In leven blijven is hier grensverleggend genoeg

Grunberg in het verpleegtehuis #7

Schrijver Arnon Grunberg verblijft 14 dagen in een Vlaams verpleegtehuis en schrijft daar dagelijks over.

Het is tien uur ’s ochtends. Op het terras van de afdeling Orion, voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, verzorgt fysiotherapeut Ankie turnoefeningen. De sessie is ook toegankelijk is voor mensen van andere afdelingen. Er hebben zich dertien deelnemers aangemeld, inclusief de schrijver.

Ankie is een levenslustige vrouw in korte broek die de cd Esta Loca opzet om het turnen mee op te vrolijken. „We dwingen niemand om mee te doen, maar soms moedigen we aan”, zegt ze.

Er zijn opblaasballen en stokken voor de oefeningen. We mogen blijven zitten zodat ook bewoners in rolstoelen mee kunnen doen. Melanie, van de afdeling jongdementie, draagt een roze truitje waarop staat stay positive. Soms staart ze alleen voor zich uit.

De ene deelnemer doet met meer enthousiasme mee dan de andere, maar niemand wordt aangemoedigd het uiterste uit zichzelf te halen en zijn grenzen te verleggen. In leven blijven is hier grensverleggend genoeg.

Emile, die naar het schijnt uit Schotland komt, doet bij hoge uitzondering ook mee. Hij draagt altijd een hoedje, bij voorkeur ook een zonnebril, hij ziet eruit als een jazzmuzikant die leeft op sigaretten en coke, hij schijnt ook muzikant te zijn geweest, tegenwoordig woont hij op Orion.

Na afloop van de therapie komt vrijwilligster Martine met stukjes appel langs. Daarna is het tijd voor soep. Ik zit naast Francis, die inspecteur van de politie was in Brussel en Gent, een andere bewoner van Orion. Hij komt uit Bastogne en spreekt Vlaams met een prachtig Frans accent. „Ik heb heel wat mensen moeten opsluiten”, zegt hij. „Het was spijtig genoeg nodig.”

Hij draagt een blauw gestreept poloshirt en een grijze corduroybroek, hij heeft een snorretje en loopt ietwat voorovergebogen. Ik schat hem in de zestig. „Ik ben niet getrouwd, heb geen kinderen, maar wel een vriendin”, verklaart Francis.

Beneden op de afdeling Luna (jongdementie) zijn ze nog bezig soep te maken, zoals altijd op maandag en donderdag. Kas, teamcoach van de afdeling, vraagt aan bewoonster Jenny: „Wat voor muziek wil je horen?”

„Gewoon modern,” zegt Jenny, „maar zacht, geen boem-boem.”

Melanie zegt: „Iets van vroeger.”

Het nummer ‘Hemelsblauw’ van Will Tura wordt opgezet. „Trouw, eeuwige trouw/ beloofden wij elkaar/ jij bleef van mij/ een droom voor mij/ maar ik loop hier alleen”, zingt Tura.

Terwijl Jenny in de soep roert, zegt ze: „Dat is niet plezant, dat je van iemand houdt en dan opeens is het kapot.”

(Wordt vervolgd)