Daniel Lozakovich: „Ik wil muziek maken en mensen inspireren óók muziek te maken.”

Foto Lev Efimov

Amper 17 en nu al een rijzende ster van de buitencategorie

Rijzende ster

Van violist Daniel Lozakovich verscheen onlangs een rijpe en rijke debuut-cd, geheel gewijd aan Bach. „Ik wilde tonen wat ik kan.”

Hij speelt met een ouderwetse toon en tomeloze energie. Niet voor niets ook omhelsde de Duitse pers hem al als de nieuwe ‘Blitzbub’ van de klassieke muziek: violist Daniel Lozakovich (Stockholm, 2001) is onomstotelijk een rijzende ster van de buitencategorie. Onlangs verscheen zijn debuut-cd met muziek van Bach bij Deutsche Grammophon.

Hoe zou je jezelf omschrijven?

„In het dagelijks leven ben ik een doodgewone schooljongen, die dol is op sport. Judo, boksen, schaken, tennissen, voetbal, ik vind het allemaal even leuk. Maar zodra ik het concertpodium op stap, transformeer ik. Dan word ik de componist wiens muziek ik speel, en voel ik me een koning: degene die alles mag bepalen.”

Waarom viool?

„Toen ze thuis merkten dat ik de hele dag zong, nam mijn moeder me mee naar de muziekschool. ‘Kies maar piano’, zei ze. Maar het was open dag, en er speelde ook iemand Bach op viool. Met tranen in mijn ogen wist ik: dát wordt het.”

Wat je moeder vast ook prima vond.

„Nou nee, ze reageerde met enig afgrijzen. Ze was ook blij dat alle goede vioolleraren me weigerden, omdat ik met zeven jaar gold als te oud om nog met zo’n moeilijk instrument als viool te starten – zeker als ik echt iets zou willen bereiken. Slechts één lerares wilde het wel proberen. Zij zei na de proefles: ‘Daniel is een geboren violist.’ Mijn moeder smeekte nog: ‘Zorg er alstublieft voor dat hij binnen twee maanden stopt!’ Maar toen speelde ik al mijn eerste concertjes.”

Je was meteen serieus?

„Ja. En ongeveer op mijn tiende heb ik mijn ouders daar ook van kunnen overtuigen. Dat ik violist bén. Mijn moeder was wel zeer teleurgesteld dat ik geen proftennisser zou worden. Maar topsporter ben je tot je dertigste, violist voor je leven. Met dat argument heb ik het pleit gewonnen.”

Sta je in een traditie?

„Ik ben tot mijn twaalfde in Stockholm opgegroeid. Mijn ouders komen uit Wit-Rusland, maar ze hebben ook joodse en Tataarse wortels. Vanaf mijn twaalfde had ik les van een Russische pedagoog, Josef Rissin. Maar Rissin doceert een volstrekt eigen viooltechniek, geen typisch Russische. Hij zegt zelf dat hij zonder Russische leraren veel verder zou zijn gekomen, haha. Zijn methode is erop gericht zodanig ontspannen te spelen dat je op je tachtigste nog virtuoze stukken aankunt.

„Daarnaast heb ik ook les van Eduard Wolfsen - hij is meer een coach voor me. Wolfsen is ook een van de belangrijkste vioolhandelaren ter wereld: via hem heb ik mijn Stradivarius in bruikleen gekregen. Het moment dat ik die viool mee naar huis mocht nemen, vergeet ik nooit. Een onbeschrijflijk geluksgevoel.”

Wie zijn je voorbeelden?

„Dat hangt ervan af. Leonard Bernstein in de symfonieën van Schumann, in Beethoven hoor ik weer liever Furtwängler, of Carlos Kleiber. En in Bach beluister ik authentieke en niet-authentieke uitvoeringen naast elkaar. Ik geloof niet in het primaat van één aanpak. Alleen overtuigingskracht telt. En die is persoonlijk.”

Hoeveel studeer je?

„Op schooldagen nu dagelijks twee à drie, in het weekend vier of vijf uur. Voor sporten heb ik nu wel minder tijd. Aan schaaktoernooien doe ik helemaal niet meer mee. Vroeger wel. Daar leerde ik lange spanningsbogen te overzien en te verdragen, wat als violist nu goed van pas komt. En dat geldt ook voor de mentale reactiesnelheid die ik leerde van boksen.”

Je debuut-cd is gewijd aan Bach. Dappere keuze.

„Ik wilde tonen wat ik kan. Bach dwingt je daartoe. Daarbij: ik houd van risico.”

Wat is je doel?

„Muziek maken en mensen inspireren óók muziek te maken. De reden is simpel. Muziek behoort tot het mooiste en belangrijkste wat de mensheid heeft opgeleverd.”

Heb je wel buitenmuzikale inspiratiebronnen?

„Ik lees veel en ik ga graag naar musea. Ik kom net uit Florence, één groot museum, en in St. Petersburg ga ik altijd graag even naar de Hermitage. Rembrandts Terugkeer van de Verloren Zoon is daar mijn lievelingsschilderij.”

Wat is je belangrijkste levensles tot nu toe?

„Leef je leven niet als sprint, maar als marathon. Ik drong ooit door tot een belangrijke schaakfinale, en stond daar op winst. Het leek een snelle, lekker hanige overwinning te worden. Verblind door overmoed maakte ik een cruciale fout. Moraal van het verhaal: al staan alle seinen op winst, je kunt altijd nog vallen! Blijf oppassen. Ik was woe-dend.”

Debuut-cd is uit bij Deutsche Grammophon.
    • Mischa Spel