Hond

Een oudere heer met wandelstok, overhemd en spencer spreekt me aan op straat. Hij wijst met zachte glimlach en bibberige hand: „Mooie hond heeft u. Een Drentsche patrijs. Ik heb er vijf gehad in mijn leven.” Hij vertelt hoe moeilijk het steeds was afscheid te nemen. Maar de onvoorwaardelijke liefde van de dieren hebben hem veel gebracht. De laatste hond heeft hij bij een gezin moeten onderbrengen, het uitlaten werd hem te zwaar. Er verschijnt een waterige glans in z’n ogen. Dan grijpt hij ineens naar z’n borst. Z’n hart, denk ik in een flits; te geëmotioneerd. Vanonder de spencer haalt hij een microfoontje vandaan. „Telefoontje, deze moet ik nemen.”

Lezers zijn de auteur van deze rubriek. Ikjes insturen (max 120 woorden) via ik@nrc.nl