Grote sterfte kokkels in Waddenzee en Zeeland

Hitte

De droogte en de hittegolf die Nederland in juli en augustus in hun greep hielden, hebben zeer waarschijnlijk geleid tot de grootste sterfte van kokkels sinds metingen in 1990 begonnen. De schelpdieren stierven massaal in Waddenzee, Ooster- en Westerschelde. Dat melden onderzoekers van de universiteit in Wageningen.

Ze baseren zich op observaties tussen 25 juli en 15 augustus. „Op veel plaatsen waren de platen bezaaid met stervende en pas gestorven kokkels, al dan niet met het vlees nog in de schelpen.”

De wetenschappers wijzen op een Portugese studie waaruit bleek dat 100 procent van de kokkels stierf als zij zes uur lang werden blootgesteld aan temperaturen van 35 graden Celsius. Veel van de dieren stierven aan het einde van de hittegolf. Bij laagwater tijdens een hittegolf kan de temperatuur in het drooggevallen zand en slik flink oplopen.

Hoewel kokkels in de zomer van nature een hoge sterfte kennen (gemiddeld 28 procent), is de jongste piek zo erg dat het jaren kan duren voor de kokkelstand is hersteld. Dat houdt mede verband met de sterfte onder het broed. Marien bioloog Karin Troost: „We weten nu nog niet zeker of die net zo erg is als onder de oudere kokkels.”

De onderzoekers weten niet helemaal zeker of droogte en hitte de boosdoeners zijn. Een ziekte of infectie is niet uitgesloten. Daar wordt nader onderzoek naar gedaan.

    • Casper van der Veen