Ze koos voor de liefde en verloor haar familie

Deze zomer verkent weer verboden liefdes. Deel 5: op audiëntie bij schoonmama. “Ik heb in al die jaren slechts één keer een glimp van haar moeders rug gezien.”

Illustratie Anne van Wieren

‘Morgen ontmoet ik eindelijk mijn schoonmoeder”, zucht P. (45) en bestelt een dubbele whisky. Ik zit met hem en zijn vriendin in een café op de Grote Markt in de Hofstad.

„Wat een doorbraak!”, zeg ik verrast.

„Ja, dat wel, maar het heeft zo lang geduurd dat het voor mij eigenlijk niet meer hoeft. We zijn al zeven jaar samen. Zeven jaar! En nu pas kunnen mamma en zussen me ontmoeten. Op neutraal terrein natuurlijk. Een koffie, laat het vooral niets sterkers zijn. Ik denk dat ik vooraf een flinke borrel neem.”

„Nee, dat doen we dus niet”, zegt K. (41) resoluut. „Dat ruikt m’n moeder meteen en dan moeten we minstens weer zeven jaar werken aan een volgende ontmoeting – als ze dan nog leeft, insh’allah.

P. staart geïrriteerd voor zich uit. Hij een Hollandse atheïst. Zij een gelovige Marokkaans-Nederlandse moslima.

K. koos voor de liefde en verloor haar familie. Althans, voor een tijdje. Langzaam kwam het contact weer op gang. Eerst met haar zussen. Toen met haar jongste broertje. Sinds twee jaar spreekt ze haar moeder weer. Maar haar vriend mocht nooit mee. Gefrustreerd wachtte hij buiten in de auto terwijl zij voor de zoveelste keer even iets langs bracht, ophaalde, of voor de beleefdheid haar gezicht liet zien.

„Altijd maar staren naar die dichte deur. Nooit een hand. Ik heb in al die jaren slechts één keer een glimp van haar moeders rug gezien. Alsof je een misdadiger bent”, zegt hij.

Ze legt haar hand sussend op z’n bovenbeen. „Maar je bent altijd een gentleman gebleven”, zegt ze met glinsterende ogen. „Vooral toen mijn moeder ziek was”, zegt ze tegen mij. „Grote bossen bloemen. Dure olijfolie. Bijzondere thee. Hij gaf altijd wat voor mijn moeder mee. Dat heeft de deur naar haar hart op een kier gezet.”

Ze is duidelijk een stuk opgetogener dan vriendlief. Voor haar is dit een langverwachte doorbraak. Voor hem een minimale beleefdheid, zeven jaar te laat.

„Je weet dat het binnen de islam haram is voor een vrouw om met een niet-islamitische man te gaan. Maar op een gegeven moment was mijn moeder zo wanhopig dat ze zelfs een christen of jood zou accepteren. „Als hij maar in God gelooft!”, riep ze dan. „Maar P. is zo nuchter. Daar gaat geen God in”, zegt ze, terwijl ze liefdevol naar haar partner kijkt. „Mijn moeder heeft me gek gemaakt. Op een gegeven moment riep ik uit: ‘Als hij moslim wordt, mag jij met hem trouwen. Dan hoef ik hem niet meer.’ Mijn moeder was in shock. ‘Hoe kun je dit zeggen?’ Ik weet nog zo goed hoe ik met de deurknop in de hand haar aankeek en zei: ‘Ik trouw duizendmaal liever met een ongelovige dan met ene Mohammed uit de Schilderswijk.’ Dat was onze laatste ruzie.”

Hoe lang is dat geleden?

„Een half jaar. Sindsdien zie ik beweging.”

„Traag als een slak”, moppert hij. „Geduld liefje”, zegt zij. „Het is eindelijk zover.”

Ze buigt zich naar me toe en fluistert: „Hij doet wel stuurs maar vindt het hartstikke spannend hoor. Zijn outfit ligt al dagen klaar.”

Mounir Samuel is de auteur van God is groot: eten, bidden en beminnen met moslims. P. en K. zijn om privacyredenen geanonimiseerd.