Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Waarom Den Haag nog lang zal praten over de zomerse uitspraken van Buma

Deze week: het komend halfjaar is beslissend voor Rutte III.

Ofwel: splijtzwam klimaat, meer VenJ-blues, de divi-soap, en vooral: het Buma/Klaver-dilemma.

Het is verraderlijk rustig in de wandelgangen – maar in de Haagse binnenkamers weten ze: dit zijn cruciale weken.

De zomer was relatief rustig, en veel politici zijn teruggekeerd met een beter besef van de wereld buiten Den Haag.

Verwonderd, soms ook geïntrigeerd, praten ze over de enorme aandacht die Baudet kreeg met een naaktfoto van zichzelf op Instagram. Over Trumps openlijke gevecht met justitie, met zijn oud-raadsman én met een oud-reality-tv-collega die in het Witte Huis werkte. „The reality TV-people are now the reality”, zei de Amerikaanse komiek Bill Maher in juli.

Lange tijd hadden we het over vermenging van politiek en entertainment, nu lijkt het entertainment de politiek over te nemen. Welkom in het tijdperk van politainment.

Maar intussen moet zo’n kabinet gewoon door. Keuze is er niet: Rutte III staat voor een beslissend halfjaar.

De coalitie moet uiterlijk eind volgende week zijn eerste begroting klaar hebben. Anders komt de Raad van State in de knel.

Ze moet daarna doorschakelen om vóór Prinsjesdag, geholpen door SER-voorzitter Mariëtte Hamer, een pensioenakkoord met werknemers en werkgevers af te sluiten. Anders komt de hervormingsagenda in de knel.

Ze moet over zes maanden, maart 2019, krachtig genoeg zijn om bij de Statenverkiezingen de meerderheid in de Eerste Kamer (één zetel) te behouden. Anders komt de hele coalitie in de knel.

En vanaf het najaar, na de algemene beschouwingen, wachten eerste harde keuzes over klimaatbeleid, waarover ik deze week diverse politieke en ambtelijke routiniers de bange vergelijking hoorde maken met „het NMP-1”.

Voor wie dit niet paraat heeft: het „NMP-1” was het eerste Nationaal Milieubeleidsplan, het kwam uit in 1989 – en leidde tot de val van het tweede kabinet-Lubbers.

Als je inhoudelijk terugblikte op de zomer was het verleidelijk vooral over de VVD te praten.

Onbegrijpelijke uitspraken van Stef Blok: Rutte boos, Kaag boos, de coalitie die hem vermoedelijk (maar niet van harte) overeind houdt. De semi-openbare dreigementen van Wybren van Haga (VVD), het 76ste Kamerlid. En de dividendsoap, met Rutte in de rol van de premier die een impopulair plan doordrukt.

Toch geloof ik dat de meest fundamentele positie in de zomer werd ingenomen door Sybrand Buma (CDA).

In Elsevier sprak hij vorige week de vrees uit dat klimaatbeleid een nieuwe electorale opstand creëert, „een herhaling van de Fortuyn-revolte”.

Hij ziet een tweedeling tussen prosecco drinkende Tesla-rijders en „gewone mensen” die al blij zijn met een tweedehandsje voor de deur.

„Het is de taak van de politiek naast de gewone mensen te gaan staan”, zei Buma.

Een niet te missen waarschuwing, om twee redenen.

Om te beginnen inhoudelijk: de planbureaus rekenen deze zomer de effecten door van maatregelen die in juli door bedrijven, activisten en deskundigen in de „hoofdlijnen” van het klimaatakkoord zijn opgenomen.

Ed Nijpels, de oud-VVD-leider, leidt deze onderhandelingen, ook het komend halfjaar. Detail: hij was milieuminister toen Lubbers II in 1989 over het NMP-1 viel.

De eerste doorrekeningen, die eind augustus worden verwacht, vormen de grondslag voor de reactie van het kabinet en de Kamer, waarna het plan is dat Nijpels in december een definitief klimaatakkoord sluit.

Het betekent dat het kabinet en de Kamer dit najaar moeten bepalen hoeveel extra geld ze over hebben voor zaken als gasvrije woningen, elektrische auto’s, meer windmolens op zee en minder industrie-uitstoot.

