Op papier mooi zo’n handbalacademie

Handbal

Het Nederlandse mannenhandbal stelt internationaal weinig voor. Om het niveau te verhogen start de bond een handbalacademie voor jonge talenten, net als bij de vrouwen. Onomstreden is het plan niet.

Nederland neemt het Belgische doel onder vuur tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd in januari van dit jaar. Foto Henk Seppen/Orange Pictures

De naam alleen al is pretentieus: Handbalacademie. En dat voor Nederlandse mannen, die sinds 1961 op geen EK of WK meer aanwezig waren. Toch worden veertien handbaltalenten vanaf zaterdag op nationaal sportcentrum Papendal geschoold. Gemeten naar de successen van het Nederlands vrouwenteam is de twaalf jaar oude handbalacademie een doorslaand succes. Te kopiëren bij de mannen? Een poging, in Sittard, stierf in schoonheid. En in de kroeg.

Geen toekomst zonder verleden. Dat is bij de Nederlandse handballers pover qua resultaat. Van grote ambitie, zoals bij de vrouwen, die als ‘Meiden met een Missie’ in de jaren negentig het lethargisch doormodderen doorbraken, was bij de mannen geen sprake. Pas zes jaar terug werd in Limburg, onder druk van provinciaal beleid, een handbalacademie voor jongens opgericht. „Want als je blijft doen wat je doet, krijg je de resultaten die je hebt”, was het adagium van trainer Gino Smits, met Harry Weerman en Joop Fiege een dwingende, technische kracht achter de toenmalige academie.

Was een handbalinternaat voor Nederlandse talenten in Sittard wel zo’n gelukkige keus? Niet echt, zo bleek. De jongens werden evident betere handballers, daarover geen discussie; vooral met dank aan het enthousiasme van bondscoaches Smits, Fiege en Weerman. Maar het was een Limburgs plan, met Limburgs geld – de provincie subsidieerde jaarlijks naar verluidt 120.000 euro – dat deels werd gesteund door het Nederlands Handbal Verbond (NHV).

Veelvuldig in de kroeg

Op papier mooi, zo’n handbalacademie. Maar de praktijk is weerbarstiger, bleek in Sittard. Niet alle Nederlandse toptalenten waren er verzameld en buiten de traingshal liet de discipline zwaar te wensen over. „Het was vrijgevochten, leve de lol. Jongens zaten veelvuldig in de kroeg”, vertelt Lodewijk Doorenbos, vader van Brent, die het laatste jaar doorliep.

De ondernemer uit Assen kijkt bitter terug. Doorenbos: „De keus voor de handbalacademie is de slechtste die we als ouders ooit gemaakt hebben. Je betaalt 500 euro per maand in het vertrouwen dat de zaken buiten de trainingen om ook goed zijn geregeld. Maar er was geen structuur, de huisjes op wooncomplex Watersley waren ronduit onhygiënisch en er was nauwelijks toezicht. Het eten was slecht en soms was er helemaal geen eten. De jongens moesten na tien uur ’s avonds stil zijn. Geen probleem, omdat ze dan vaak in het café zaten. En een aantal jongens, onder wie mijn zoon, ging soms niet eens naar school. Toen Brent, die inmiddels bij E en O uit Emmen speelt, terugkeerde hadden we moeite hem in het gareel te krijgen.”

Sjors Röttger, nu algemeen directeur van de handbalbond, maar als technisch directeur in 2016 verantwoordelijk voor de sluiting van de Limburgse academie, kent de klachten. Hij noemt Watersley „een spookdorp en allesbehalve een geweldige woonomgeving”, maar tilt wat minder zwaar aan het cafébezoek. „Daarvoor zijn het pubers. Die willen wel eens een biertje drinken.”

De pijn bij Röttger zit ’m in het besluit dat hij de stekker eruit moest trekken. „Een zwarte vlek in mijn loopbaan”, zegt Röttger, die vond dat hij geen andere keus had. Een besluit met een nasleep, want er loopt nog een rechtszaak van de eigenaar van Watersley tegen het NHV wegens contractbreuk.

De onvermijdelijkheid van de sluiting had volgens Röttger drie redenen: organisatie, financiën en een klein beetje sportief. Buiten de faciliteiten van Papendal en zonder steun van sportkoepel NOC*NSF blijft een academie zijn beperkingen houden, vindt hij. Zo was er in Sittard geen kok voor aangepaste voeding, om maar iets te noemen. Maar hét breekpunt waren de financiën. Volgens Röttger was de afspraak met de provincie Limburg dat de subsidie zou worden afgebouwd en het NHV stapsgewijs meer zou bijdragen. Maar Röttger vond het uiteindelijk een onverantwoorde investering om met ledengeld een decentraal gelegen academie overeind te houden.

Vader Doorenbos was, met andere ouders, aanvankelijk woedend op het NHV. Een onbezonnen daad op grond van valse argumenten, vonden zij. Doorenbos was toen nog niet op de hoogte van de losbandigheid op de handbalacademie, wat hem later milder stemde. Maar na de sluiting werd hij opgezadeld met een zoon die zijn ambitie niet langer kon nastreven en in de knoop kwam met zijn studie, die hij moest voortzetten in Drenthe, maar niet aansloot op die in Limburg. Met andere ouders zette Doorenbos zich in voor een doorstart, die zinloos zou blijken.

Mars naar de wereldtop

Ondanks de ervaringen in Sittard bleef het NHV streven naar een handbalacademie voor jongens. Per 1 september gaat het opleidingsinstituut op Papendal van start. Met dank aan NOC*NSF dat uit de extra tien miljoen euro van het ministerie van VWS jaarlijks een half miljoen reserveert voor initiatieven van sporten die serieus werk willen maken van een mars naar de wereldtop. Het NHV krijgt de komende drie jaar op een bijdrage van 53.567 euro per jaar. In 2020 wordt geëvalueerd en bepaald of mannenhandbal toekomstperspectief heeft.

Technisch directeur Paul van Gestel van het NHV vertelt dat veertien talentvolle spelers zijn geselecteerd. Zij volgen een programma dat vergelijkbaar is met het schema dat de meisjes op hun academie volgen. De kosten voor spelers, die van maandag tot en met donderdag op Papendal trainen, slapen en studeren, bedragen 300 euro voor een kamer plus zestien euro per dag aan maaltijden. Uitgangspunt is een vierdaagse trainingsweek van zestien uur, waarna de spelers in het weekeinde beschikbaar zijn voor hun club.

De plannen worden door de topclubs niet ondersteund. Lions, Bevo, Volendam en Aalsmeer hebben grote bedenkingen, omdat zij menen een gelijkwaardig programma te kunnen bieden. Hun stilzwijgend (Bevo) of uitgesproken (Aalsmeer) advies aan talenten: ga niet naar de handbalacademie van het NHV.

„Daar speelt de tweede keus”, smaalt Bert Bouwer, trainer van Aalsmeer, die zondag met zijn team dankzij een 26-25 zege op Bevo de Super Cup won. Hij is misschien wel de grootste criticaster van de handbalacademie. „Er wordt op één niveau met alleen leeftijdgenoten getraind. Bij de clubs moeten die jonge broekies tegen de grote jongen opboksen. Daar worden ze echt beter van. Weet je wat het kernprobleem is? Sportbonden hangen tegenwoordig vanwege de financieringen aan het infuus van NOC*NSF.”

    • Henk Stouwdam