Recensie

Once In A Blue Moon is inspirerend nieuw rootsfestival

Met een slimme interpretatie van het begrip rootsmuziek bood Once In A Blue Moon Festival een inspirerend affiche. Cowboyhoeden waren er alleen voor de lol.

David Crosby

Het weer zat tegen, maar de elementen werkten aan alle kanten mee bij de eerste editie van Once In A Blue Moon. Het festival in het Amsterdamse Bos wil (vrij naar Bruce Springsteen) „het nieuwe, het oude, het wilde en het onschuldige” belichten, toegespitst op americana en rootsmuziek. Het gevaar van oubolligheid ligt op de loer bij zo’n op het verleden gericht uitgangspunt, maar OIABM ontsteeg op verschillende manieren de beperkingen van een blank, stoffig en nostalgisch programma.

Allereerst was daar Bombino, de menselijke groovemachine die geen voor ieder verstaanbare teksten nodig had om te inspireren. De band rond de Nigerese zanger Omara ‘Bombino’ Moctar, die de rebelse Toeareg-agenda omzet in onweerstaanbare dansmuziek, liet de zon doorbreken op het festival dat enkele ongenadige stortbuien over zich heen kreeg.

Zo’n vijfduizend bezoekers bewogen zich relaxed over het ruime festivalterrein, waar zon en regen soms tegelijk om voorrang vochten. Vliegtuiglawaai bleef uit op deze plek vlak bij Schiphol-Oost. Of het moest komen uit de gitaar van Pablo van de Poel van DeWolff, die de hoogtijdagen van Eric Clapton, Deep Purple en Ten Years After liet herleven met razend virtuoos gitaarspel.

Rockgroep DeWolff op een rootsfestival? Zo gek was dat niet, want ook de Limburgers putten inspiratie uit het rijke popverleden om erboven uit te stijgen. Tussen de vrolijke bluegrass van de ad-hocformatie Tim Knol & de Blue Grass Boogiemen en de statige country van het trio I’m With Her – drie prachtig zingende Emmylou Harrissen op rij – was clichécountryzanger Sam Outlaw bijna een persiflage op het genre. Hij droeg een cowboyhoed en zijn achtergrondzangeres heet Molly Parton; say no more.

Seasick Steve, The Mavericks en Drive-By Truckers brachten elk hun eigen fans van beproefde blues- en countryrock op de been. Het duo Hiss Golden Messenger klonk doorleefd en geïnspireerd. Speciale vermelding verdient de 1,60 meter kleine Courtney Marie Andrews, die country en soul meeslepend verenigde in fakkelsongs vol vuur en compassie. Haar tribuut aan Aretha Franklin met een onderkoeld ‘Chain of Fools’ was welgemeend, want ook Andrews draagt de heilige inspiratie van gospel in zich.

Lees ook dit interview met Courtney Marie Andrews: ‘Ik ben songschrijver in een tijd van oorlog’

Ongeveer gelijktijdig maakte de oude walrus David Crosby een opmerkelijk sterke comeback. Niet langer gehinderd door zijn matige latere repertoire deed hij een flinke greep uit zijn beste werk met Crosby, Stills, Nash & Young. Met zijn uitstekende band liet hij in ‘Guinnevere’ en ‘Wooden Ships’ de geest van Woodstock herleven, inclusief de protestsong ‘Ohio’ (die eigenlijk van Neil Young is). De herboren en uit zijn persoonlijke drugshel opgestane Crosby (77) was uitstekend bij stem en kon ouderwets fulmineren tegen zijn „asshole for president”. Right on, man.

De volle maan op de terugweg hielp mee, fietsend langs de spookachtig bemiste Bosbaan. Daar was over nagedacht, zoals OIABM in alles een slimme variatie bood op de lelieblanke cowboyhoedenmuziek die bij zo’n liefhebbersfestival op de loer ligt. Met genre-ontstijgende artiesten als Bombino en Courtney Marie Andrews op het affiche, mag dit festival nog veel groter groeien.

Correctie (31 augustus 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd gesproken over de „Nigeriaanse” zanger „Omar ‘Bombino’ Moctar”. De zanger Omara Moctar, bijgenaamd Bombino, komt uit Niger. Beide fouten zijn hierboven hersteld.

    • Jan Vollaard