Opinie

    • Folkert Jensma

Hoe staat en vrije markt de rechtshulp lieten barsten

‘Ik heb het begin van de sociale rechtshulp meegemaakt. En nu zie ik het ook weer verdwijnen.” Op LinkedIn staat sinds maart bij Marty Gieskes ‘ex-advocaat en –mediator’. En dat ze een sabbatical neemt. Ze sloot dit voorjaar haar praktijk – ze kon het niet meer opbrengen. „Ik laat me niet langer voor het karretje van de overheid spannen”, zegt ze aan haar keukentafel, in Zwolle, licht mistroostig. Ze denkt dat meer familierechtadvocaten op afhaken staan. Jonge advocaten „beginnen niet meer aan dit vak”, zegt ze. En ze kan hen geen ongelijk geven. Je kan er niet meer van leven. En de druk is zeer hoog.

Ze begon medio jaren tachtig bij een Amsterdams advocatencollectief. Als idealist, gemotiveerd om het recht toegankelijk te maken voor wie de weg niet wist of het niet kon betalen. Sociale rechtshulp, gesubsidieerd door de staat, was nieuw en radicaal – de advocaten op haar kantoor verdienden hetzelfde als de secretaresse. Ze kon er van bestaan. Daarna werkte ze als advocaat in loondienst, elders. Vooral in het familierecht, maar ze deed ook faillissementen. Solliciteren als curator mislukte. „Ach, blijf toch bij echtscheidingen, dat zijn net kleine faillissementjes”, kreeg ze van de confrères te horen.

En dus bleef ze in de complexe wereld van alimentatie, boedelscheiding, vermogensverdeling, huwelijkse voorwaarden, pensioenkwesties, ouderschapsplannen en omgangsregelingen. Met daarbij nog wat voogdij, adoptie en naamswijzigingen. Ze schat dat 75 procent van haar cliënten die scheiden ‘het snapt’ en redelijk blijft. Een kwart gaat vechten. Zij probeert iedereen „op een goede manier” te laten scheiden, vooral „vanwege de kinderen”. Ze stak er jaren van cursussen en zelfstudie in.

Behalve advocaat is ze ook mediator. Kan ze nog overstappen, een ander terrein ontginnen? Ze kijkt me verbaasd aan. Dat komt neer op je hele studie opnieuw doen. Een gespecialiseerde advocaat moet nu al alles bij zien te houden, op dat ene terrein. Dat is al héél veel. Twee specialisaties dan, waarvan de een rendabeler is dan de ander? Ook uitgesloten. Daar is het te omvangrijk en te complex voor geworden. Ze zit vast in het familierecht en betaalt nu de prijs voor een vrij beroep.

Voordat ze voor zichzelf begon werkte ze voor een commercieel kantoor dat nog alle rechtsgebieden aanbood; de klantenkring had recht op ‘full service’. Voor de familierechtsectie werd 240 euro per uur gevraagd. In die tijd kwamen declaraties van vele tienduizenden euro’s voor, bij één echtscheiding. Op haar terrein treft ze vaak „mensen verstrikt in emoties” met „claimgedrag, uit onmacht”. Mensen die op hoge toon eisen stellen over oude laptops, een kinderbed of een rekening van vijftig euro. Ze kent advocaten met wie „niet te praten valt” en alleen te procederen. Ze begrijpt het wel, het is een verdienmodel. De tarieven in de gefinancierde rechtsbijstand zijn erop gebaseerd. Maar „je hebt er niks aan”. Procederen moet je achter de hand houden, voor „als niks anders helpt”.

Die 240 euro per uur vond haar laatste kantoor niet genoeg. In andere rechtsgebieden kon 400 of 500 euro per uur gerekend worden. Dus werd haar gebied afgestoten. Andere kantoren deden het ook. Gieskes begon voor zichzelf, met een uurtarief van 150 tot 180 euro voor betalende cliënten. Het gros van haar cliënten had echter recht op gesubsidieerde rechtsbijstand. Voor een scheiding heeft de staat tien uur advocatenhulp over, wat neerkomt op ongeveer duizend euro. „Daar blijf je dus nooit binnen.” De praktijk was dertig uur. Maar zestig uur kwam ook voor.

Ze toont me haar resultaten sinds 2013. Zelden kwamen haar omzetten boven de 45.000 euro uit. Gemiddeld behaalde ze, met vier dagen werken, een bruto jaarinkomen van 19.803 euro. Dankzij een werkende partner kon het uit, maar de vraag „waar stop ik m’n energie eigenlijk in” was niet meer te beantwoorden.

En zo is de regio Overijssel een gespecialiseerde advocaat kwijtgeraakt. Vermalen tussen de vrije markt en de lage overheidstarieven. De leemte in de rechtshulp is zo weer terug, van weg geweest.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma
    • Folkert Jensma