Opinie

    • Wilfried de Jong

Hoe je van een fiets kunt houden

Een paar dagen geleden overleed de beroemde framebouwer Dario Pegoretti (62). In een oude loods in het noorden van Italië werkte hij decennialang aan stalen frames met een uitgebalanceerde geometrie. Pegoretti was ook kunstenaar, hij beschilderde zijn fietsen zelf. Dan gingen zijn grijze lokken achter zijn oren en leefde hij zich uit op de buizen, soms in de uitbundige stijl van Pollock of Basquiat, dan weer sober als een schetsende architect.

Hij hield niet van massaproductie. Alles ging op het gemak, fiets voor fiets. Op elk frame vind je een plaatje met de woorden: fatti con le mani. Met de hand gemaakt. Profrenners als Andrea Tafi en Mario Cipollini reden ooit op fietsen van Pegoretti.

„Ach, het zijn gewoon acht buizen die goed op elkaar passen”, zei de framebouwer bescheiden over zijn modellen.

Zelf heb ik in 2009 ook een exemplaar besteld. Via een mailtje vertelde ik Dario dat ik, net als hij, een jazzfanaat was. Ik vroeg om een Marcelo Thelonious (vernoemd naar ‘The High Priest of Bop’ Thelonious Monk), een model dat hij afleverde met ragfijn geschilderde zwarte toetsen die op de ene buis netjes tegen elkaar aan lagen maar op een andere buis aan zwarte draadjes leken weg te vliegen. Op de verticale buis onder mijn zadel had Pegoretti, heel abstract, als extraatje voor mij saxofoonkleppen geschilderd.

Het schoonmaken van de fiets na een rondje is geen straf, ik kijk na al die jaren nog steeds graag naar de details.

De stalen fietsen zijn niet meer zo in trek. Recreanten spiegelen zich aan het profpeloton en kopen liever een fabrieksexemplaar van carbon. Die zou beter op de weg liggen en bovendien ruim een kilo minder zwaar zijn.

Mijn antwoord: ‘Train eerst dat buikje eraf dat je nu meetorst, daarna spreken we verder.’

In de Vuelta reed het carbonpeloton door het heuvelachtige gebied van de provincie Malaga. Op de volgauto stonden reservefietsen; rijd je je fiets in de prak, geen nood, binnen dertig seconden kun je door op een volgend exemplaar.

Winnaar van de etappe Alejandro Valverde zal het carbonmodel niet gezoend hebben. Meteen na de finish werd zijn fiets op de auto vastgesnoerd en afgevoerd. In de tijd van Merckx hadden renners hun fiets soms op hun hotelkamer staan.

Maatjes waren ze, de fiets en de coureur.

Aan Pegoretti werd eens gevraagd hoe de band nu was tussen een profrenner en zijn fiets. Hij zei: „Het is hun liefje niet meer, het is hun instrument.”

Als ik met mijn nagels tegen het staal tik en met de vingertoppen over de buis met vliegende pianotoetsen glijdt, hou ik van mijn fiets. Er zitten een paar krasjes op de buis, de lak aan de onderkant is doffer geworden door opspattend vuil. Maar mijn stalen kunstwerk inruilen voor een exemplaar van carbon?

Nee, dat heeft maestro Pegoretti niet verdiend.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.
    • Wilfried de Jong