Dierenblog

Ontdekt in de Atlantische Oceaan: een neonvisje

Prachtig neonvisje doet haai vergeten

Dit neonkleurige visje leeft in koraalriffen rond de Sint-Paulusrotsen. Foto LA Rocha

Wie: Tosanoides aphrodite
Wat: Neonkleurig punkvisje
Waar: Sint-Paulusrotsen, Atlantische Oceaan

Op 120 meter diepte betoverd raken door schoonheid. Het overkwam Luiz Rocha vorig jaar. Tijdens een duik rond de afgelefen Sint-Paulusrotsen zag Rocha zo'n kleurrijk visje dat hij alles om hen heen vergat. Zelfs de meterslange grauwe haai die vlak boven zijn hoofd zwom. Toegegeven, met zijn felroze strepen en knalgele lijf is het pas ontdekte visje Tosanoides aphrodite een prachtige verschijning. Rocha en zijn collega's beschreven het nieuwe neonvisje vorige maand in Zookeys. De naam is een verwijzing naar de Aphrodite, de Griekse godin van liefde en schoonheid. Zelf schrijven de biologen daarover:

Toen we deze vis verzamelden, naderde een grauwe haai (Hexanchus griseus) ons tot zeer dichtbij, maar dat leidde onze aandacht niet af van deze nieuwe, prachtig mooie soort, we zagen de haai niet eens. De schoonheid van Aphrodite anthias betoverde ons tijdens de ontdekking, net zoals de schoonheid de van Aphrodite de Griekse goden betoverde.

Dit moment is ook op film vastgelegd:

De Sint-Paulusrotsen vormen samen met de Sint-Petrusrotsen een extreem afgelegen verzameling rotseilanden. De dichtsbijzijnde kust is die van Brazilië, op 950 kilometer. De westkust van Afrika ligt op 1.800 kilometer. Het is voor het eerst dat er een visje van het geslacht Tosanoides in de Atlantische oceaan is ontdekt. Een Hawaiiaanse soort die in 2016 is beschreven werd toen verneomd naar de Amerikaanse president Obama: Tosanoides obama.

Brief aan het onbekende dier

Ter gelegenheid van Dierendag heeft wetenschapsredacteur Lucas Brouwers een brief aan nog onontdekte dieren geschreven:

Onbekend dier, pas op! Ooit waren mensen nog bang. Zeelieden vreesden dat je een monster was in de donkere diepte. Kopiisten overdreven je slagtanden en je dikke huid. Onze ouders vertelden ons sprookjes over grote tanden en je wilde streken. Onbekend dier, wat is er in een paar eeuwen veel veranderd. De aarde is nu een mensenplaneet. We vangen de wereld in potjes of in een kooitje. Maken plantages van jouw bos. Wij zijn niet meer bang.

Onbekend dier, als je echt gevaarlijk was geweest, hadden we al lang van je geweten. Als je nu pas wordt ontdekt, ben je piepklein, of goed gecamoufleerd of je leeft op een onherbergzame plek. En waarschijnlijk alle drie.

Onbekend dier, de eerste kennismaking loopt vaak lelijk voor je af. Je raakt met je vleugeltjes in een net verstrikt. Je wordt met een pincet van een tak geplukt. Je plonst met je schattige snoetje in de alcohol. Voor de wetenschap. Zonder dood exemplaar om te ontleden en op te meten, krijg je geen soortbeschrijving. Zonder soortbeschrijving besta je niet voor ons.

Onbekend dier, de biologen zullen zeggen: zolang we je niet kennen, kunnen we je niet beschermen. Kunnen we niet van je houden. Krijg je geen mooie naam.

Onbekend dier, luister niet naar ze. De meeste mensen zijn dol op dieren. Maar blijf nog maar even goed verstopt. Je bent beter af ver uit onze buurt, echt waar.

Voor de drie stakkers hiernaast is het al te laat. Dag lieve mol, vaarwel bergnimf, so long vreemde vis.

Blauwkeelbergnimf

Foto Francisco Sornoza-Molina

Wie: Oreotrochilus cyanolaemus
Wat: Een kolibrie met blauwe keel
Waar: Andesgebergte, Ecuador

Smaragdgroene kop, parijsblauwe keel. Deze prachtige kolibrie werd in april vorig jaar door ornitholoog Francisco Sornoza-Molina gefotografeerd in Cerro de Arcos, een bijzonder gebied in het Andesgebergte waar de wind torens en bogen uit de rotsen slijt. Sornoza-Molina had door dat het om een unieke populatie ging, en ving samen met collega's een paar exemplaren in mistnetten voor een soortbeschrijving. Die beschrijving stond vorige week in het vakblad The Auk. In het Engels worden kolibries van het geslacht Oreotrochilus hillstars genoemd, in het Nederlands krijgen ze de niet minder poëtische naam bergnimfen. Deze blauwkeelbergnimf voedt zich vooral met het nectar van de Chuquiraga, 'de bloem van de Andes', zagen biologen. Soms schieten de vogeltjes achter zwermen vliegjes die boven bergkreken zoemen. Het team schat dat er slechts 250 tot 750 van deze kolibries in het wild leven. Het leefgebied bestrijkt niet meer dan 100 vierkante kilometer, een gebied zo groot als de stad Utrecht.

