Opinie

    • Hugo Camps

Vuelta

De Vuelta a España kan een paukenslag worden in de hoogconjunctuur van het Nederlandse wielrennen. Het zou zomaar kunnen dat op de Lagos de Covadonga drie Nederlanders op het podium staan: Bauke Mollema, Steven Kruijswijk en Wilco Kelderman. Gedoodverfde klimmers die eerder hebben bewezen dat ze een molshoop aankunnen. Kruijswijk recent nog in de Tour, waar hij dagelijks de kopvlucht controleerde voor teamgenoot Primoz Roglic, die hoog in het klassement stond. Kruijswijk zelf trouwens ook: vijfde.

Allicht start de Vuelta zaterdag in Malaga met een gevoel van heimwee naar de afwezige Tom Dumoulin. De Nederlandse allrounder heeft ons behoorlijk verwend in de Giro en in de Tour. Hij streed om de eindzege. Dumoulin was de gevreesde smaakmaker voor renners en publiek. Een lefgozer zoals ze in Limburg niet meer geboren worden.

Kruijswijk imponeerde in de Tour met een lange solo naar de Alpe d’Huez. Hij wordt geassocieerd met pech en drama. Zijn val in een sneeuwmuur tijdens de Giro 2016, toen eindwinst wenkte, was een dreun waarvoor normale mensen aan de drank en de coke gaan. Zo niet Steven: niet stuk te krijgen. Hij is al even hoekig van incasseringsvermogen als van pedaalslag.

Wilco Kelderman kan hoog eindigen als hij het noodlot uit het wiel kan fietsen. Zijn prille carrière is getekend door pech en blessurelast.

En dan is er nog good old Bauke Mollema. De stille stoemper van Trek-Segafredo is altijd bereid om te koersen. Aanvallen is zijn levensmotto. Bauke is geen groepsmens, eerder een solitaire pelgrim. Het liefst zou hij iedere wedstrijd solo eindigen. Enkele jaren geleden werd hij een icoon in duet met Laurens ten Dam. Bau & Lau was ineens het koningskoppel van fietsend Nederland. Hun wegen scheidden en Mollema kreeg bij Trek het kopmanschap toebedeeld. Daar was hij mentaal niet op gebouwd.

De Vuelta lijkt een open ronde te worden, mede door de afwezigheid van Chris Froome en Dumoulin. Speculaties over eindwinst zijn nattevingerwerk. Er vallen namen die bij elke grote ronde vallen: Richie Porte, Rigoberto Uran, Simon Yates, Vincenzo Nibali en het Movistar-duo Nairo Quintana en Alejandro Valverde. Het is meer tombola dan wijsheid. Valverde is het mooiste wat je op een fiets kan tegenkomen, maar hij is inmiddels aan de derde leeftijd begonnen.

Nairo Quintana beleeft een rampseizoen. Altijd te laat in de aanval, altijd getelefoneerde demarrages. De Colombiaan verrast niet meer. We mogen letterlijk spreken van een slapend talent. Fietsen als siësta.

Van Vincenzo Nibali wordt gezegd dat hij de Vuelta rijdt als voorbereiding op het WK in Innsbruck. Er zijn meer renners die deze ronde herleiden tot ultieme preparatie voor het wereldkampioenschap. Het is pure blasfemie. De Vuelta is geen aanloopje, het is een monument.

Met eigen klank en kleur. Eindeloze etappes in een drukkende hitte of bergritten met diabolische stijgingspercentages. En soms over onverharde wegen uit de Middeleeuwen. Maar de ambiance blijft gemoedelijk en de hectiek beperkt. Urenlang zie je renners keuvelen.

Ondanks loodzware etappes zink ik tijdens de Vuelta ieder jaar lekker weg in bucolische dromerigheid. De Vuelta is voor tv-kijkers vakantie. Met af en toe om de hoek een nachtmerrie. De Vuelta heeft lugubere uitschieters, maar grosso modo is het de terugkeer naar de menselijke maat.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps