoord dat de leiders van de opstand de manuscripten bedreigden, waarom zouden ze? Dit zijn heilige schriften. Ze zijn jihadisten.”

Het was een ongelooflijk verhaal, dat begint in 2012. Kort na een staatsgreep in Mali neemt een coalitie van jihadisten van Ansar Dine, Al-Qaeda in de Magreb, en Toeareg-separatisten een aantal steden in het noorden van het land in. Eerst Kidal, dan Gao. Op maandag 2 april valt Timboektoe, de stad van 333 heiligen. De stad aan de rand van de Sahara is wereldwijd bekend vanwege zijn grote verzameling aan eeuwenoude manuscripten die bestaan uit koranteksten en studies van kunst, medicijnen, filosofie en wetenschap. Tegen zonsopgang rijdt een karavaan Toyota terreinauto’s de stad binnen en wordt een gitzwarte vlag gehesen. „Er is geen andere God dan Allah”, staat er op.

Honderden kisten worden met bussen en vrachtwagens naar Bamako gebracht, over de weg een reis van 1011 kilometer

Twee maanden later vernielen de jihadisten een aantal van Timboektoe’s beroemdste monumenten. De tombes van twee heiligen worden voor het oog van de camera met pikhouwelen verpulverd. Werelderfgoed, vindt Unesco. Afgoderij, vinden de jihadisten. Dit is het moment waarop bibliothecaris Abdel Kader Haidara, geen familie van Abdul Wahid, in actie komt en besluit de manuscripten die tientallen families verspreid over diverse bibliotheken in Timboektoe bewaren, naar de Malinese hoofdstad Bamako te evacueren. Hij benadert de westerse ambassades, waaronder de Nederlandse. Hij schrijft e-mails aan talloze fondsen, van Canada tot Zwitserland.

Op 17 oktober belooft het Nederlandse Prins Claus Fonds 100.000 euro uit zijn Cultural Emergency Response programma voor de evacuatie van de manuscripten. Een dag later verlaten de eerste 35 kisten op ezelskarren Timboektoe. Honderden kisten worden met bussen en vrachtwagens naar Bamako gebracht, over de weg een reis van 1011 kilometer. Honderden andere geschriften arriveren per kano, over de rivier de Niger. In een paar maanden tijd worden zo, volgens Haidara, meer dan 300.000 manuscripten in metalen kisten naar Bamako gesmokkeld. Slechts 5 procent van de manuscripten blijft achter, onder toezien van families die evacuatie niet nodig achten.

Evacuatie

Het verhaal van de miraculeuze redding van de Timboektoe-manuscripten is voer voor bestsellers, zoals The badass librarians of Timbuktu van de gelauwerde journalist Joshua Hammer en The Book Smugglers of Timbuktu van Guardian-journalist Charlie English.

Zes jaar na de evacuatie is er alleen een levensgroot probleem: Timboektoe wil zijn manuscripten terug en snapt niet waarom dat niet gebeurt. Bij veel achterblijvers zeurt de vraag of de evacuatie wel zo nodig was als Haidara zijn geldschieters per e-mail deed geloven. „De manuscripten hadden hier moeten blijven, het is onze erfenis”, zegt Alfa Ibrahime Cissé, die een kleine collectie manuscripten achterhield. Hij woont tegenover de Sankoré-moskee, waaraan de graftombes liggen die door de jihadisten kapot werden geslagen. Ze zijn inmiddels in ere hersteld.

Toeristen komen hier niet meer. De enige bezoekers die nog komen kijken naar de moskee of de achtergebleven manuscripten zijn VN-soldaten of delegaties die onder zwaarbewapende begeleiding polshoogte komen nemen in Timboektoe. Hoewel het Franse leger en Zweedse VN-troepen de jihadisten nu op afstand van Timboektoe houden, is de stad een rode zone voor westerse bezoekers vanwege het gevaar van ontvoeringen of aanslagen.

Lees de reportage van correspondent Bram Vermeulen uit juni 2018 over de vele aanslagen in Mali: ‘Mali is er slechter aan toe dan toen jullie kwamen’

Desondanks ziet bibliothecaris Abdul Wahid Haidara nu maar één gevaar voor de honderdduizenden manuscripten die in 2012 van Timboektoe naar de hoofdstad werden gesmokkeld: „Het klimaat in Bamako is veel te vochtig. Daar zullen de manuscripten vergaan. Hier in het droge woestijnklimaat van Timboektoe waren ze veilig. Ze horen hier. Het is ons cultuurgoed.”

