Met onverwachte trots en kracht zegt Alex: ‘Ik ben nog steeds dj’

Grunberg in het verpleegtehuis #6 Schrijver Arnon Grunberg verblijft veertien dagen en nachten in een Vlaams verpleegtehuis, als patiënt en verpleger. Hij schrijft daar dagelijks over.

Op de afdeling Luna, voor jongdementerenden, woont een dame van begin zestig die niet met haar naam in de krant wil omdat ze „een verantwoordelijke job heeft gehad”. Ze gebruikt haar maaltijden op de eigen kamer en komt hooguit langs de gemeenschappelijke ruimte om buiten te gaan roken. De dame, die zich uitstekend kleedt, eet alleen omdat sommige bewoners op zodanige wijze eten en worden gevoerd dat haar alle eetlust vergaat. Ze rookt vanaf haar tiende, ze heeft één dochter, die ze omschrijft als een levensgenieter. Soms gaat ze de deur uit om een „bierke” te drinken. Ze heeft zich preventief laten opnemen. „Ze zeiden: ‘Als je te lang wacht is er geen plaats meer, dan kom je in een gesloten instelling’.”

Schrijven gaat niet meer, zegt ze, rekenen ook niet, „terwijl ik dat goed kon”. Wat ze vertelt klinkt coherent. Ze hoopt dat er een bewoner komt die er net zo goed aan toe is als zij, zodat ze aanspraak heeft. Soms heeft ze spijt dat ze al naar Zuiderlicht is gegaan, „maar ja,” zegt ze, „ik kan niet meer terug. Ik heb geen meubels, geen bed, de weg terug is afgesloten. Mijn dochter zegt, ‘kom bij mij en mijn vriend wonen’, maar dat doe ik haar niet aan, ze is een twintiger, ze moet aan haar leven beginnen, ze moet mij niet als last op haar schouders hebben.”

Een verdieping hoger, op de afdeling voor mensen met een verstandelijke beperking, woont Alex. Hij zit in een rolstoel waarop ‘Alex’ staat. Soms valt hij voorover. Andere bewoners vertelden dat hij dj was. Ik vraag hem: „U was dj?” Hij antwoordt met onverwachte trots en kracht: „Ik ben het nog steeds.” Ik schat hem begin vijftig.

‘Zorgkundige’ Veronique zegt tegen een andere bewoner: „Ik moet even babbelen met Alex.”

Ze gaat naast hem zitten, Alex spreekt moeizaam, hij zegt: „Het gaat niet zo goed.”

„Het gaat minder, ja de laatste weken gaat het minder,” antwoordt Veronique.

Hij mompelt iets over een ziekenhuis, hij draagt een geelgroen T-shirt.

„In een ziekenhuis gaan ze niet beter voor u zorgen dan wij hier,” stelt Veronique.

Alex zegt iets over zijn moeder.

„Voor uw mama wordt goed gezorgd”, zegt Veronique. „En binnenkort komt ze hier wonen. Juist nu mag u niet opgeven, Alex. Uw mama zal zo gelukkig zijn als ze hier woont. Dan kunnen jullie misschien samen eten in de cafetaria.”

(Wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg