Stutterheim bovenin de in 2016 geopende A’DAM Toren, het voormalige Shell-kantoor aan het IJ waar Stutterheim mede-eigenaar van is.

Foto Merlijn Doomernik

‘Is er nu toch een vergadering, dan heb ik ruzie thuis’

Duncan Stutterheim

Vanaf zijn 21ste wilde dance-ondernemer Duncan Stutterheim „altijd vooruit” met ID&T. Tot hij in 2015 zijn miljoenenbedrijf vaarwel zei. Nu investeren Stutterheim en zijn vrouw in cultureel vastgoed.

‘Dit is de eerste zomer dat ik niet de kriebel voelde om erbij te zijn.” Afgelopen weekend was Mysteryland, het grootste dancefestival van Nederland, met meer dan 100.000 gasten. Duncan Stutterheim (46) was twintig jaar lang de organisator. Totdat hij opeens niet meer de baas was van entertainmentbedrijf ID&T. „Feesten als Mysteryland vergen een enorme opbouw. De dj’s boeken, de podia inrichten, de kaartverkoop. Als je dan uiteindelijk die enorme menigte ziet dansen, dat geeft zo’n adrenalinekick.”

Drie jaar nadat hij in 2015 gedesillusioneerd opstapte bij SFX, een Amerikaanse evenementengigant die twee jaar daarvoor ID&T had overgenomen, heeft Stutterheim een nieuwe bestemming gevonden als ondernemer. Samen met zijn vrouw en zakenpartner Lisca Stutterheim investeert hij nu in „cultureel vastgoed”.

Zijn droom – onder de paraplu van het grote, beursgenoteerde SFX de dancefeesten van ID&T verder over de wereld uitrollen – mag dan zijn mislukt, Stutterheim is goed uit de strijd gekomen. De Amerikanen betaalden destijds bijna 100 miljoen euro voor het inlijven van ID&T. Een fiks bedrag voor een bedrijf dat winsten boekte van 2 à 3 miljoen euro per jaar.

Ongeveer een derde van de verkoopsom ging naar Duncan Stutterheim, de D in ID&T, dat hij op zijn 21ste begon met twee vrienden. De rest was voor de 24 zakenpartners die hij tegen die tijd om zich heen had verzameld. „Door schade en schande had ik geleerd om de beste mensen aan te trekken voor de dingen waar ik zelf niet goed in was”, zegt hij over dat bedrijfsmodel.

Zo kan het dat Stutterheim, nog ruim voor de vijftig, beschikt over de levenslessen van een kwart eeuw ondernemen – als tiener begon hij al een koeriersbedrijf, nadat hij zonder diploma het vwo verliet – én over het kapitaal om die lessen te kanaliseren in nieuwe projecten.

En ID&T? Dat bestaat nog steeds. Drie maanden nadat Stutterheim vertrok, ging het met schulden overladen SFX failliet, waarop ID&T verder ging met hulp van een zakenbank. „Veel vrienden werken er nog, dus ik krijg wel mee wat er gebeurt. Eigenlijk is er niet zoveel veranderd. Mysteryland is nog steeds Mysteryland.”

Contemplatie en spiritualiteit

Wat Stutterheim zelf ging doen, „dat was niet meteen voorspeld”. Hij besloot het eventjes rustig aan te doen na de hectische tijd met SFX. Bovendien had Stutterheim - „vatbaar vanwege de stress” - een virusziekte opgelopen, die tijdelijk de helft van zijn gezicht verlamde. „De samenwerking met SFX verliep niet zoals ik wilde. Daar kan ik slecht tegen. Dat vrat energie.”

Na al die jaren in het nachtleven – zijn vrouw draaide ook mee in de organisatie – wilde het gezin, net verrijkt met een derde dochter, meer tijd voor elkaar. „Het werk dat wij deden, was net als de muziek. Je kunt het niet voor 50 procent aanzetten. Het moet voluit.”

Twee jaren deden ze het rustig aan. Nu overziet het stel een groeiende vastgoedportefeuille in Amsterdam. Vanuit de in 2016 geopende A’DAM Toren, het voormalige Shell-kantoor aan het IJ, waar Stutterheim mede-eigenaar van is, kan hij hun nieuwste aanschaf zien: het Westergasfabriekterrein aan de westkant van Amsterdam. De Stutterheims kochten er begin dit jaar zeventien gebouwen, waaronder bioscoop het Ketelhuis en de Gashouder, een locatie voor grote exposities en evenementen.

