Hoelang kun je onvindbaar blijven?

Op de vlucht De verdachte in de zaak-Verstappen is op de vlucht voor de politie. Maar kán dat nog wel in het digitale tijdperk?

De Franse krant L’Alsace bericht vrijdag over de voortvluchtige Jos B., die een kamp in de Vogezen beheerde. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

„Op de vlucht zijn is veel moeilijker vol te houden dan iedereen denkt. Het lukt bijna niemand.” Sander Schaepman herkent in de verdwijning van Jos B., verdachte in de zaak Verstappen, ingrediënten uit zijn opsporingswerk. De oud-recherchechef werkte ruim vijfentwintig jaar voor de politie. Nu overziet hij het speurwerk in het televisieprogramma Hunted, waarin deelnemers proberen een opsporingsteam te ontlopen. De voorbereiding, de overlevingstechnieken, maar ook de moeite die Jos B. had alles achter te laten – hij zou na zijn verdwijning in de Vogezen het graf van zijn moeder in Limburg hebben bezocht – verbazen Schaepman niet. Maar, zegt hij ook, B. is wel „een heel uitzonderlijk geval”.

Een gevluchte crimineel is doorgaans binnen enkele uren ingerekend. De druk is hoog, een fout is zo gemaakt. De voortvluchtige vergeet een mobieltje uit te zetten, pint geld of zoekt bescherming onder de vleugels van familie of vrienden. Dan word je snel gevonden, zegt Schaepman, want ook de politie houdt het sociale netwerk van de vluchter in de gaten. „Daar komt doorgaans veel informatie uit.”

Blijft de voortvluchtige langer uit beeld, neemt de pakkans af. Voor de vluchter zakt de adrenaline en treedt de gewenning in. „Dan is de vraag of je jezelf dingen kunt ontzeggen”, zegt Schaepman. Geen contact met geliefden, vrienden, familie. Geen bezittingen. Geen alledaags leven. Niet voor even, maar voorgoed.

Lees ook: Jos B. kreeg al eens proeftijd na ontucht

Een hecht gezelschap kan de vluchtkansen vergroten. Van drie leden van de links-extremistische Rote Armee Fraktion, die in Duitsland al bijna dertig jaar worden gezocht wegens terrorisme, vermoedt de politie dat zij zich in Nederland bevinden. Zij hielden zich in leven door roofovervallen over de grens.

Eric Jan Q., die overvallen pleegde op wisselkantoren, kroop in 2001 door een luchtkoker uit zijn gevangenis. Eenmaal op de vlucht ruilde hij zijn oude uiterlijk – bril, kort haar, ringbaardje – in voor steeds wisselende vermommingen. Q. wist dankzij survival-cursussen te overleven in de Nederlandse bossen en duinen en, met hulp van buiten, op een zolderkamer in Rotterdam. Jarenlang bleef hij onvindbaar.

Nieuwe technieken en wetten maken dat steeds moeilijker. DNA-onderzoek levert sneller een profiel of een match op met een eerdere zaak. Camera’s en mobieltjes brengen een vlucht makkelijker in kaart en zijn dankzij toegenomen bevoegdheden sneller toegankelijk voor opsporingsdiensten. Bovendien laten hedendaagse vermisten ook online sporen achter: inloggen op Facebook kan je locatie al onthullen.

Als bushcrafter is Jos B. gewend langere tijd in zijn eentje te overleven en hij hoeft ogenschijnlijk geen groot sociaal netwerk te missen, zegt Schaepman. Toch is levenslang verdwijnen volgens hem nagenoeg onmogelijk. Zelfs voor Eric Jan Q.: die werd na een vijfjarige zoektocht in 2007 opgepakt in Arnhem. Per toeval, nadat hij was aangehouden voor het stelen van een paar sportschoenen.

    • Rik Rutten