Opinie

    • Arjen Fortuin

Fascinerende Zomergasten met ontwapenende minister Wiebes

Zomergasten De VVD-minister toonde zich in Zomergasten een uitzonderlijk mens. Hij raakt ontroerd door de vooruitgang en hij zegt dat hij nooit boos wordt op mensen. „In het ergste geval straf ik een boom.”

Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) had een aantekenblokje meegenomen naar het tv-interview. „Elk gesprek is een brainstorm.” VPRO

„Het probleem met Eric Wiebes”, zo werd vorig jaar gesteld in Zondag met Lubach, „is dat het geen politicus is, maar een mens.”

Een interessante hypothese.

Zondag had Janine Abbring – eindredacteur van Zondag met Lubach – in haar rol van presentator van Zomergasten alle gelegenheid die hypothese over de minister van Economie en Klimaat te toetsen. Dat VVD’er Wiebes (1963, opgeleid als werktuigbouwkundige) een uitzonderlijke man is, werd snel duidelijk. Door het aantekenblokje dat hij naar het interview had meegenomen („Elk gesprek is een brainstorm”) en door wat hij keuvelenderwijs over zijn vakantie te berde bracht. Zo verzekerde hij dat hij ook tijdens survivaltochten door de natuur alleen boos wordt op dingen of fenomenen, maar nooit op mensen: „In het ergste geval straf ik een boom.”

Wiebes, die thuis weleens ‘een hoofd op pootjes’ wordt genoemd, wilde het over vooruitgang hebben, waar hij „ontroerd” door kan raken. Hij zong – aan de hand van onder meer beelden over de bouw van de Bijlmermeer – de lof van het idee. Eindresultaten zijn nooit zo mooi als de ideeën, vindt hij, maar we moeten niet te snel uitgaan van mislukkingen. „Optimisme is de zweepslag van de vooruitgang”, zei Wiebes. Een plicht, ook.

Problemen los je niet alleen op door ze te analyseren, maar vervolgens vooral de verbeelding aan het werk te zetten. Zo toonde zich de mens Wiebes: begeesterd, inspirerend en op een moeilijk verklaarbare manier ontwapenend. Toen hij het had over de vormende kracht van werk, koppelde hij dat ongevraagd aan de problemen van een van zijn naasten, die lang niet altijd werk heeft. Na dat uitgelegd te hebben, zuchtte de minister, deed hij zijn bril af en wreef hij even in zijn ogen.

Voor de mens Wiebes hoefde Abbring dus geen moeite te doen. Toen ze na drie kwartier de politicus te pakken kreeg, ontspon zich een fascinerend gevecht. Eerst was er Wiebes met nogal wat aplomb gebrachte afkeuring van kunstsubsidies. Zijn culturele belangstelling bleek minimaal, wat een curieus contrast vormde met zijn eerder zo nadrukkelijk beleden liefde voor de verbeelding.

Met econoom Milton Friedman als aanleiding, benadrukte Wiebes de noodzaak van economische groei en de vrije markt, waar Abbring de kwetsbaarheid van de planeet, uitbuiting en onrecht tegenover stelde.

Scherper werden de tegenstellingen toen hij beelden van Boris Johnson liet zien en zijn afkeer uitsprak van de dominantie van beelden in de politiek. „Al dat theater helpt niet. Politicus is een saai beroep en moet dat ook zijn. Ik houd ook niet van politici die zich op een gevoel of hun hart beroepen. Het hart is een pomp.”

De metafoor van de vuilniszakken

Fraaie woorden, maar de interviewster had daar geen boodschap aan. Zij legde dadelijk het verband met de intuïtieve verdediging („Ik voel het in al mijn vezels”) van de afschaffing van de dividendbelasting door Mark Rutte. Dat was een volkomen andere zaak, vond Wiebes, maar waar de feitelijke bodem voor de maatregel te vinden was, kon hij niet aanwijzen. „Over die feiten worden we het niet eens”, concludeerde Abbring, wat Wiebes zichtbaar vervelend vond. (Al was er geen boom om te straffen.)

Het volgende gevecht behelsde de Groningse gaswinning. Ook daarbij spaarde Abbring, die jaren in Groningen woonde, de bewindspersoon niet: „Daar zit je denkfout: ik hoor hem nu.” Wiebes verdedigde zich naar vermogen, zijn gastvrouw waarschuwde hem niet nog een keer met een metafoor over vuilniszakken te komen („Die heb ik al vijf keer gehoord”) en uiteindelijk bleek zelfs het gespreksonderdeel ‘warmtepompen’ een kijkerbinder.

De door Wiebes getoonde fragmenten (Kreatief met kurk, Renate Rubinstein, Pippi Langkous en de witkar van Luud Schimmelpennink kwamen langs) waren in dit alles van ondergeschikt belang, maar de confrontatie met de mens én de politicus Eric Wiebes leverde drie uur razend spannende televisie op.

    • Arjen Fortuin