Een ode aan de mode van Rick Owens

Schrijver Elfie Tromp is verliefd op de kleding van Rick Owens. Op de rijke stoffen en de vorm, maar vooral op hoe ze zich erin voelt.

Foto Merlijn Doomernik

Liefde. Plots is het er, en het verhaal begint. Dit stuk gaat niet over mode, maar over verliefd worden. Over een wereld scheppen die je niet meer wilt verlaten. Over een jongen met een hand als een deurklink. Iedere keer als ik die vastpak, opent zich een nieuwe wereld. Eerst word ik verliefd op hem, dan op zijn kennis. Hij vertelt me over de filosoof Deleuze, over brutalisme, over modeontwerper Rick Owens.

En dan beginnen er dingen te veranderen.

De jongen draagt hoge, leren sneakers. Ik snap sportschoenen buiten de fitnesszaal niet, maar deze intrigeren me. Met hun hoge schacht en overdreven dikke tong doen ze me denken aan laarzen voor een stadsleger. Hij draagt een zwarte broek met laag kruis van het zachtste satijn dat ik ooit heb gevoeld. Het daagt mijn denkkaders uit; lagekruisbroeken waren toch voor djembé- hippies of jaren negentig-skaters? En: welke man draagt satijnen broeken?

Zodra ik kleding van Rick Owens pas, begrijp ik zijn kracht; ik wil het nooit meer uitdoen. Het zit niet alleen comfortabel, het voelt ook veilig. 80 procent rationeel, 20 procent flamboyant, volgens de ontwerper zelf. Zijn kleding heeft een ingetogen buitenissigheid die intrigeert en je naar de drager lokt.

De eerste paar keer dat ik het draag, raak ik bevangen van schaamte; hoe durf ik zoveel geld aan mezelf te spenderen?

Op het eerste oog is zijn kleding genderneutraal; zo komt Rick zelf regelmatig in stevige haklaarzen applaus halen na zijn shows. Zowel zijn mannen- als vrouwenlijn kent doorzichtige tops en draperieën. Hij is de enige ontwerper die kledingstukken ontwerpt waar nog geen naam voor bestaat. Regelmatig sta ik in het pashok met een shirt dat ook een jas is, een jurk die ergens tussen sjaal en wrap-around zit. Een goed voorbeeld hoe Rick mainstream beïnvloedt: hij was de eerste met de ‘soksneaker’ die nu ook bij veel andere grote merken een hit is.

Modellen op comfortabel schoeisel

Het uitentreuren herhaalde zandloperideaal van het vrouwenlichaam dat geacht wordt op wankele schoenen door het leven te gaan, is bij Rick Owens (56) geen gegeven. Zijn modellen staan op comfortabel, sterk schoeisel en zijn gehuld in beschermende materialen. Hij mengt harde stoffen – gecoat denim, leer, lak – met zachte texturen zoals chiffon rokken en katoenen jurken. Zijn ontwerpen volgen niet de lijnen van het lichaam, maar de lijnen van de stof. Het gaat er niet om hoe het zit, maar om hoe het hangt of staat om je lichaam. Extreme silhouetten, in plaats van ingesnoerde tailles.

Op zijn overzichtstentoonstelling in Milaan dit voorjaar zie ik een filmpje van hoe de meester te werk gaat. Hij drapeert een lap stof om een pop. Neemt afstand, vormt verder, zet een plooi met een naaldje vast. Neemt afstand, vorm, plooi, naaldje, afstand. Het is meditatief om te zien hoe iemand samenvalt met zijn werk. Dat is waar ik als schrijver ook naar verlang. Te vaak raak ik afgeleid door randzaken. Deadlines, gagebesprekingen, sociale verplichtingen. Te weinig tijd breng ik simpelweg door met de woorden die voor me staan. Hoe kan ik ze rangschikken, zo, en precies zo dat ze zich loszingen van de pagina en bouwstenen in iemands gedachten worden?

De presentatie van de voorjaarscollectie van Rick Owens.

Ricks levensverhaal leest als een pleidooi voor het volgen van de lijnen van de eigen fascinatie. Niet zoals het hoort, maar zoals het past. Opgegroeid in een conservatief katholiek gezin in Californië, verlaat hij de dogma’s van zijn jeugd in Los Angeles, waar hij als losgeslagen goth in fetishbarren rondhangt. Na een afgebroken opleiding aan de modeacademie, komt hij als patroontekenaar terecht bij het sporktkledinglabel van de zeventien jaar oudere Michèle Lamy – zijn toekomstige vrouw, muze en compagnon.

En dan beginnen er dingen te veranderen.

Het is een iconisch duo, zij met gouden tanden en een zwarte lijn over het voorhoofd getrokken, behangen met grove sieraden en gekleed in zwarte couture. Hij laat zijn grijze krullen chemisch bewerken om ze als een gladde tooi over zijn schouders te laten vallen. Lamy is gek van sporten. Rick inmiddels ook. Hij is open over zijn steroïdegebruik. Koop minder jurken, pleit hij. Fitness is de nieuwe couture.

