Foto Anabel Oosteweeghel

‘Niemand geloofde dat een vrouw spion kon zijn’

Nadine Akkerman

De serieuze monografie van Nadine Akkerman over 17e-eeuwse spionnes werd een hit in Groot-Brittannië. „Ik heb nu een literair agent.”

Aanbiedingen van film- en tv-producenten, mailtjes van literaire auteurs die over haar bronnen willen praten, radio-interviews en een Engelse tournee om haar boek te promoten: het zijn bijzondere weken voor Nadine Akkerman, universitair hoofddocent Engelse letterkunde aan de Universiteit Leiden.

Haar boek Invisible Agents. Women and Espionage in Seventeenth-Century Britain is aan de andere kant van de Noordzee onverwacht een hit geworden. Het is een serieuze, wetenschappelijke monografie met een flinke hoeveelheid voetnoten, maar vijfsterrenrecensies in landelijke kranten als The Times en The Sunday Telegraph hebben ervoor gezorgd dat het boek ook buiten de academische wereld een publiek vindt. Akkerman: „Ik heb geen idee hoe ik met die aanbiedingen voor verfilmingen moet omgaan, dus daarom heb ik een literair agent in de hand genomen. Ik had nooit gedacht dat zoiets zou gebeuren.”

Geheime genootschappen

Akkermans boek behandelt een periode van uitzonderlijke politieke onrust in Engeland. Koning Charles I werd na een bloedige burgeroorlog van zijn troon gestoten en in 1649 onthoofd, waarna het parlement onder leiding van Oliver Cromwell het voor het zeggen kreeg. Na diens dood lukte het de koningsgetrouwe factie in 1660 Charles II op de troon te krijgen.

Deze turbulente decennia werden niet alleen gekenmerkt door strijd tussen soldaten, maar ook tussen spionnen. Royalistische geheime genootschappen met tot de verbeelding sprekende namen als ‘The Sealed Knot’ en ‘The Great Trust’ deden er alles aan om Charles II, die aan de overkant van het Kanaal in ballingschap leefde, zijn van God gegeven plaats weer te doen innemen. Het parlement had onder leiding van John Thurloe een geheime dienst opgetuigd die dit koste wat kost moest voorkomen. Dankzij het onderzoek van Akkerman weten we nu dat vrouwen als lady d’Aubigny, Aphra Benn (‘agent 160’), Susan Hyde (‘Mrs. Edwards’), Elizabeth Murray (‘Mrs. Legg’) en Jane Whorwood (‘agent 187’) een belangrijk onderdeel uitmaakten van deze strijd.

Akkerman stuitte voor het eerst op het fenomeen spionage toen ze haar proefschrift omwerkte tot een brieveneditie. Die editie bevatte de brieven van Elizabeth Stuart, de vrouw van Frederik V van de Palts, die aan het begin van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) namens de protestanten één seizoen koning van Bohemen was. „Nadat Frederik werd afgezet, woonde Elizabeth veertig jaar in Den Haag. In één van haar brieven aan een diplomaat in Brussel doet ze haar beklag over Alexandrine van Rye-Varax, gravin van Taxis, die een postnetwerk in West-Europa beheerde. Volgens Elizabeth opende de gravin haar post om erachter te komen waar zij en haar man mee bezig waren.”

Dat betekende dat Alexandrine een spion was, realiseerde Akkerman zich. „Wat leuk, dacht ik. En wat opvallend dat ik nog nooit van haar heb gehoord, of van andere vrouwelijke spionnen uit de zeventiende eeuw. Zouden die er, behalve deze postmeesteres, niet geweest zijn?”

Ze besloot de proef op de som te nemen. „Allereerst moest ik erachter komen hoe je een spion in het archief opspoort. Een goede geheim agent wil immers niet gevonden worden. Gelukkig liggen de archieven van een aantal belangrijke spy masters in de Bodleian Library in Oxford en hebben we de verhoren van spionnen die zijn opgepakt. Door de index te doorzoeken op woorden als ‘lady’, ‘Mrs.’ en het indertijd veel gebruikte ‘intelligencer’ kwamen er al snel namen tevoorschijn.”

Speciale vouwtechnieken

Akkerman speurde ook naar spionnen door archiefstukken fysiek te onderzoeken. „Brieven in het archief zijn veelal opengevouwen en plat gestreken, maar als je goed kijkt zie je de vouwen zitten en weet je hoe een brief is opgevouwen. In de zeventiende eeuw gebruikten mensen diverse vouwtechnieken die ervoor zorgden dat een brief niet opengemaakt kon worden zonder dat het papier beschadigde. Als de ontvanger een brief kreeg met zo’n scheur, wist hij dat de post was opengemaakt. Wie haar brieven op zo’n manier verstuurt, heeft iets te verbergen en zou een spion kunnen zijn.” Uiteindelijk kwam Akkerman ongeveer zestig she-intelligencers tegen. Van een dozijn heeft ze in haar boek het verhaal uitgewerkt.

Veel spionnes kwamen na een korte straf vrij, terwijl voor mannen op spionage de doodstraf stond

Nadine Akkerman

Er was een duidelijk verschil tussen de vrouwen die spioneerden voor de koning en de vrouwen die door het parlement werden gebruikt om de tegenstander in de gaten te houden, ontdekte Akkerman. „De royalisten waren vaak vrouwen van adel, die handelden uit politieke en religieuze overtuiging. De parlementariërs waren vrouwen van lagere stand, die betaald werden voor hun werk.”

Lees meer over de geheime brieven van vermeend spionne Mata Hari, waaruit duidelijk wordt hoe zij spion werd.

Dat een vrouw zich bezighield met zo iets laag-bij-de-gronds als spionage, konden mensen zich indertijd niet goed voorstellen. Akkerman: „De spionnes maakten daar ook dankbaar gebruik van. Zo kon de royaliste Jane Whorwood twee maanden lang ongestoord het kasteel in en uit lopen waar Charles I gevangen werd gehouden. Ze was zo belangrijk voor de koning dat hij haar brieven herkende aan haar karakteristieke manier van vouwen. Jane deelde in deze periode zelfs het bed met hem – en geen van de bewakers die het erg vond.”

De meeste she-intelligencers gebruikten hun seksualiteit om een netwerk van mannen aan zich te binden, zegt Akkerman. „Het bleef daarbij waarschijnlijk bij flirten, want door seks te hebben liepen deze vrouwen het risico maatschappelijk aanzien te verliezen én om zwanger te worden.”

Als een vrouwelijke spion gepakt werd, profiteerde ze opnieuw van het feit dat hun mannelijke tegenstanders niet wilden geloven dat een dame zoiets deed. „De meesten werden na een korte gevangenisstraf vrijgelaten, terwijl voor mannen op spionage de doodstraf stond. Slechts één van mijn hoofdpersonen, Susan Hyde, overleed onder verschrikkelijke omstandigheden in de gevangenis.”

Akkerman werkt het komend jaar in All Souls College in Oxford aan een biografie van Elizabeth Stuart. Daarna denkt ze erover een meer populair boek over een interessante vrouw uit de Britse geschiedenis te schrijven. „Misschien waren dit mijn fifteen minutes of fame; dat is al meer dan voor menig academicus is weggelegd. Maar ik wil toch proberen of het me lukt om een historische bestseller te schrijven.”

    • Bart Funnekotter