In een kantoorpand in de hoofdstad zijn nu tientallen medewerkers druk bezig met het digitaliseren van de manuscripten. Het werk gebeurt in doodse stilte. Eeuwenoud perkament glijdt door witte handschoenen. „Sauvegarde et valorisation des manuscripts pour la Défense de la Culture Islamique” staat er op het bord boven de trap naar boven. Dit is het hoofdkwartier van SAVAMA, een organisatie die de manuscipten bewaart en de islamitische cultuur zegt te beschermen. „We werken hier voor de mensheid. Voor de toekomst van iedereen”, zegt Abdel Kader Haidara terwijl hij trots door de studio’s stapt. Hij heeft grote plannen met de manuscripten. Nadat ze in Bamako zijn genummerd, gedigitaliseerd en vertaald uit het Arabisch, maken ze nu een wereldtoer. In mei reisden 25 manuscripten 8.000 kilometer naar de Indiase hoofdstad New Delhi. En wanneer kunnen ze terug naar Timboektoe? Haidara zucht diep. „Ze zullen terug gaan, als het daar vrede is, en alles stabiel. Iedereen is er klaar voor, behalve de vrede”, zegt hij, met priemende ogen en gevoel voor dramatiek. „We doen wat we kunnen. Het is een wanhopige toestand.”

Maar in Timboektoe groeit het wantrouwen over Haidara’s motieven. „Waarom is er geen enkele duidelijkheid over wanneer de manuscripten terugkomen?”, vraagt Diadié Hamadoun Maiga. Hij zit op de kussens op de vloer in zijn huis in Timboektoe. Maiga was de voorzitter van het crisiscomité dat tijdens de bezetting van Timboektoe onderhandelde met de jihaidsten van Ansar Dine. Volgens hem was er niets geheims aan de evacuatie van de manuscripten zoals Haidara zijn geldschieters heeft voorgehouden. „De islamitische politie wist er van. Ik heb ze hoogstpersoonlijk verteld over de manuscripten en ze uitgelegd dat het niet om westerse literatuur ging maar om islamitische. Toen zei de leider: als dat zo is dan moeten we die manuscripten beschermen. Toen zijn we met twee vrachtwagens naar de bibliotheek van Haidara gereden om de evacuatie naar Bamako te beginnen.” Maiga is tevens administrateur van Savama, de organisatie waar Haidara directeur van is.

Een man werkt met oude manuscripten die beschadigd zijn en hersteld moeten worden in Bamako. Foto Baba Ahmad/AP

Meer financiële steun

In The Book Smugglers of Timbuktu beschrijft Charlie English hoe Haidara zijn emails om meer financiële steun versnelt tegen het einde van de jihadistische bezetting en er mee doorgaat als het Franse leger de stad al lang heeft ingenomen. Geen van de getuigen waar de schrijver mee spreekt kan zich herinneren dat de jihadisten ooit de manuscripten bedreigden. Er was wel angst voor vandalen. Expert James Hall van de Amerikaanse Duke University spreekt zelfs openlijk over ‘fraude’ en een schromelijk overdrijven van het aantal manuscripten omwille van de fondsenwerving.

„300.000 manuscripten is absolute onzin. Schrijf dat maar in kapitalen. Dat zou betekenen dat er in Timboektoe meer manuscripten zijn dan in Damascus, Jeruzalem en Caïro bij elkaar. Maar als je 300.000 zegt, krijg je natuurlijk wel heel veel geld”, zegt Shamil Jeppe, het hoofd van het Timboektoe Manuscripten Project in zijn kantoor op de Universiteit van Kaapstad. De Zuid-Afrikaanse bemoeienis met Timboektoe begon toen Thabo Mbeki nog president van Zuid-Afrika was (1999-2008). Mbeki zag in de manuscripten het bewijs van het ongelijk van al die Europese denkers die eeuwenlang hadden beweerd dat Afrika een ongeletterd continent was. De Zuid-Afrikanen financieren vanaf 2001 de bouw van het Ahmad Baba instituut, het nieuwste gebouw van Timboektoe waar de manuscripten zouden worden bestudeerd. Jeppe voelt zich bedonderd door Haidara en zijn narratief dat leidde tot de evacuatie van de manuscripten naar Bamako. „De meeste manuscripten zijn waarschijnlijk pas na de bevrijding van Timboektoe geëvacueerd. Ik moet toegeven dat Haidara een geweldig ondernemer is. Hij weet precies hoe hij de internationale gemeenschap moest bespelen. Die manuscripten voldeden aan alle voorwaarden die donoren nodig hebben: boeken scheiden ons van de barbaren, en dan zijn het ook nog islamitische boeken. Mali is al decennia een donor-darling. Haidara heeft het spel met de donoren perfect in de vingers.”

