Opinie

Digitale aanvallen op de democratie vereisen actie

Het zijn „bedreigingen voor de democratie” volgens Microsoft. Het technologiebedrijf haalde deze week websites offline die bedoeld waren om in te breken bij Amerikaanse politici in aanloop naar de verkiezingen in november. Ook Twitter en Facebook verwijderden bijna 1.000 pagina’s en profielen die „manipulerend” gedrag vertoonden. Google stopte ongeveer 50 accounts. Het doel van deze aanvallen: verdeeldheid zaaien en desinformatie verspreiden rondom verkiezingen in de VS, Europa en het Midden-Oosten.

Twitter en Facebook wijzen beschuldigend naar Iran en Rusland. Google wijst naar Iran. Microsoft beschuldigt een Russische hackersgroep. De overheden van die landen ontkennen betrokkenheid, maar in elk geval lijkt de agenda van de digitale vandalen sterk op de politieke agenda’s in Moskou en Teheran. Sociale media zijn wapens geworden in de digitale clash of civilizations. Dit illustreert hoe afhankelijk we zijn geworden van een klein aantal Amerikaanse technologiebedrijven voor het beschermen van niets minder dan de integriteit van het democratische proces.

Het wringt vooral dat er weinig tot geen democratische of rechterlijke toetsing is van wat de techbedrijven verwijderen. Wanneer vallen extreme berichten onder de vrijheid van meningsuiting, en wanneer zijn ze onderdeel van een buitenlandse beïnvloedingscampagne die gestopt moet worden?

Er is nu te weinig helderheid over de grenzen. Onlangs verwijderden Facebook en YouTube wel materiaal van complotdenker Alex Jones, maar Twitter liet zijn account intact. Per ongeluk merkte Facebook vorige week berichten van Nederlandse media aan als spam. Bij dit soort ingrijpende beslissingen moet er een onafhankelijke toets mogelijk zijn, die nu meestal ontbreekt. Er zijn daartoe nieuwe instrumenten vereist.

Een deel van de oplossing ligt mogelijk in transparantie van richtlijnen. Techbedrijven hanteren constant veranderende normen. Het is hoog tijd dat zij, met inspraak van democratisch gekozen instituties, tot toetsbare richtlijnen komen, waartegen ook weer op een eerlijke manier bezwaar gemaakt kan worden.

Er moet verder meer helderheid komen over de juridische aansprakelijkheid van techplatforms. Zij nemen nu vaak op eigen gezag hun verantwoordelijkheid. Dat is te loven na hun eerdere laksheid bij bijvoorbeeld de Amerikaanse verkiezingen van 2016. Maar er is noch in de VS noch in Europa een sluitend antwoord op de kernvraag: zijn Facebook, Google en Twitter net zo verantwoordelijk voor de inhoud van berichten als bijvoorbeeld kranten? Duidelijk is inmiddels dat ze zeker geen neutrale platforms zijn, en dat ze een grote verantwoordelijkheid dragen. Maar welke regels voor hen gelden is onduidelijk.

Als achter deze digitale aanvallen inderdaad overheden zitten, dan tonen deze zaken bovendien aan dat er te weinig middelen zijn om deze soort grensoverschrijdende aanvallen te bestraffen of beter: af te schrikken. Microsoft pleit al langer voor een digitaal equivalent van de Geneefse Conventie, om zo een internationaal juridisch kader te scheppen voor aanval en verdediging, oorlog en vrede online. Dat idee verdient verdere verkenning.

Nu vinden deze aanvallen op de democratie plaats zonder dat er duidelijke regels bestaan die voor iedereen gelijk zijn. Dat is buitengewoon gevaarlijk. Techplatforms en overheden moeten snel hun verantwoordelijkheid nemen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.