‘Mijn vrouw hield me met beide benen op de grond’

Anthony Ruys

Na zijn vertrek bij Heineken werd Anthony Ruys – zonder enige toneelervaring – gevraagd voor een rol in Borgen. „De acteurs dachten: je speelt een grootkapitalist, maar je bént er ook een.” Later mocht hij toch bij hun Whatsapp-groepje. „Dat vond ik hártstikke leuk.”

Vlak na zijn vertrek bij Heineken ging Anthony Ruys op reis naar Zuid-Afrika. Een vriend had hem opgebeld. „Overdag gaan we wandelen, zei hij, ’s nachts slapen we tussen de olifanten en de leeuwen. Dan houden we de wacht voor elkaar.” Dat leek Ruys wel mooi. „Ik had ook nog een vriendje meegenomen, we waren met zijn zessen.” 

Terwijl Ruys ’s nachts met zijn zaklampje een krokodil in de gaten hield, kwam hij tot een inzicht. „Het gevaar is dat je denkt dat je het allemaal zélf hebt gedaan. Maar dat is gewoon niet zo. Geluk heeft een grote rol gespeeld in mijn leven.”

De oud-topman (71) zit in de schaduw op een heuvel in Toscane. Bakje papaya en een kop koffie op tafel – zijn ontbijt. Vanochtend heeft hij olijfbomen staan snoeien, er staan er zeshonderd rondom zijn zomerhuis.

Ruys had het geluk dat hij werd geboren in een „bevoorrechte positie”. Hij is een telg uit een oud redersgeslacht, zijn vader was de baas van het Rotterdamse Nedlloyd. „Mijn ouders hebben altijd gezegd: of je het nu wilt of niet, je maakt je middelbare school af – ik ben twee keer blijven zitten – en je gaat verantwoordelijkheid dragen.”

Hij had het geluk dat zijn vrouw Melanie van Haaften het óók leuk vond om in het buitenland te wonen. „We hebben zeven jaar in Colombia gezeten toen ik voor Unilever werkte. Dat is ver weg. Als zij zich niet thuis had gevoeld, of de kinderen, was dat niet mogelijk geweest. Melanie zorgde ervoor dat ik met beide benen op de grond bleef staan. Als ik thuiskwam, herinnerde ze me eraan dat het mijn beurt was om af te wassen. Dat is mijn redding geweest, dat kan ik je wel zeggen.”

Heeft hij zichzelf nooit betrapt op een beetje ijdelheid? „Natuurlijk wel, iedereen heeft zulke momenten.” Ruys moet even denken over een voorbeeld. Dan glimlacht hij. „Dat ik meedoe aan dit interview, misschien? En dan ook nog op de foto ga…”

De schoonzoon

Bij Heineken is het niet helemaal gelopen zoals hij had gehoopt. Ruys werd in 2002 bestuursvoorzitter en zou dat vijf jaar blijven. Hij vertrok echter al in 2005. De commissarissen hadden twijfels over zijn leiderschap.

Ruys vindt delegeren „verreweg de belangrijkste eigenschap van een goede leider”. „Als ik voor het weekend zó’n pak papier meekreeg” – hij doet zijn handen een eind uit elkaar – „zei ik: ik ga ervan uit dat jij het van A tot Z hebt gelezen, ik wil een samenvatting. Ik was eindverantwoordelijk, maar het is onmogelijk om overal verschrikkelijk veel verstand van te hebben. Ik vertrouwde erop dat de mensen die er wél verstand van hadden hun werk deden.”

De commissarissen waren niet overtuigd van zijn delegatiemodel. „Daar zaten ze wel een beetje mee. Ze dachten: kan hij het zelf wel?” De commissarissen waren andere types dan hijzelf, zegt Ruys. „Mannetjesputters. Zo van: laat mij maar.”

Met één commissaris in het bijzonder boterde het slecht: Michel de Carvalho, de schoonzoon van Freddy Heineken, echtgenoot van diens dochter Charlene. Met de familie moet de bestuursvoorzitter „ernstig rekening houden”. „Mijn voorganger dronk elke week thee met Freddy. Toen ik aantrad was hij net overleden, maar ik had ook heel intensief contact met de familie. Ze kunnen van de ene op de andere dag besluiten dat ze genoeg van je hebben. Die kracht hebben ze.”

In de jaren dat Ruys leiding gaf, is de beurswaarde van Heineken gehalveerd. „Dat was heel verklaarbaar, andere fondsen halveerden ook en Heineken had veel last van de gekelderde dollar – veel van onze contracten waren in dollars. Maar goed, het werd me wel aangerekend.” De beurskoers en zijn relatie met „de schoonzoon” maakten dat Ruys eerder aftrad, op zijn achtenvijftigste. Pijnlijk? „Ik vertrok met een goed pensioen. Ik heb direct tegen mezelf gezegd: wat een vrijheid krijg ik, daar ga ik van genieten.”

Heel deftig

Headhunters zeiden tegen hem: pas op hoor, ze zijn je zo vergeten. Maar na zijn vertrek wilde Ruys even niets. Na zijn reis door Zuid-Afrika wist hij zeker dat hij niet opnieuw ergens de baas wilde worden. Hij vond het wel leuk om hier en daar toezicht te houden – Schiphol, het Rijksmuseum, het Aidsfonds – en stortte zich op een hobby: olijfolie maken.

Telefoontjes bleven zo nu en dan komen, en in 2015 kwam het verrassendste van allemaal. Regisseur Ola Mafaalani aan de lijn, Ruys kende haar niet. „Kunnen we afspreken, zei ze. Ik dacht: die wil geld voor een groot project. Prima. Daarna belde ze nog een keer: kun je een pak aantrekken?”