Vreemde vis kruipt ondergronds

Foto Rachunliu Kamei

Wie: Monopterus rongsaw
Wat: Een aaltje dat leeft in vochtige grond
Waar: India, Khasiheuvels

Wat als een vis het water verlaat en ondergronds gaat leven? Vinnen zouden verdwijnen, want die zitten maar in de weg. Het diertje zou blind worden zonder noodzaak om te kunnen zien. En de kieuwen zouden slinken, zonder water om in te ademen. Kortom, je krijgt Monopterus rongsa, een pas ontdekte soort kieuwspleetaal. Kieuwspleetalen zijn een orde van zoetwatervissen. De meeste van deze alen leven tussen modder en boomwortels langs het water. Dit exemplaar kroop echter in vochtige grond, ver weg van het water: op 50 meter van de dichtstbijzijnde stroom. Biologen beschreven het vreemde visje in het tijdschrift Ichtyological Exploration of Freshwaters. De soortnaam rongsaw betekent 'rood' in het Khasi, een verwijzing naar de bloedrode kleur van de vis. Eigenlijk was de eerste auteur, Rachunliu Kamei, op zoek naar pootloze amfibieën. "Deze streek moet wetenschappelijk veel beter onderzocht worden", laat Kamei per e-mail weten. "Ik kom hier oorspronkelijk vandaan. Als lid van de Khasi-stam, kan ik hier onderzoek dat buiten bereik is van Indiërs en buitenlanders." Het is Kamei en haar collega's tot nu toe niet gelukt een tweede exemplaar van deze ondergrondse vis te vinden.

Dwergpad zonder oren

Foto Ishan Agarwal

Wie: Poyntonophrynus pachnodes
Wat: Een dwergpad
Waar: Angola, Serra da Neve

Biologen op de Serra da Neve, een berg in Angola, vonden in 2016 op 1488 hoogte een klein padje met koperen vlekjes. Het diertje hield zich rond de schemering schuil op vochtige bodem, onder rotsen en bladeren. Het dwergpadje van 31 millimeter is een nieuwe soort voor de wetenschap. Begin deze maand beschreven biologen de soort in Zookeys. De meeste padden en kikkers hebben een zichtbaar trommelvlies naast hun oog, maar dit nieuwe dwergpadje niet. Dat wil niet per se zeggen dat de pad doof is, dat moet nader onderzoek nog uitwijzen. Geluidsoverdracht zou ook via longen of schedel kunnen lopen. De biologen hebben de dwergpad de soortnaam 'pachnodes' gegeven, wat ijzig betekent, een verwijzing naar het koele, hoge leefgebied van het dier. De Serra da Neve staat eenzaam in het landschap. Geologen en biologen noemen zo'n eenzame bergtop een inselberg, een eilandberg. Voor een pad zo klein als deze, is de Serra da Neve inderdaad even geïsoleerd als een eiland.

Zeepaardje zo klein als een rijstkorrel

Foto Richard Smith/www.OceanRealmImages.com

Wie: Hippocampus japapigu
Wat: Piepklein zeepaardje
Waar: Izu-eilanden, Japan

Dit zeepaardje is 15 millimeter lang. Dat is even klein als een rijstkorrel. De goed gecamoufleerde vis was tot nu toe aan de aandacht van biologen ontsnapt, maar deze week maakten onderzoekers het bestaan van de soort in het tijdschrift Zookeys bekend. Duikers hadden het mini-zeepaardje eerder al gezien en gefotografeerd rond koraalriffen van de Izu-eilanden, een groep vulkanische eilanden 287 kilometer ten zuiden van Tokio. Biologen vingen het eerste exemplaar op 15 meter diepte, met een schepnetje.

Mol met dicht ooglid

Foto Bonn zoological Bulletin

Wie: Talpa martinorum
Wat: Een mol
Waar: Thracië

Europa heeft een mol erbij. Biologen constateren dat mollen in oostelijk Bulgarije en Europees-Turkije tot een andere soort behoren dan de gewone mol die in de rest van Europa leeft, Talpa europaea. De Thracische mol heeft een dicht ooglid, is iets kleiner dan de gewone mol en één kies mist een richel die de gewone mol wel heeft. De Thracische mol is vernoemd naar twee Russische zoölogen die in de jaren 20 Rusland zijn ontvlucht en tussen de twee oorlogen veel : het echtpaar Vladimir en Jevgenija Martino. Vladimir is met meerdere vernoemingen geëerd, maar Jevgenija is bijna vergeten. Om dat onrecht recht te zetten, benadrukken de biologen dat deze mol naar beide Martino's is vernoemd. De nieuwe mol is beschreven in het Bonn zoological Bulletin.

Eerste nieuwe mensaap sinds 1929

Tapanuli-orang-oetan-jonkie met moeder. Andrew Walmsley

Wie: Pongo tapanuliensis
Wat: Een orang-oetan
Waar: Sumatra

Het was de grote verrassing van 2017: een nieuwe mensaap. Genetici en biologen kwamen tot de conclusie dat een vreemde populatie orang-oetans op Sumatra zo sterk afwijkt in hun gedrag, genen en uiterlijk dat je moet spreken van een aparte soort. Ze hebben de aap ‘Tapanuli-orang-oetan’ gedoopt, naar de drie Tapanuli-districten waar de apen voorkomen. Het is de derde orang-oetansoort, naast de Sumatraanse en Borneose orang-oetan. De orang-oetan uit Tapanuli geldt meteen als meest bedreigde mensaap ter wereld. Er leven naar schatting nog minder dan 800 in het wild.

Lees ook: Nieuwe orang-oetansoort ontdekt, meteen met uitsterven bedreigd