Nóg een paar kilometer verderop, zelfde windrichting, is Nachtlab – een kantoorpand met dj-studio’s, een dj-school en verschillende productiebedrijven. Daar vlakbij moet een dertig meter hoge toren komen. En dan is er nog hun grachtenpand, waarvan ze de hypotheek in één klap aflosten na de deal met SFX.

Wat het volgende project wordt? „Ik moet er wel om lachen dat mensen altijd meteen met je volgende stap bezig zijn”, zegt Stutterheim. „Lisca zei het laatst heel mooi: ‘Alsof je net je eerste kindje hebt gekregen, het bezoek amper in de wieg kijkt en vraagt: wanneer komt de tweede?’”

Voor zichzelf hebben ze in ieder geval afgebakend dat ze binnen Amsterdam blijven investeren. En alléén in projecten die iets met cultuur of muziek te maken hebben. „Vastgoed kopen puur om mijn geld te laten renderen, daar heb ik niks mee. We willen mooie plekken creëren, voor cultuur, voor entertainment. En we willen er het liefst op de fiets naartoe kunnen.”

Als baas van ID&T wilde hij weleens „te veel, te snel”, zegt Stutterheim. Van een vriendengroepje dat in 1992 bij het eerste grote feest in de Utrechtse Jaarbeurs hun ouders nog inschakelde om met pepermuntjes bij de toiletten te zitten, groeide ID&T uit tot een dance-imperium met een eigen radiostation, tijdschrift, restaurant, strandtent, een eigen energiedrankje en een rosé. „Altijd vooruit, zo zit ik in elkaar.”

Maar vooral het radiostation slurpte geld. In 2006 hing ID&T op de rand van faillissement. Een lening van twee miljoen euro van vader Cor Stutterheim, rijk geworden als bestuursvoorzitter van automatiseerder CMG, redde de boel.

„ID&T was bijna kapotgegaan door mijn dominantie”, zegt Stutterheim junior. „Toen ben ik de kracht gaan zien van tegenspraak. Ik zakte bewust naar 45 procent van de aandelen, omdat ik niet langer het gevoel wilde hebben: het zal wel wat jij zegt, ik ben hier toch de baas.”

Lees ook het eerdere interview met Stutterheim over zijn ambities met ID&T en zijn uiteindelijke vertrek: ‘Ik wilde de hele wereld in het wit laten dansen’

Na het bijna-faillissement nam Stutterheim een jaar vrij. Het gezin ging naar Australië, destijds nog met twee dochters. De rust deed ze goed, maar na een tijd hadden de Stutterheims „alle stranden en speeltuinen van Sydney wel gezien”, zegt hij. „Op een gegeven moment komt die schommel wel op je af, zeg maar.”

Het ondernemersbloed kroop al snel waar het niet gaan kon. In Melbourne zagen ze het grootste stadion ter wereld. Hoe zou het zijn om daar een editie van Sensation, een van de grote ID&T-feesten, te organiseren? Ze vierden oud & nieuw te midden van 40.000 mensen.

Slechts één keer eerder had Stutterheim een pauze genomen, rond zijn dertigste. Zijn jongere broer Miles, die ook meedraaide in ID&T, verongelukte in 2000 met zijn Porsche – de dresscode van de grote Sensation-feesten is sindsdien wit. „De dood van Miles heeft me in de basis veranderd. Ik besefte wat ik allemaal nog niet had gedaan in mijn leven. Tot dan toe was het werken en feesten.”

Stutterheim ging reizen, naar India, vond troost in hoe mensen daar met de dood omgaan. „Maar ik sprong ook uit de band. Ik deed dingen omdat hij ze niet meer kon doen. Dan kocht ik een paarse Lamborghini, want die vond Miles altijd heel fout.”

Sindsdien is hij aan zichzelf blijven werken. Soms op onconventionele manieren, zoals ceremonies met ayahuasca, een bewustzijnsveranderend brouwsel van planten uit de Amazone. „Ayahuasca doe je niet voor de lol, zoals een jointje of een pilletje. Het is echt bedoeld om in gesprek te gaan met jezelf, om de confrontatie aan te gaan met je blokkades.”