Ruys, boomlang en een gedistingeerde zijscheiding in zijn haar, deed wat ze vroeg. „Ik kwam heel deftig binnen, Ola bekeek me van top tot teen en zei: ja, jij moet het doen.” Ze bleek hem te willen hebben voor een rol in Borgen, de theaterversie van de populaire Deense tv-serie. „Ik zou Joachim Chrone spelen, de multimiljonair. Ze wilde per se iemand uit het bedrijfsleven voor die rol.” Ruys had geen enkele acteerervaring. „Ik zei: nou, is goed.”

Zes weken lang was Ruys in Groningen voor repetities, met beroemde collega’s als Anna Drijver en Renée Soutendijk. Een club van veertig acteurs in totaal. „Ik speelde met mensen die op zijn best een modaal inkomen hebben, vaak minder. Ze hebben het nooit gezegd, maar ik wist dat ze dachten: je speelt een grootkapitalist, maar je bént er ook een. Ik moest me acceptabel maken. Het woord Heineken zou ik niet meer uitspreken, en ik zou zeker niet zeggen dat ik iets beter weet.”

Lees ook: ‘Borgen’ op toneel: verpletterend spektakel

Na twee weken kwam Anna Drijver naar hem toe. „Thony, we hebben een leuk Whatsapp-groepje met de acteurs. We vinden dat jij er ook bij moet.” Was hij vereerd? „Ja natuurlijk! Dat vond ik hártstikke leuk. Toen hoorde ik er een beetje bij. De afstand werd steeds minder, het is in grote vriendschappen geëindigd.” Anna Drijver en Renée Soutendijk zijn bij hem op bezoek geweest in Toscane.

Met z’n allen in een bus

Het toneelstuk, dat negen uur duurt, werd bejubeld. In plaats van de geplande dertien keer werd Borgen vijfendertig keer opgevoerd. „We gingen meestal met z’n allen in een bus naar het theater. Zo leuk. Vorige zomer hebben we zes keer in Carré gestaan. Dat is voor toneelspelers dé zaal waar je opgetreden moet hebben. Ik kende Carré vooral van het kerstcircus met mijn kleinkinderen, maar ik kan dat nu ook claimen, haha.”

Het acteren ging hem niet slecht af, zegt Ruys. „Ik ben niet bang voor een podium. In het begin heb ik wel een paar keer op mijn donder gehad hoor. Negen uur lang tot op de seconde weten waar je moet staan vond ik het moeilijkste. Vaak was ik een fractie van een seconde te laat. En ik ben een keer achter het toneel in slaap gevallen. Het meisje naast me gaf me een por. Jij bent!”

‘Eén keer ben ik achter het toneel in slaap gevallen. Het meisje naast me gaf me een por. Jij bent!’

Verwonderd zag hij hoe acteurs met elkaar omgaan. „Zet maar eens een groep ambitieuze mensen uit het bedrijfsleven bij elkaar met een opdracht.” Hij maait met zijn ellebogen. „Binnen de kortste keren komen er twee of drie naar voren. Laat mij het maar regelen. Natuurlijk is er in de theaterwereld ook competitie, maar op het toneel helpen ze elkaar. Als iemand een woord vergeet, vangt de ander het op. Anders gaat het toneelstuk naar de filistijnen.”

Voor andere rollen is Ruys nooit gevraagd. „Dat is niet erg. Borgen was alleen in het weekend, dat ging prima. Maar vijf avonden per week in een Holiday Inn in Zwolle zitten? Nee dankuwel.”

Een kwartier per boom

Over de ligstoelen bij het zwembad liggen grote groene Heineken-handdoeken. Binnen in de kast nog een grote stapel, voor als de hele familie er is.

Aandelen heeft hij niet, maar: „Heineken voelt nog steeds een beetje als mijn bedrijf.” De recente onthullingen over Heineken in Afrika gingen hem „aan het hart”. In het boek Bier voor Afrika beschrijft journalist Olivier van Beemen hoe promotiemeisjes bier verkopen met hun lichaam. Ruys noemt het „een issue van de industrie”. Maar Heineken is toch verantwoordelijk voor wat er bij Heineken gebeurt? „Heineken doet ook heel veel goede dingen in Afrika, daar hoor je nooit wat over. Het boek heb ik niet gelezen en dat ben ik ook niet van plan. Ik kan het toch niet controleren.”

Lees meer over de promotiemeisjes van Heineken: een deel moet naar bed met leidinggevenden en prostitueert zich aan klanten

Liever houdt hij zich bezig met andere dingen. Zijn olijfbomen bijvoorbeeld. „We produceren 250 liter per jaar. Dat is heel wat arbeid hoor. Plukken kost al een kwartier per boom.” Hij doet het niet alleen, de buurman – „dat is de kenner” – verzet ook veel werk. Wat Ruys en zijn vrouw thuis niet gebruiken, verkopen ze in Nederland voor 17,50 euro per liter, een vriendenprijs. „We hebben een family and friends programme. Iedereen krijgt een mailtje: de olijfolie is er weer. Dan komen ze langs voor een paar liter.”

Alleen: dit jaar dreigt de oogst te mislukken. Afgelopen winter heeft het tien graden gevroren. „Daar kunnen ze niet tegen.” Ruys klimt de heuvel af en wijst op de dode takken aan de bomen. Moeten er allemaal af. Her en der liggen afgeknipte takken op grote hopen. „Ik ben halverwege.” Nog driehonderd bomen te gaan. Morgenochtend om zes uur gaat hij weer verder.

    • Teri van der Heijden