Opinie

    • Frits Abrahams

Het pluche van Halsema

De verkoop van Pluche, de in 2016 uitgekomen autobiografie van Femke Halsema, heeft dankzij haar Amsterdamse burgemeesterschap een nieuwe impuls gekregen, vertelde een boekhandelaar me. Ik kon erover meepraten want dankzij die impuls had ik het zelf ook aangeschaft, evenals twee andere geschriften van haar hand: het essay Macht en verbeelding en het pamflet Nieuw licht op migratie.

Pluche beviel me het meest. Ik had het destijds niet gekocht, omdat ik slechte ervaringen had met door Nederlandse politici geschreven boeken. Maar al na twee hoofdstukken moest mijn vooroordeel opzij: Pluche is een goed geschreven, openhartig boek waarin de auteur ons een scherp, soms onbarmhartig kijkje in de Haagse keuken gunt.

Daarbij spaart ze ook haar eigen partij en zichzelf allerminst. De affaires die GroenLinks de afgelopen jaren teisterden – van de affaires rond Tara Singh Varma en Wijnand Duyvendak tot het aftreden van Jolande Sap – komen uitgebreid aan de orde. Ze verwijt zich dat ze bij Singh Varma, die een dodelijke ziekte simuleerde, te lang „haar beschermer” bleef. „Naast bezorgdheid heeft ijdelheid me daarin parten gespeeld en dat neem ik mezelf kwalijk.” Ze heeft ervan geleerd, want Duyvendak, die zijn gewelddadige activistische verleden te boek had gesteld, dwingt ze tot aftreden als Kamerlid: „Wijnand, als jij besluit te blijven dan zal ik je steunen, maar ik vind dat je weg moet gaan.”

Interessant zijn ook haar botsingen met de PvdA en de SP. Agnes Kant van de SP mijdt zozeer het contact met haar dat ze soms naast haar in de Tweede Kamer gaat zitten met de vraag: „Goeiemorgen Agnes, waar zijn we vandaag boos over?”

Ook de machinaties van CDA-politici als premier Balkenende en Maxime Verhagen beschrijft ze met frisse afkeer. Op een dag treft ze PvdA-leider Wouter Bos moedeloos op zijn bank in het Kamergebouw aan. „Het CDA heeft karaktermoord willen plegen”, zegt hij, „en ze zijn daar goed in geslaagd.”

Mij valt in haar boeken op dat zij als een van de weinige politici op links een samenhangende politieke filosofie ontvouwt waarmee ze populistisch rechts probeert te bestrijden. Ze had een hekel aan dat populisme, vooral de xenofobie en islamhaat ervan, en ze verweet het politieke establishment van VVD, CDA en PvdA de stilte daarover. Ze was PvdA-lid geweest, maar voelde zich er algauw niet meer thuis – ook daar schrijft ze boeiend over.

Waar ik me na lezing van Pluche wel zorgen over maak, is de inbreuk die het Amsterdamse burgemeesterschap op haar privéleven kan betekenen. Daar kan ze slecht tegen. Ze beschrijft haar ‘weerzin’ wanneer zij als Haagse politicus en haar gezin op de sociale media worden aangevallen. Haar man eist ook dat zij haar werk voortaan ‘buiten de deur’ houdt. „Er zit een grens aan de oppervlakkige meningen en het geschreeuw dat elke dag over me wordt uitgestort en die heb ik wel bijna bereikt”, schrijft ze.

Hoe houd je het burgemeesterschap buiten de deur? Lastig. Haar politieke vijanden slapen niet en wachten in bedrieglijke stilte op haar eerste grote fout. Waarom heeft ze het gewild, dat riskante, drukke burgemeesterschap? In Pluche trof ik een verwarrende mengeling van ambitie en weerzin tegen de politiek aan. Het pluche heeft gewonnen.

    • Frits Abrahams