Zijn werk moest een zwarte, glitterende drol zijn op het witte vlak van conformiteit, bedacht hij in de jaren negentig. Hij zou alleen ontwerpen voor een groepje excentriekelingen en daarmee basta. Het tegendeel gebeurde; inmiddels woont hij in hartje Parijs in het voormalige kantoor van president Mitterrand en heeft hij wereldwijd 120 winkels. Dit jaar ontving hij de Lifetime Achievement Award van de Council of Fashion Designers of America.

Foto Merlijn Doomernik

Rick doet geen concessies aan de kwaliteit van zijn kleding; niets wordt door onderaannemers in schimmige naaiateliers in elkaar gezet. Hij heeft zijn eigen kledingfabriek in Italië gekocht om kwaliteit in kleding en arbeidsvoorwaarden te garanderen. Ieder bod voor overname heeft hij tot nu toe geweigerd. Er is geen creatief team dat zijn ideeën uitwerkt; alles wat uit zijn atelier komt, heeft hij zelf ontworpen.

Goedkope Rick-artikelen zijn er dan ook niet. Rick Owens is elitair in zijn prijzen en eist daarmee de toewijding van zijn kopers. Een leren jas kost gemakkelijk 1.700 euro. Een T-shirt onder de 150 euro zul je niet vinden. Daarin zit ook een eeuwigheidsprincipe besloten. Door massaproductie zijn we de ware kostprijs van kleding uit het oog verloren. Een generatie geleden kochten we iets waar we jaren mee moesten doen. Nu is onze kledingkast een vergaarbak van niemendalletjes die in de sale een goed idee leken. Het mooie aan Rick-kleding is dat ze losstaan van seizoenen en trends. De dingen die hij in zijn beginjaren ontwierp, zijn moeiteloos te combineren met wat er nu van hem te koop is.

Prettige verwarring

De dag dat ik een maandloon uitgeef aan Rick Owens, ga ik een persoonlijke grens over. Het is niet eens een bijzondere galajurk die ik koop, maar gewoon dingen die ik in het dagelijks leven draag: een paar laarzen, een jasje, een jurk. De eerste paar keer dat ik het draag, raak ik bevangen van schaamte; hoe durf ik zoveel geld aan mezelf te spenderen? Dan begint me de kwaliteit op te vallen, het gemak. Hoe eigen het is geworden en ook: hoe slijtage de stoffen meer laat glimmen, meer laat leven. Het is een prettige verwarring die de drager teweegbrengt bij anderen omdat de kleding zo buiten de kaders ligt van wat verwacht wordt. Maar het mist de schreeuwerigheid van bijvoorbeeld punkkleding. „Een boodschap uitdragen met je kleren vind ik zo passief-agressief”, zei Rick eens.

Langzaam maar zeker word ik uitgesprokener; in mijn opiniewerk, in mijn proza en in mijn voorkomen. Ik kleed me minder naar het idee van hoe een schrijver eruit hoort te zien, maar meer naar hoe ik ben. Misschien is het leeftijd of levenservaring, maar Rick Owens hangt ermee samen. Hij is de poortwachter van een binnenwereld die ik bij het volwassen worden heb verlaten. Als kind mag je nog alles zijn, maar zodra we over carrières nadenken, zodra we geld verdienen, nemen we rigide rollen aan met bijpassende kostuums.

Rick Owens lokt me terug de wereld in van primair scheppingsplezier, van met blote handen moddertaartjes bakken in de zon en dode vogeltjes openknippen om te zien hoe ze van binnen eruitzien. Mijn ex ziet me na een maandenlange radiostilte en stamelt: „Je bent meer… jezelf geworden.”

Toegegeven, op het eerste gezicht heeft Ricks werk iets cultachtigs, alsof je kijkt naar ceremoniële gewaden en uitdossingen voor krijgers van een andere planeet. Zijn theatrale shows worden bijgewoond door wild uitgedoste outsiders met gasmaskers op, witte lenzen in en asymmetrische, ravenzwarte kapsels. Zoek #RickOwens op Instagram en je waant je op een gothic carnaval. Hoe indrukwekkend sommige van deze adepten ook zijn, het gaat voorbij aan Ricks kunde én humor. Zo ontketende hij een mode-rel toen hij in 2015 zijn mannelijke modellen de catwalk opstuurde met penis-decolleté (#freethepeen). Bungelende piemels piepten tussen de lappen door. Mode is te rechttoe rechtaan en statusgedreven geworden, aldus Rick. Maar hij is na twintig jaar in de mode niet tandeloos geworden. Dat bewijst ook de fontein in zijn Parijse winkel, waar hij als wassen beeld pissend de straal maakt. In de pashokjes van de winkel in Milaan kun je plaatsnemen op dienstig gehurkte Rick-poppen. De glitterende drol die hij in de jaren negentig voor zich zag, straalt nog steeds in al zijn glorie.

    • Elfie Tromp