‘Ik kon geen mail meer openen of telefoon opnemen’

Spitsuur Maron Teerds (44) is muzikant en dirigent van drie amateur-orkesten. Tien jaar geleden raakte hij burn-out, sindsdien is hij flink minder gaan werken. „Soms verdien ik wat minder, maar daardoor sta ik gelukkiger in het leven.”

Maron: „Eigenlijk zou ik heel graag in Londen een baan willen als producer of theatermedewerker. Maar het is zwaar: de huurprijzen zijn hoog, je moet ineens weer met huisgenoten gaan wonen. Twee zomers geleden heb ik het geprobeerd.” Foto’s David Galjaard

Maron: „Mijn ouders speelden hobo en fluit bij een harmonieorkest in Rotterdam. Als klein jochie werd ik bij de repetities neergezet met een kleurplaat, een rol pepermunt en een flesje chocomel. Ik was gebiologeerd door de trombone: het schuift en maakt lawaai – het klinkt geweldig.

„Vanaf 5-havo wist ik al dat ik naar het conservatorium wilde. Toch heb ik eerst andere studies geprobeerd. Mensen in mijn omgeving zeiden: ga eerst maar een opleiding doen waarmee je een boterham kunt verdienen. Na een paar jaar heb ik toch auditie gedaan.

„Ik studeerde trombone in Groningen. In mijn tweede jaar ging ik ook dirigeren. Trombone is leuk, maar digereren is een leuker vak. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor je eigen noten, maar voor heel het orkest.

„Nu werk ik als dirigent voor drie harmonieorkesten – in Zwijndrecht, Aalsmeer en Haarlem. Met elk orkest repeteer ik één avond per week, ongeveer tussen half acht en elf uur ’s avonds. Ik kom vaak laat thuis. Dan kan ik niet meteen slapen. Ik moet even ontspannen en de repetitie verwerken.

„Mensen komen naar mij toe met muzikale vragen. Hoe zit het met die noot? Wat vind jij van mijn klank? Ze vertellen dat een zus is overleden of dat een zoon morgen trouwt en ze daarom niet goed hebben kunnen repeteren.

„Het vak heeft ook een bepaalde eenzaamheid in zich. Ik heb geen directe collega’s, die werken bij andere orkesten. Als ik zelf in een orkest speel of iets in het theater doe, vind ik dat prettig: het is een groepsgebeuren, je maakt samen iets. Ik zou nooit vijf of zes dagen in de week alleen maar willen dirigeren.

Groot, diep gat

Maron: „Mijn leven is altijd een beetje dubbel geweest. Naast muziek maken en dirigeren heb ik ook veel in organisaties gedaan. Ik was manager bij het Nationaal Jeugd Orkest en ik had een baantje bij het Amsterdams Symphony Orchestra.

„Uiteindelijk werd ik productieleider op het conservatorium in Rotterdam. Ik werkte vijftig uur per week, dirigeerde én had een relatie. Hij zei: ‘Dit gaat ’m niet worden, ik zie je nooit.’ Ik gaf het conservatorium op en vond een nieuwe baan. Mijn nieuwe werk wilde dat ik gelijk begon, maar ik moest mijn werk bij het conservatorium nog afbouwen. In plaats van minder werken, werkte ik daardoor juist meer.

„Daarna ging het echt niet meer. Die nieuwe baan liep mis, mijn relatie ging uit. Ik kon geen e-mail meer openen of telefoon aannemen. Heftig was het. Het enige dat ik nog deed was dirigeren, twee orkesten per week. Aan het begin van de repetitie ging een knop om en aan het eind ervan zakte ik in een groot, diep gat. Met professionele hulp ben ik er weer uit gekomen, dat is nu zo’n tien jaar geleden.

„Een jaar later ging ik met vrienden kijken naar de musical The Sound of Music. Een collega-trombonist zat in de orkestbak, via hem hoorde ik dat ze nog iemand nodig hadden. Toen ben ik weer meer trombone gaan spelen. Dat was helend. Waar je als producent veel verantwoordelijkheid hebt, ben je als trombonist alleen verantwoordelijk voor de noten in je eigen kleine wereld.

„Nu werk ik tussen de 24 en 30 uur per week. Bewust. Soms verdien ik wat minder, maar daardoor sta ik gelukkiger in het leven. Ik kan er dingen naast doen die ik echt leuk vind.

„Zo doe ik nu meer in de musicalwereld. Ik ben muzikaal leider van The Elephantman, een kleine productie in Amsterdam. Ik dirigeer het orkest, maak de orkestraties en zit bij de audities. Ik kijk hoe de acteurs de nummers brengen. Het zijn lange sessies die we overleven op koffie en energiedrank – soms hoor je hetzelfde liedje zestig keer achter elkaar.”

Liefde voor Londen

Maron: „Ik ga zo’n drie keer per jaar naar Londen om naar voorstellingen te kijken. Musicals, theaterstukken, maar ook klassieke concerten. Meestal ga ik woensdag heen en zondag terug, dan kan je in vijf dagen ongeveer zeven producties zien. Het is een beroepsmatige afwijking.

„In Londen draait nu een fantastische productie genaamd Everybody’s Talking About Jamie – een waargebeurd verhaal over een jongen die graag in een jurk naar zijn examenbal wil. Het gaat over dragqueens en homoseksualiteit. Bijzonder is dat zijn beste vriendinnetje moslima is. In Nederland durven ze zo’n voorstelling niet aan, hier krijg je de zoveelste herhaling van Mamma Mia of The Lion King. Dat is niet erg – het zijn mooie producties – maar er moet ook iets nieuws gebeuren, dat houdt het spannend.

„Eigenlijk zou ik heel graag in Londen een baan willen als producer of theatermedewerker. Maar het is zwaar: de huurprijzen zijn hoog, je moet ineens weer met huisgenoten gaan wonen. Twee zomers geleden heb ik het geprobeerd. Ik had zes weken een kamer gehuurd en solliciteerde veel, elke dag stuurde ik twee brieven op.

„In de eerste week werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Dat ging goed, ik kwam er redelijk doorheen. Maar helaas, niet geworden. Het was een maand na de Brexit, ik maakte geen schijn van kans.

„Ik had die brieven ook vanuit Nederland kunnen schrijven, maar het was fijn om het daar te doen. Je zit dichter op het taalgebied, je kunt beter schakelen. Engeland is een geweldig land, waar ze veel meer om cultuur geven dan hier. Wie weet ga ik het nog een keer wagen – ik wil niet mijn hele leven hetzelfde blijven doen. Ik ben 44 jaar, ik ben niet eens op de helft.”

Correctie (30-08-2018): in een eerdere versie van dit stuk stond ‘The Elephant Men’, dat moet ‘The Elephantman’ zijn.

    • Fabian de Bont