Politiek nogal spannend. Vrijwel alle partijen, ook het CDA, onderschrijven de Parijse doelstellingen voor CO2-terugdringing.

Maar betrokkenen bij de onderhandelingen verwachten dat een definitief nationaal klimaatakkoord, bedoeld om ‘Parijs’ te halen, het rijk honderden miljoenen, mogelijk oplopend tot een miljard euro extra kan kosten – en dat CDA en VVD dit nooit zullen betalen.

Dus om op Prinsjesdag toch iets voor het klimaat te doen, overweegt Rutte III vervroegde sluiting van twee kolencentrales – de Hemweg in Amsterdam; de Amer in Geertruidenberg.

Maar daarna wacht de coalitie dus nog steeds een levensgroot dilemma: later beginnen aan naleving van ‘Parijs’ (accepteren D66 en CU dat?) of toch maatregelen treffen die volgens Buma een kiezersopstand kunnen creëren?

Ook voor de VVD is dit echt ingewikkeld: de partij zit met Nijpels en Eric Wiebes, minister van Klimaat, met de vingers aan de knop. Maar ook in haar achterban bestaat beduchtheid.

Het pleit allemaal erg voor veel uitstel, hoorde ik deze week in die kringen. Maar dat maakt het niet per se eenvoudiger.

Binnen Rutte III is namelijk bekend dat bij Buma nog iets anders speelt.

Mocht de coalitie in maart haar meerderheid in de senaat verliezen – en die kans is reëel – dan is GroenLinks eigenlijk de enig mogelijke gedoogpartij. D66 en CU kijken er al naar uit, ook gezien de klimaatdiscussie in de coalitie.

Maar Buma heeft slechte herinneringen aan de onderhandelingen met Klaver, vorig jaar in de formatie, en is niet erg geneigd nog eens met de GroenLinks-leider in zee te gaan.

Ziehier de politiek loodzware lading van het thema klimaat: een breuk in de coalitie na de Statenverkiezingen, zoals bij het NMP-1, zou inderdaad zomaar kunnen.

Optimisten zijn er ook – onder klimaatonderhandelaars en sommige werkgevers, maar ook in de achterban van CDA en D66. Zij zien in de soap rond de dividendbelasting een kans: mocht de afschaffing na Prinsjesdag toch sneuvelen, dan kan het vrijvallende geld, denken zij, als lastenverlichting naar het bedrijfsleven om terugdringing van CO2-uitstoot te financieren.

De slaagkans lijkt me niet enorm – maar wie weet.

Het hele dividenddossier knaagt ook nogal aan de coalitie. Rutte was er in de formatie al emotioneel over, en nu hij voet bij stuk houdt kun je je niet aan de indruk onttrekken dat enkele coalitiepolitici denken: veel succes met je verdediging, makker.

Ook geen detail: vanaf oktober komen drie rapporten (twee over het WODC, één over het OM) uit waardoor het ministerie van Justitie en Veiligheid opnieuw onder vuur komt. De speculaties over een gedwongen vertrek van topambtenaren zwellen nu al aan, op het ministerie en in de coalitie. En dat is zelden een voorbode voor politieke stabiliteit.

Coalities die het moeilijk hebben met zichzelf, worden vaak gered door externe steun.

Wat dit betreft is Rutte III er veel aan gelegen dat Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) de komende weken een pensioenakkoord met bonden en werkgevers sluit. Ingrediënten: vertraagde verhoging AOW-leeftijd en sturen op premie-inleg in plaats van pensioenopbrengst (plus niet-invoering van de persoonlijke pensioenpotjes, die Koolmees’ partij zo graag wil).

Politiek is ook psychologie: het kán de coalitie een kickstart geven, zoals Rutte II overkwam na het sociaal akkoord in 2013.

Dus let de komende weken op Koolmees. Bij mijn weten plaatst hij nooit naaktfoto’s van zichzelf op Instagram, en is hij, heel ouderwets, bijna alleen gefocust op echte oplossingen voor echte problemen.

Maar als Rutte III in het najaar ineens tóch vleugels blijkt te krijgen, zul je zien dat ze later zeggen: bij Koolmees is het begonnen.

    • Tom-Jan Meeus