Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Parade

Mijn ex-vriendin was iets hoogs bij een landschapstheatergezelschap, dus ik was al vaak op de Parade geweest. Ik was de man die erbij hing bij gesprekjes met theatermensen die het net niet waren. Ze hadden maar één zin, moesten iets doen met een leeuwenkop op, zaten in een achtergrondkoortje of scheurden heel theatraal kaartjes. Van hun ambities en gevoelens maakten ze geen geheim, integendeel: alles werd gedeeld. Met mijn ex verdween ook de Parade uit mijn leven.

Vorige week was ik er dan toch weer.

Niet helemaal voor de lol, of juist wel: fotograaf Jan Dirk van der Burg trad op met een powerpointpresentatie met 272 van zijn lievelingsfoto’s, een wervelende ode aan het menselijk tekort. Zo reisde je samen in een Fiat Panda naar inspraakavonden, zo was een van de twee artiest in een paars kostuum en met een minishowballetje.

Na afloop een kort gesprekje met de artiest, ik was niet de enige bekende die hem een handje kwam geven. Hij zei dat het verplicht was om tussen de voorstellingen door parade te maken, dus we moesten maar niet schrikken als we hem tijdens het bierdrinken door een microfoon hoorden schreeuwen en wat strapatsen zagen maken.

We schrokken natuurlijk toch, maar dan toch niet zo als van Bartho Braat – de acteur die zo lang Jef Alberts speelde in GTST dat hij voor mij Jef Alberts is – die in een camouflagebroek en een wit hemd tussen de tafeltjes door viel.

Hij zou de hele avond terugkomen om reclame te maken voor zijn voorstelling over een soapacteur die tot zijn grote frustratie nooit wordt gevraagd om Macbeth te spelen.

We zagen de parallel.

Hup, daar was hij weer.

En weer.

Later stond hij naast me met een witte vlag te zwaaien.

Om ons heen werd er, behalve met een ‘Pas op, daar heb je Jef Alberts weer’, al niet meer op gereageerd.

Nee, dan Humberto Tan in de rij voor een loempia. Dat was geen voorstelling maar werd wel als zodanig gerecenseerd.

De rest van de avond was typisch Parade. Zo gleed ik tussen twee biertjes achterwaarts van mijn krukje. Bij het opkrabbelen keek ik in een geschminkt gezicht met vlechtjes in het haar dat iets te enthousiast riep dat ze met een groep vrijwilligers hadden afgesproken om er die avond extra raar uit te zien.

Ze kende me nog.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen