Serdar Gözübüyük: „Mijn opvoeding was Nederlands georiënteerd. Bij sommige gezinnen valt me dat soms tegen. Wel kansen willen, maar je niet aanpassen.”

Foto Olaf Kraak

Voor scheidsrechter Serdar Gözübüyük is fair play zijn houvast in het leven

Interview Scheidsrechter Serdar Gözübüyük (32)

is een rolmodel voor de (multiculturele) jeugd. Dat voorbeeld wil hij graag zijn.

Hij heeft in veel landen gefloten, maar er gaat niets boven Nederland. Arriveert hij na een Europese wedstrijd op Schiphol, dan is het alsof hij thuiskomt. Thuis in een wereld van orde, waarin de wegen strak zijn, de politie waakzaam, het eten goed en waar hij, controlfreak als hij is, zijn baby zelfs met een gerust hart overdraagt aan het personeel van het ziekenhuis.

Aan dat gevoel moest Serdar Gözübüyük (32) denken toen hij in 2016 werd gebeld door een bondsbestuurder uit het buitenland. Of hij fulltime in zijn competitie wilde komen fluiten, tegen een aangenaam salaris? Zou hij destijds op het aanbod zijn ingegaan, dan was hij de eerste scheidsrechter geweest die een transfer naar het buitenland maakte.

Natuurlijk voelde hij zich gevleid. Maar was dit wat hij wilde? Alles op een rijtje zettend, dacht hij aan zijn leven in Nederland. Aan zijn gezin. Aan zijn bedrijven. Aan de jongeren tegen wie hij zegt dat ze boven discriminatie moeten staan. Maar bovenal dacht hij aan de KNVB. Had de bond hem dan zo ver gebracht dat hij de eredivisie de rug moest toekeren?

Nee. Hij zou niet voor de makkelijke weg kiezen. Hij zou de strijd aangaan. Dat is ook waarom hij weer van zich laat horen. Nu het nieuwe seizoen is aangebroken, is hij uit de luwte gestapt en hoopt hij dat de KNVB schoon schip zal maken. Dat de nieuwe directeur, Eric Gudde, zijn vertrouwen in de voetbalbond kan terugbrengen. „Ik ben ervan overtuigd dat hij iemand is die voor normen en waarden staat. Dat hij laat zien wie de baas is, en dat geen scheidsrechter onaantastbaar is. Ik vraag maar één ding: eerlijkheid.”

Rolmodel

Sinds zijn debuut in 2004 is hij nog altijd de enige ‘gekleurde’ scheidsrechter die het betaalde voetbal heeft gehad. Hij klom razendsnel op en werd, onder meer door de politiek, als een rolmodel voor de (multiculturele) jeugd gezien. Dat voorbeeld wil hij graag zijn. Fair play gaat voor hem veel verder dan het voetbalveld. Het is zijn houvast in het leven. Zijn missie. Gelijke kansen voor iedereen.

Hij was twaalf jaar toen hij wist dat hij aan de top wilde fluiten. Bij zijn amateurclub in Haarlem was hij op een zaterdagochtend op zijn schouder getikt door een van de ouders. De man complimenteerde hem en zei een nieuwe Mario van der Ende in hem te herkennen. De vader wist waarover hij sprak, het was algemeen bekend dat hij hoog had gevoetbald.

„Als Willem van Hanegem zoiets tegen je zegt, dan groei je van binnen”, zegt Gözübüyük 162 eredivisiewedstrijden later. „Mijn doel werd om een van de beste zeven scheidsrechters van Nederland te worden – die zeven fluiten internationaal – en ik wilde als jongste scheidsrechter ooit mijn debuut in de eredivisie maken. Vrienden zeiden dat een Turkse scheidsrechter nooit de eredivisie zou halen. Voor mij was dat een extra motivatie.”

