Opinie

    • Caroline de Gruyter

Naties zijn egotrippers

Denk niet dat we met wat goede wil van burgers de wereld kunnen redden. Hoe meer zij zich voor de natie inzetten, hoe minder oog of begrip ze hebben voor de grotere gemeenschap erbuiten.

De Amerikaanse theoloog en filosoof Reinhold Niebuhr was ervan overtuigd dat egoïsme en eigenbelang de belangrijkste drijfveren van de mens zijn. Oftewel, de mens is slecht en een hoop rottigheid in de wereld komt daaruit voort. Daarom zoekt de mens óók rust en stabiliteit – althans, in zijn directe omgeving. Daarvoor moet hij zijn egoïsme, en dat van anderen, indammen. Soms lukt het hem zich moreel te gedragen. Hij houdt zich in, spreekt met twee woorden en helpt een ander.

De laatste tijd zie je dat dit beschaafde gedrag hem, zacht gezegd, moeite kost. De maatschappij, en niet alleen de Nederlandse, is bezig zich op te splitsen in een groep ‘fascisten’ of ‘racisten’, en een groep ‘linkse deughoeren’ of ‘communisten’. Zij gunnen elkaar weinig, behalve scheldwoorden en dreigementen. Er is een derde groep: een middengroep, die groter is dan de andere twee. Die middengroep ziet het debat over sociale, economische en politieke thema’s uitlopen op een veldslag, en krijgt het benauwd. Europa, immigratie, de NAVO, vaccinatie – het is één ‘waarheid’ tegen de andere, met niks ertussen. Men praat over ‘catastrofe’. Over ‘ondergang’ en ‘ons land redden’. Wat is dit voor horrorshow?

Laten we daarom even bij Niebuhr (1892-1971) blijven. Die vroeg zich af, middenin de Depressie en tussen twee wereldoorlogen: zijn groepen mensen in staat tot moreel gedrag, zoals individuen? Die vraag doet ertoe. Als groepen gaan beuken, komen individuen er moeilijk meer tussen. Niebuhrs antwoord is ‘nee’. Want voor moreel gedrag heb je altruïsme nodig. Een individu kan altruïsme onder bepaalde omstandigheden opbrengen – als een oude vrouw struikelt of een kind bijna verdrinkt. Maar een groep of natie is niet tot altruïsme in staat. En al helemaal niet als zo’n groep zich heeft gevormd op basis van heftige emoties en zich opwerpt als de redder van de natie.

Waarom is dat? In het boek Moral Man and Immoral Society, uit 1932 (!), schrijft Niebuhr dat steun aan patriottistische en nationalistische groepen een daad is van individuele onzelfzuchtigheid – je steunt immers een ‘hoger’ doel, iets dat groter is dan jijzelf. Dus „loyaliteit aan de natie is een hoge vorm van altruïsme. Dit wordt dan hét vehikel van alle altruïstische impulsen [van individuen]. Dit uit zich soms zó heftig dat de kritische houding van het individu over de natie en haar gedragingen er vrijwel door vernietigd wordt. Deze onvoorwaardelijke devotie vormt de basis van de macht van de natie en de vrijheid om die macht te gebruiken zonder enige morele beperking. Het is de onzelfzuchtigheid van individuen die maakt dat naties zo egoïstisch zijn.”

Oftewel: denk niet dat we met wat goede wil van burgers de wereld kunnen redden. Hoe meer zij zich voor de natie inzetten, hoe minder oog of begrip ze hebben voor de grotere gemeenschap erbuiten. Die twee ‘hogere doelen’ concurreren met elkaar. Dit is slecht nieuws voor de EU, VN en andere internationale organisaties. Sommigen zullen juichen: dat is juist goed! Maar dat is exact het punt. Die organisaties zijn opgericht om individuen te beschermen tegen excessieve macht van naties.

Niebuhr, die werd verguisd én bewonderd door links en rechts, maakt een revival door. Voor de zoveelste keer in de geschiedenis beseffen velen hoe belangrijk een rechtvaardige samenleving is met onafhankelijke instituties. Sociale gelijkheid helpt voorkomen dat groepen elkaar haten. En er kan alleen rechtvaardigheid zijn voor allen, als die niet in handen komt van één groep. Want die ene groep zal justitie (zie Polen, zie Amerika) meteen naar haar hand zetten, om anderen uit te schakelen.

Lees Niebuhr. Want het vernis van de beschaving is dun. Heel dun.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter