Recht & Onrecht

Politiebonden gaan met ‘herstelplan’ buiten hun boekje

Achter het conflict over de politie CAO gaat een machtsstrijd schuil tussen bonden en politiek – wie mag de toekomst van het bestel bepalen? De bonden gaan daarmee te ver, schrijft Piet van Reenen.

Agenten lopen mee tijdens de Vlaggenparade op de Waalbrug. Foto Piroschka van de Wouw - ANP

De politievakbonden gaan weer actie voeren. Na de oorlogsverklaring zijn er alleen voorzichtige verkennende gesprekken gevoerd. De eerste actie is woensdag bij de voetbalwedstrijd PSV- BATE om de Champions League. Politiemensen zullen het burgers moeilijk maken om het centrum van Eindhoven te bereiken. Ik ben benieuwd wat de rechter zegt als daar een incident met supporters uit voortvloeit. Het kan zomaar een misbruik van bevoegdheden opleveren.

Fundament

Er is iets eigenaardigs aan dit conflict. Het lijkt te gaan om inkomen en arbeidsvoorwaarden, maar in werkelijkheid gaat het om de vraag wie  zeggenschap heeft over de politie, over haar sturing, over het beleid en over de sterkte.  De gezamenlijke Politiebonden hebben in een ultimatum een herstelplan Nationale Politie van 33 punten gelanceerd. Dat omvat onderwerpen als een nieuw sturingsconcept, minder sturingslagen, herziening van de rol van de bedrijfsvoering, de rol van de lokale driehoek, versterking van basisteams, de werkinhoud van wijkagenten, meer rechercheurs, minder aanwijzingen van het O.M.,  vergroting van administratieve ondersteuning, de samenwerking tussen politie en andere diensten. De bonden zien dit als een noodzakelijk fundament voor een nieuwe CAO. Dat betekent dat zij  pas over arbeidsvoorwaarden wilden praten als de minister akkoord is met het herstelplan.

Verheffing

Van oudsher hebben politiebonden oog gehad voor de verheffing van de politie. Zo hadden bonden  voor de tweede wereldoorlog  eigen politieopleidingen, omdat overheden dat nalieten. Er is dus een traditie van zorg en medeverantwoordelijkheid. Maar wie naar de recente beweging van de politiebonden kijkt, kan toch niet om de conclusie heen dat  hun gevoel van verantwoordelijkheid veel te ver reikt.

In de politiewet gaat de minister en in het verlengde daarvan het parlement, over  de  meeste onderwerpen uit het 33 punten plan. Het is niet de verantwoordelijkheid van politiebonden. Het is onjuist om  CAO onderhandelingen  te gebruiken om minister en parlement te pressen om het politiebestel en het beleid te wijzigen. De vorige reorganisatie van de politie leert dat er tot tien jaar na de formele reorganisatie nog gesleuteld werd aan de nieuwe regiokorpsen.  Dat zal nu niet anders zijn. De vakbonden zoeken  een positie om daarop een zo groot mogelijke invloed te hebben.

Ramkoers

De bonden liggen ook op ramkoers met de korpschef. Ze ventileren in hun publicaties dat hij het gezag onder zijn mensen verloren heeft. De korpschef is weerloos tegen zulke aanvallen. Maar het wapen verliest zijn kracht als je het steeds gebruikt. Bouman, de eerste nationale korpschef  trof een verwant verwijt. Het is niet behulpzaam om  de nationale korpschef af te branden als je daarna weer met hem door moet.  Sterker nog, hij is je ingang tot verandering. En het is nog meer de vraag of het nuttig is om  half op de stoel van de minister en het parlement te gaan zitten als het gaat om politiebeleid. Het gaat immers om de verheffing van de politie, niet die van de bonden.

Boosheid

Overigens is er wel iets te zeggen voor de boosheid van de bonden. In menig opzicht is de reorganisatie een ramp en is roofbouw gepleegd op politiemensen. Bovendien is in de afgelopen jaren nagelaten  voldoende mensen op te leiden  om de pensioneringsgolf op te vangen, hoewel het ministerie wist dat die er aankwam.  De bezuinigingen op de salarissen van de afgelopen jaren zijn evenmin gecompenseerd.

Een tweede punt is de teleurstelling en de woede van veel politiemensen, die naar nieuwe en meer radicale  protestacties leiden. Die bewegingen waren er in het verleden  al eerder. Vakbonden  doen hun best om die vleugelbewegingen te beheersen. Het doet denken aan de protesten in zorg en  onderwijs waar ook  woede heerst  over de manier waarop men is behandeld in de afgelopen jaren. Nieuwe groepen belangenbehartigers spreken ook daar de politiek aan op meer dan hun inkomen. Meer erkenning en meer ruimharigheid zou de regering sieren.

Vertrouwen

In het verleden bestond er een informeel  netwerk van een paar politiemensen met gevoel voor bestuurlijke en politieke kwesties. Daarin losten een paar hooggekwalificeerde oliemannen in stilte allerlei gevoelige beleids- en rechtspositiekwesties geruisloos op. Verschillen van inzicht werden buiten het zicht van de media, en zonder dat er steeds formele posities werden ingenomen,  besproken. Met het onderlinge vertrouwen is bij de start van de nationale politie ook dat informele netwerk verdwenen. Een conflictmodel is daarvoor in de plaats gekomen. Misschien kan het ook over dat vertrouwen en over de kracht van informele netwerken gaan bij de komende onderhandelingen.

En nu maar hopen dat het goed gaat bij PSV-BATE.

De Veiligheidscolumn (voorheen Politiecolumn) verschijnt onregelmatig en wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten.

    • Piet van Reenen