Lees ook deze reconstructie uit februari 2018 over de commotie rond scheidsrechter Danny Makkelie: De wereld van scheidsrechters is een slangenkuil

De KNVB pikt hem op. En zijn middelbare school gunt hem af en toe een vrije middag om de jeugd van Ajax, PSV en Feyenoord te fluiten. Als 22-jarige leidt hij zijn eerste profduel: AGOVV-FC Dordrecht. Op zijn 24ste fluit hij Heracles-ADO en vestigt hij als jongste eredivisiescheidsrechter ooit een record dat nog altijd staat. Twee jaar later volgt er nog een , als jongste Nederlander die een Europees duel leidt: de Balkankraker Borac Banja Luka - FK Celik Niksic. Later werden dat clubs als Olympique Marseille, AC Milan en Schalke 04. Begin deze maand floot hij PSV-Feyenoord in de strijd om de Johan Cruijff Schaal.

Hij gold na zijn debuut als de coming man. Een serieuze twintiger die zichzelf geen glas of snack te veel gunde. Overwoog hij met zijn vrienden mee te gaan naar de stad, de avond voor een wedstrijd, dan hoorde hij in gedachten zijn ouders: zou hij dat wel doen? Niets zou zijn droom in de weg staan. Er was één ding waar hij geen invloed op had: de obstakels die anderen zouden vormen.

Nog altijd kan hij niet geloven dat een waarnemer, de beoordelaar namens de KNVB op de tribune, eens riep dat hij liever een Nederlander dan een Turk in actie zag. „Ik floot een mooie wedstrijd, zat in een concurrentiestrijd op de weg omhoog, maar hij gaf me een 7,4. Doordat er onverwacht een lid van de scheidsrechterscommissie bij was, werd het een 8,6. Voor ons is dat alsof je van een 1 naar een 9 gaat. Later bleek die waarnemer elke woensdag met mijn concurrent te trainen. De KNVB heeft hem opzij gezet.”

Extravagantie

Er was meer, vertelt hij. Toen hij op zijn 25ste trouwde stond door toedoen van een collega een week later in een voetbalblad dat het feest extravagant was. Er waren honderden gasten en bij de openingsdans werd met geld naar het bruidspaar gegooid. Is niets minder dan Turkse traditie. Dezelfde collega, zegt hij, heeft hem via anonieme brieven zwart gemaakt toen hij scheidsrechter van het jaar werd in het klassement van De Telegraaf. Bewijzen daarvoor heeft hij bij de directie van de KNVB neergelegd.

Hij kreeg veel over zich heen toen hij eind 2012 FC Groningen-trainer Robert Maaskant een armband met daarop het woord ‘Respect’ voorhield, een week nadat amateurgrensrechter Richard Nieuwenhuizen door geweld was overleden. Zijn vierde man had gezegd dat hij Maaskant wegens wangedrag naar de tribune moest sturen, maar Gözübüyük besloot anders. „Ik wilde een trainer op zijn voorbeeldfunctie wijzen.”

Nooit had hij verwacht dat zijn actie zoveel aandacht zou krijgen. Zelfs in de buitenlandse pers. Vanuit de Nederlandse voetbalwereld kwam er veel kritiek. „Het was een boodschap naar de samenleving. Richting politieagenten die alles over zich heen krijgen, richting ambulancepersoneel dat op straat geslagen wordt en richting docenten die worden uitgescholden. Gelukkig waren er ook mensen die me steunden. Mensen als Van Hanegem, Johan Derksen, Ronald de Boer en Jaap de Groot, maar ook politici en ouders.”

Nadien hield hij zich op in de luwte. „Ik heb periodes gehad dat ik dacht aan stoppen. Ik had het gevoel dat ik geen eerlijke kans kreeg. Waar deed ik het nog voor? Niet voor het geld. Door mijn eigen bedrijven ben ik van niemand afhankelijk, ook niet van de KNVB. Hoeveel scheidsrechters die stoppen zijn niet in de problemen gekomen, omdat ze er nooit iets naast hebben gedaan? Wijst de KNVB mij geen wedstrijd toe, dan ga ik lekker met mijn kinderen naar het park. Vind ik het niet meer leuk, dan kap ik ermee. Die gedachte geeft me rust.”

