Opinie

    • Evgeny Morozov

We sharen van alles, behalve de macht

Gewone burgers dreigen hun persoonlijke gegevens te verliezen aan overheden en grote techbedrijven, waarschuwt . Hij pleit voor een democratische revolutie op het niveau van steden.
Foto Istock

Hoewel onze digitale toekomst ondoorgrondelijk lijkt, zien we in de vorming ervan een zekere logica. Namelijk een samenspel tussen twee tegengestelde ontwikkelingen. Enerzijds het ‘data-extractivisme’ door grote technologische bedrijven: terwijl Big Tech onze gegevens oogst, worden wij steeds afhankelijker. Anderzijds het ‘data-distributisme’, het nastreven van gemeenschappelijk beheer van die gegevens

Een voorbeeld van het eerste: Facebook, zo onthulde The Wall Street Journal, verleidt banken tot het delen van klantgegevens, zoals saldi en transacties. De strategie: het bedrijf voorziet in de uitvoering van eenvoudige taken, zoals contact met de helpdesk of een betaling. Maar intussen blijft de klant wel in een Facebook-omgeving en worden er steeds meer gegevens over zijn financiële handelingen vergaard. Zie hier het data-extractivisme.

Aanhangers van data-distributisme, de andere ontwikkeling, zijn minder eensgezind dan Big Tech. Zij delen alleen dezelfde ‘vijand’: technologieplatforms die zichzelf benoemd hebben tot beheerders van ’s werelds data. Het ene kamp van het data-distributisme, je zou kunnen zeggen het rechts georiënteerde, zag al vroeg in Big Tech een bedreiging voor de winstmarges van kleinere bedrijven. Hun voorstel, aangeprezen door het World Economic Forum en andere neoliberalen, is om privé-eigendom uit te breiden tot persoonlijke gegevens. Dat zou de kosten voor het data-extractivisme van Big Tech drastisch opdrijven.

Een rapport van de Franse denktank GenerationLibre voorziet een data-utopie van gedecentraliseerde markten en zichzelf handhavende contracten, een ideaal waarbij vergeleken zelfs de ultra-liberale econoom Friedrich Hayek nog een socialist lijkt.

Een dergelijke beleidsagenda gaat voornamelijk uit van de rechtse analyse van de hedendaagse situatie, die vaak als ‘digitaal feodalisme’ wordt voorgesteld. Deze diagnose komt voort uit de overigens correcte observatie dat sommige bedrijven waardevolle bronnen (namelijk gegevens) wegsluizen en daarvoor weinig tot niets betalen.

Maar als dat feodalisme is, dan is het kapitalisme er nooit echt van gekomen: er is immers moeilijk een bedrijfspraktijk te vinden die meer aansluit bij de moraal van het kapitalisme om met gratis spullen aan de haal te gaan.

Als overheden makkelijker toegang tot onze data krijgen, neemt de verleiding tot sociale sturing toe

Even twijfelachtig is het denkbeeld dat Big Tech alleen bestaat uit een stel passieve renteniers die leven over de rug (de gegevens) van hun gebruikers; de enorme uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling – Amazon, Alphabet (het moederbedrijf van Google), Facebook, Microsoft en Apple hebben daar alleen al vorig jaar bijna 71 miljard dollar aan besteed – laten zich moeilijk rijmen met hun vermeende renteniersstatus. Big Tech is het kapitalisme op zijn best – of beter gezegd, zijn slechtst; wie spreekt over het begin van het ‘digitale feodalisme’ verlangt naar een kapitalisme dat nooit heeft bestaan.

Tegelijkertijd ontstaat nu ook een linkse onderstroom van deze beweging. Het idee van een nieuwe benadering van het eigendom van data betekent – waaronder de mogelijkheid van een ‘nationaal datafonds’ dat deze in beheer zou hebben – heeft een zekere ingang in de Britse Labourpartij gevonden. En laatst heeft de Duitse SPD een nog ambitieuzer voorstel gedaan. In een artikel in de toonaangevende financiële krant Handelsblatt betoogde SPD-leider Andrea Nahles dat de technologiebedrijven verplicht hun data met de rest van de samenleving zouden moeten delen, om zo niet de maatschappelijke vooruitgang te belemmeren. Het artikel vergeleek Big Tech met de machtige farmaceutische multinationals (‘Big Pharma’) die dankzij wettelijke ingrepen niet langer onbeperkt de exclusieve rechten op intellectuele eigendom kunnen genieten.

Dit lijkt een redelijk standpunt. Maar om geloofwaardig en doeltreffend te zijn, moet de agenda van de linkse ‘distributisten’ een groot obstakel overwinnen: het tanende vertrouwen van de burgers in de staat als instrument om hun belangen te bevorderen.

Dit zal niet worden hersteld door overheidsinstellingen die nu al buitensporig toezicht houden nog meer gegevens te overhandigen. Dan bestaat altijd de verleiding dat zulke gegevens zullen worden gebruikt voor sociale sturing van staatswege, ook wel bekend als ‘nudging’ en ‘gedragsverandering’. Als de huidige staatsinstellingen nog meer gegevens krijgen, zal dit alleen maar voeding geven aan complottheorieën van rechts-extremistische zijde over de ‘Deep State’.

Distributisten van links zouden dus niet moeten terugschrikken voor ambitieuze politieke hervormingsvoorstellen die aansluiten bij hun nieuwe systeem voor data-eigendom. Dit zal alleen werken als het wordt geruggesteund door een luide roep om een democratische revolutie waardoor naast de digitale economie ook de politieke cultuur zal veranderen. Die revolutie moet openlijk erkennen dat het meest zinvolle niveau waarop de democratische politieke cultuur in deze tijd radicaal kan veranderen niet de nationale staat is – zoals van links tot rechts hier en daar wel wordt gedacht – maar veeleer de stad.

De stad is een symbool van naar buiten gekeerd kosmopolitisme – een krachtig antwoord op de homogeniteit en bekrompenheid van de nationale staat. Het is tegenwoordig de enige plaats waar het idee om wezenlijke democratische zeggenschap over ons leven uit te oefenen, hoe onbeduidend het probleem ook mag zijn, nog altijd levensvatbaar is.

Van vervoer tot maaltijdbezorging, van huisvesting tot energieverbruik, speelt de stad ook een prominente rol in de wijze waarop digitale technieken ons leven binnendringen. Het is dan ook geen toeval dat de stad tevens het voornaamste doelwit van Big Tech is: als die bedrijven daar de infrastructuur weten te beheersen, hoeven ze zich verder weinig zorgen te maken.

De ware uitdaging die de data-distributisten van links nog rest, is daarom een manier te vinden om niet alleen gegevens, maar ook macht te distribueren. Ze moeten de nationale staat mobiliseren om van steden de voorboden van een nieuwe, radicale democratie te maken, die met behulp van ‘gesocialiseerde big data’ en kunstmatige intelligentie het belang van de burgers nastreeft.

Zonder een dergelijke nadruk op radicale emancipatie zal het data-distributisme van links alleen maar een zegen voor extreemrechtse idioten blijken.

    • Evgeny Morozov