In Calais vreest men revanche van boze slagers op veganisten

Al enkele maanden vallen zogeheten anti-speciësten slagerijen in Franse steden aan. Jagers en boeren dreigden met represailles.

Slogan van de militante veganisten, op straat in de Franse stad Lille. Foto Philippe Huguen/AFP

Kookwedstrijden, proeverijen en filosofische debatten over de exploitatie van dieren: het eerste ‘Calais Vegan Festival’ bood voor elk wat wils. Maar de breed in lokale media voor 8 september aangekondigde toogdag voor Franse veganisten gaat niet door. De gemeente Calais heeft het festival verboden uit vrees voor „verstoringen van de openbare orde”.

Jagers en boeren zouden via sociale media gedreigd hebben met represailles voor in de afgelopen maanden aanvallen van militante veganisten, zogenoemde anti-speciësisten, op slagerijen, viswinkels en restaurants.

In Frankrijk, waar 97 procent van de bevolking vlees eet,: proberen militante veganisten de vleesconsumptie te stoppen

Bij zeker een tiental zaken, vooral in Noord-Frankrijk, zijn ruiten ingegooid en teksten aangebracht. De organisatie van het festival, de stichting Farplace, bezweert echter niets met de vernielingen te maken te hebben. Die zouden „totaal contraproductief” zijn, schrijft ze in een verklaring. „We zijn en blijven een niet-gewelddadige organisatie.”

Vorige maand bezocht een delegatie van de Franse vleeslobby het ministerie van Binnenlandse Zaken in Parijs met het verzoek de „straffeloosheid” te stoppen, zodat slagers hun werk kunnen blijven doen. Tot nu toe is niemand gearresteerd voor de vernielingen. Eerder veroordeelde de Conféderation Française de la Boucherie, Boucherie-Charcuterie, Traiteurs (CFBCT) in een brief aan de minister de „overvloedige media-aandacht” die de veganistische zaak zou krijgen.

Farplace zegt zich neer te leggen bij het besluit. „We kunnen de deelnemers niet in gevaar brengen omdat we weten hoe vastberaden deze opposanten zijn.” De organisatie zegt open te staan voor dialoog: „Iedereen is welkom op onze evenementen, wat ze ook eten of denken”.

    • Peter Vermaas