Al tien jaar is hij ondernemer. Vanuit meerdere vestigingen levert hij met zijn bedrijf visa aan klanten die via touroperators een reis boeken. Eerst alleen voor Turkije, nu voor elk land dat een visum verlangt. Met zijn bedrijf, zegt hij, heeft hij zich gewapend tegen de grilligheid in de voetballerij. En tegen discriminatie. Als een scheidsrechtertje met een multiculturele achtergrond hem zou vragen of er eerlijke kansen in het verschiet liggen dan zegt hij ‘ja’. „Ik wil jongeren geen negatieve boodschap geven. Maar van binnen weet ik dat het niet altijd zo is. Ik heb me erover verbaasd hoe snel mensen elkaar zwart maken. Ook op sociale media.’’

Mislukte sollicitaties

Namens het Ministerie van Veiligheid en Justitie bezoekt hij scholen om te praten over burgerschap. Nog altijd maakt het hem trots dat premier Mark Rutte en de voormalige ministers Ivo Opstelten en Ard van der Steur zijn les bijwoonden. En dat hij in zijn woonplaats met de koning het Sportcomplex Koning Willem Alexander mocht openen. Omdat hij weet dat erkenning geen vanzelfsprekendheid is.

Hij hoort ook pijnlijke verhalen. In de klas vertellen jongeren met een andere achtergrond dat solliciteren voor een stageplek maar niet lukt. „Sturen ze vijf sollicitatiebrieven zonder antwoord te krijgen. Vervolgens noemen zij zich Wouter en krijgen ze meteen antwoord. Ik weet wat zij voelen, maar ga hun wereldbeeld niet bevestigen. Dat verergert het juist. Dachten ze dat mijn naam makkelijk te spellen was? Ik benadruk liever het belang van een diploma. Wat dachten ze van een eigen bedrijf beginnen?”

Zelf wist hij op zijn vijftiende dat hij eigen baas zou worden. In de McDonald’s waar hij werkte had zijn baas gesnauwd: „Jij daar, prullenbakken schoonmaken, nu.” Een vrouw bij de kassa hoorde het en lachte hem uit in zijn gezicht. Dat vergeet hij niet. En ook dat motiveerde hem.

Hij lijkt op zijn moeder, zegt hij. Zij was een onafhankelijke vrouw die veel spaarde en benadrukte dat ze niet in Turkije maar in Nederland woonde. En vooral: dat succes niet vanzelf komt. Bij het nummer ‘Kleine Jongen’ van André Hazes, denkt hij altijd aan haar woorden.

„Mijn opvoeding was Nederlands georiënteerd. Bij sommige gezinnen valt me dat soms tegen. Wel kansen willen, maar je niet aanpassen. Mij stoort het als mensen roepen dat het hier slecht is. Zodra ik in het buitenland een wedstrijd moet fluiten, mis ik Nederland al. Zo goed als het hier geregeld is, is het bijna nergens.”

Vandaar dat hij niet op het aanbod uit het buitenland in ging. Dit is het land waar hij het maximale uit zijn carrière wil halen. Maar: hij hoopt wel dat Eric Gudde „de aparte cultuur in Zeist” verandert en orde op zaken stelt. „Er spelen te veel zaken die bij elke andere organisatie niet geaccepteerd zouden worden. De bewijzen liggen bij Gudde. Hij viel bijna van zijn stoel toen hij alles hoorde.”

Eén ding weet hij wel. Mocht zijn zoontje scheidsrechter willen worden, dan zou hij hem wel tien keer vragen of hij dat wilt worden. „Niet omdat het vak niet leuk is. Maar vanwege alle randzaken heb ik liever dat hij zo ver mogelijk van de jungle vandaan blijft. Hij moet voor zijn eigen droom gaan, maar ik gun hem niet wat ik heb meegemaakt.”

    • Fabian van der Poll