Op de laatste dag voor de inname door het Franse leger worden de bange verwachtingen bevestigd als journalisten melden dat in het Ahmad Baba-gebouw manuscripten in brand zijn gestoken.

In het boek The book smugglers of Timbuktu zegt To Tjoelker van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag dat ze in januari 2013 urgente e-mails van Haidara ontvangt waarin hij schrijft dat de jihadisten op 24 januari, de geboortedag van Mohammed, de manuscripten zullen verbranden. Minister Lilianne Ploumen zwicht voor die druk en maakt 323.475 euro vrij voor Savama. Samen met nog eens 75.000 euro van de Stichting DOEN en de 100.000 euro van het Prins Claus Fonds droeg Nederland dus bijna een half miljoen euro bij. Een buskaartje van Timboektoe naar Bamako kost 40 euro. Tjoelker reageert ondanks herhaalde pogingen niet op een interview-verzoek. Deborah Stolk van het Prins Claus Fonds schrijft dat „de beslissingen naar ons beste vermogen zijn genomen op basis van de informatie en inzichten waarover wij beschikten. Alle geraadpleegde mensen in ons netwerk waren het erover eens dat de manuscripten moesten worden geëvacueerd, zij waren er vast van overtuigd dat er een groot risico was dat ze zouden worden vernietigd.”

Cultureel erfgoed is vaak doelwit van geweld, of komt in gevaar door natuurrampen. Het Prins Claus Fonds traint curatoren voor reddingsacties. Lees daarover: eerste hulp cultureel erfgoed

Smeulende resten

Op de laatste dag voor de inname door het Franse leger worden de bange verwachtingen bevestigd als journalisten melden dat in het Ahmad Baba-gebouw manuscripten in brand zijn gestoken. Het zou om vierduizend pagina’s gaan. Journalist Yahia Tandina filmde de smeulende resten maar kan niet bevestigen wie de manuscripten in brand heeft gestoken. „Ik kreeg het nieuws door dat er manuscripten in brand stonden en heb het gefilmd. Maar zover ik weet waren de jihadisten nooit in de manuscripten geïnteresseerd”, vertelt hij. De resten van de verbrande manuscripten liggen nu in een vitrine van het verder lege Ahmad Baba Instituut. Als bewijs van de culturele ramp die de evacuatie van de andere manuscripten zou hebben voorkomen.

Shamil Jeppe van de universiteit van Kaapstad deelde zijn twijfel over Haidara’s lezing al eerder met mensen van het ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens een lezing in Leiden in 2013. „Ik maakte mezelf niet geliefd toen ik mijn twijfels met ze deelde. Ze waren woest.”

Intussen is zowel op de Nederlandse ambassade in Bamako als bij het Prins Claus Fonds zorg ontstaan over de toekomstplannen van Haidara. Over terugkeer naar Timboektoe van de manuscripten wordt nauwelijks meer gesproken. En volgens betrokkenen is het contact met Haidara sinds twee jaar verstomd.

„Intussen zijn er veel andere stakeholders en ondersteunende organisaties bij betrokken en zijn we niet meer direct betrokken bij de plannen voor de toekomst. De vraag is nu wie bepaalt wanneer het veilig genoeg is voor de manuscripten om terug te keren naar hun eigenaars. We hopen dat de manuscripten terug zullen keren naar Timboektoe”, schrijft Stolk.

In zijn kantoor in Bamako veegt Abdel Kader Haidara het zweet van zijn voorhoofd. Hij is net teruggekeerd van een fondsenwervingscampagne in Zwitserland en Frankrijk. Op de achterkant van een brochure van Savama prijken de namen van nieuwe geldschieters. Van de Ford Foundation tot de universiteit van Hamburg, de Gerda Henkel Stiftung tot de Organisation for Islamic Cooperation in Istanbul. „Ik heb een belangrijke missie”, zegt Haidara. „Ik doe wat ik kan.”

    • Bram Vermeulen