Recensie

Publiek komt ogen tekort bij voorstelling over de Stork-fabriek

Theater

‘Stork!’ vertelt het verhaal van de opkomst en ondergang van een machinefabriek in de florerende industriestad Hengelo. Het publiek komt ogen tekort voor de breed uitwaaierende taferelen.

In een decor op een braakliggend terrein van de voormalige fabriek Stork speelt een gelegenheidsgezelschap de voorstelling ‘Stork!’. Links Niels Gooijer als de fictieve achterkleinzoon van oprichter C.T. Stork, rechts verteller 'Gerrit de arbeider' (Laus Steenbeeke). Foto Willem van Walderveen

De stoomfluit zet meteen de toon: dit is de wereld van de machinefabrieken, met metershoge tandwielen, loopbruggen, fabrieksklokken en hoge schoorstenen die de industriestad Hengelo in de gloriedagen tot een centrum van drukke bedrijvigheid hebben gemaakt. En hier, op een nu braakliggend fabrieksterrein van de voormalige machinefabriek Stork, wordt deze zomer de musical-achtige productie Stork! opgevoerd – een regionaal initiatief van professionele theatermakers met massale bijstand van zingende, dansende, musicerende en figurerende amateurs.

Stork! vertelt het verhaal van de pionierende C.T. Stork die in 1868 zijn eerste fabriekje opzette en toont via diverse jubilea hoe dat bedrijf na anderhalve eeuw uiteenviel. De makers zoeken de oorzaak van die neergang voornamelijk in het feit dat er na 1968 geen Stork-telg meer in de directie zat. Dat is misschien een al te romantische theorie, maar het biedt wel de mogelijkheid via een fictieve telg een wat-als-scenario te introduceren. Want hoe zou het Stork zijn vergaan als daar nu een achterkleinzoon van de oprichter aan het bewind was geweest?

Het publiek, op tribunes die in een halve cirkel rond de immense speelvloer staan, komt ogen tekort voor de fantasievolle, breed uitwaaierende taferelen die hier voorbijkomen. Wel heeft regisseur Jasper Verheugd, die ook samen met componist Jan Tekstra het script schreef, soms te kampen met de overvloed aan informatie die nodig is om het verhaal helder te vertellen. Maar ze hebben in elk geval twee bezienswaardige personages gecreëerd: Laus Steenbeeke, die als „Gerrit de arbeider” tevens de verteller is, en Han Oldigs als C.T. Stolk, die zijn functie als vaderfiguur mooi vermengt met een onmiskenbaar paternalisme. De fictieve achterkleinzoon (Niels Gooijer) en diens geliefde (Roosmarijn Luyten) hebben iets minder reliëf. Maar hun romantische ballade (Wat als) kan een klassiekertje worden.

    • Henk van Gelder