Ketting van dode bijen

kiest gedichten uit vakantielanden
Foto Getty Images

Een tijdje geleden was ik met mijn broer, zus en ouders in Rusland. Op een zeker moment raakte mijn vader, een vrolijke senior van 81, wat achterop omdat hij zich wilde vergapen aan een etalage vol Fabergé-eieren. Toen de rest van het gezin zich omdraaide, was hij omsingeld door drie Tsjetsjeense tieners, die hem flink bepotelden op zoek naar zijn portemonnee.

Mijn broer (aka de Gorilla) en mijn zus (expert in Krav Maga) stormden schuimbekkend op de jonkies af, die gillend op de vlucht sloegen. Mijn vader glunderde de hele dag, niet zozeer vanwege zijn hoplitisch nageslacht, maar omdat hij het Gevaar had overleefd. Hij was even een held.

Wat mij het sterkste bijbleef was dat toen hij werd belaagd, er diverse omstanders gewoon langs liepen, even opkijkend en de overval vervolgens negerend. De onmacht droop van hun gezichten.

Die avond moest ik denken aan de Russische dichter Osip Mandelstam (1892-1938). Toen hij Stalins snor eens met een kakkerlak vergeleek, kreeg hij een enkeltje Goelag.

De dreiging van de jonge Sovjetstaat zie je in talloze gedichten terug. Neem het vers hiernaast: er is een troebel leven vol angst, er is een ketting van dode bijen. Er is een verleden waarin het beter was en een heden vol dreiging.

Toen ik het gedicht er nog eens bij pakte, schrok ik ervan hoe actueel het nog is. Mijn Russische kennissen zijn als de dood voor de overheid. Ze worden afgeluisterd, ze vrezen vervolging, vergiftiging. Het donkere bos dat Mandelstam hiernaast beschrijft, is zo dichtbegroeid dat er geen zon tot kan doordringen. En zo voelt het voor de Russen die ik ken nog steeds. Talloze takken en bladeren die je het licht ontnemen, en de bodem ligt bezaaid met dode kussen.

    • Ellen Deckwitz