Het was tijdens zo’n ceremonie dat de begeleidende Colombiaanse sjamaan de vraag opperde waarom hij niet stopte bij SFX, nadat Stutterheim tevergeefs de leiding in New York had geprobeerd te overtuigen van koers te veranderen. „Die vraag had ik mezelf nooit gesteld. Ik zag die mogelijkheid niet eens.”

Stutterheim weet dat niet iedereen zich thuis voelt bij spiritualiteit. „Maar reflecteren, dat moet elke ceo doen. Ik praat nu ook met een coach. Als je aan de top opereert, kun je al snel gaan denken dat je het epicentrum van de wereld bent. Het is goed om uit die tunnelvisie te komen, om na te denken waar je staat – ook naar je familie toe, en naar je vrienden.”

Zelf was hij in zijn jongere jaren „haantje de voorste”, zegt Stutterheim. „Dat was ik al van mezelf en dat werd versterkt door mijn positie bij ID&T. Je ego wordt gevoed. Ik was weinig genuanceerd, kon autoritair zijn. Sommige mensen vonden me een lul. Dat snap ik wel.”

Ook met Lisca is er tegenwoordig meer evenwicht, zegt hij. „We vullen elkaar goed aan. Ik ben van de grote lijnen, zij heeft een goed oog voor de details. Vroeger had ik de neiging om overal het laatste besluit over te willen nemen. Maar dan haal je bij háár ook het enthousiasme weg. Ik heb geleerd om te vertrouwen.”

Altijd managen, altijd praten

Stutterheim heeft zijn werkweken inmiddels teruggeschroefd van „zo’n zestig uur” in de ID&T-tijd, naar dertig nu. „Op woensdagen zijn we met zijn drietjes thuis, nu de kleinste nog niet naar school gaat. Soms heb ik toch een vergadering van een van de besturen waar ik in zit. Dan heb ik ruzie thuis. Mijn vrouw vraagt dan: ‘Wat vind je nou echt belangrijk?’”

Zijn telefoon staat regelmatig op stil, een andere verandering. „Bij ID&T hadden we een cultuur dat we altijd bereikbaar waren voor elkaar. Nu denk ik: geef mij maar een avond met complete aandacht voor mijn kinderen. Voor je het weet is de oudste alweer de deur uit.”

De vrijheid die hij nu heeft, noemt hij „onbetaalbaar”. Al mist hij het ook wel, onderdeel zijn van een groot team. „Tussen de middag broodjes smeren met z’n allen, grappen maken. Maar als directeur moet je er ook zijn voor al die mensen. De helft van mijn tijd ging op aan managen, aan praten.”

Bij de A’DAM Toren is er daarom iemand aangesteld die het aanspreekpunt is voor alle bedrijven in het pand, waaronder panoramarestaurant Lookout, 24-uursclub Shelter én een oude bekende: ID&T. „We zijn nu twee jaar bezig met de toren. Strubbelingen horen erbij, maar het loopt goed. We zijn zelfs van één keer per maand overleg met de directeur overgegaan naar één keer per drie maanden. Die rust, dat is fantastisch.”

Ook buiten zijn werk houdt Stutterheim het overzichtelijk. Hij is vrijwilliger in drie besturen, voorheen waren dat er „al snel zes of acht”. En ook hier ligt de focus op Amsterdam, zoals het bestuur van het Concertgebouworkest. Stutterheim: „Ik geef ongeveer 5 procent van mijn tijd en geld weg. Ik kan niet de wereld redden, maar ik kan wel over een bedrijfsplan brainstormen met iemand in de bijstand.”

En zo is de dance-ondernemer die feesten van Melbourne tot São Paulo organiseerde weer terug in de stad waar hij als jochie uit Landsmeer naartoe kwam voor de wedstrijden van Ajax, en later voor de clubs aan het Rembrandtplein. „Als jongetje wilde ik altijd weten wat er aan de andere kant van de schutting lag”, zegt hij. „Ik heb van alles gezien en gedaan, de wereld over gereisd, feesten georganiseerd, tig auto’s en fietsen gehad.”

Nu voelt het gezond om eventjes binnen de schutting te blijven. Stutterheim: „Ik heb nu één auto, één racefiets en één stadsfiets en ik ben helemaal blij.”

Lees ook: Hoe een dancebedrijf over zijn ambities struikelde
    • Ykje Vriesinga