Vrij zijn is...een potje beachvolleybal

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

‘Is het niet te fris?”, vraagt Maureen Popken (54). Een van de redenen waarom ze van volleybal houdt is dat het een binnensport is. Nu speelt ze met drie anderen een potje beachvolleybal op Sportcampus Zuiderpark in Den Haag. Avondzon weerkaatst in de roodstalen schil van het enorme hallencomplex (ruim 30.000 vierkante meter sportvloer). Buiten zijn niet alleen voetbalvelden en kunstgras, er is ook een beachvolleybalcourt, een zandbak met drie netten.

Popken speelt met Aniel Ramdien (48) tegen Derk Brown (59) en Saaida Essadi (37). Alle vier volleyballen ze al jaren. „Beach doen we erbij, voor de lol.” Vanavond komt dat goed uit, een aantal leden is nog met vakantie en bij beachvolleybal speel je twee tegen twee.

Duiken, springen, vallen, meppen, rammen. Wie langs de lijn staat zou niet zeggen dat drie van de vier rond de vijftig zijn. „Zwaar joh”, roept Essadi, die achter de bal aan duikt en veelvuldig in het zand ploft. Toch ziet het spel er soepel uit. Hoe Brown van achterin het veld de bal met een vloeiende beweging over het net mept. Hoe Popken hem met haar vingertoppen opvangt en doorpasst naar Ramdien, die hem in een gaatje aan de overkant mept. Maar dan vliegt Essadi naar voren en zwiept hem terug. „Ja, zie je: karma bestaat!” roept ze.

„Volleybal is moeilijker dan je denkt”, zegt Ramdien. „In het begin branden je onderarmen en er komt veel techniek bij kijken.”

Als we in die boerenlandjes spelen, dan vallen we wel op

Saaida Essadi

Yaarana telt dertig leden: drie competitieteams en een paar recreanten. De club is in 1990 opgericht door vier Surinaams-Hindoestaanse studenten: Jayant (YA), Aroen (AR), Radjen (A) en Anand (NA). Ramdien: „De naam Yaarana betekent in Hindi vriendschap.” Rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kwamen veel Hindoestaanse Surinamers naar Den Haag. „In Paramaribo is volleybal populair”, vertelt Ramdien. „Vroeger had je meerdere Surinaamse volleybalclubs in Den Haag en nu nog zijn twee van de vijf Surinaams. Maar iedereen is welkom bij ons. Er zijn twee Oekraïners lid, en een Pool en een Indonesische jongen.”

Ze spelen competitie van Boskoop tot Zaandam. De Marokkaanse Essadi: „Als we in die boerenlandjes spelen, dan vallen we wel op.”

Popken knikt. „Ook anders: onze lekkere hapjes. Dan maakt iedereen wat: bojo, Surinaamse kokoscake. Pasteitjes hebben we vaak. Of lasagne. Of ik maak saotosoep. We eten wel thuis, maar hier eten we weer.” Naast spontane avondjes is er het jaarlijkse Fawaka-toernooi waar andere clubs naartoe worden gelokt met warme broodjes en rotiwraps.

Brown: „Toen ik naar Den Haag verhuisde, ben ik bewust op zoek gegaan naar een gemêleerde vereniging. Mijn volleybalvereniging in Mijdrecht was ook gezellig maar dit is anders. Als je een stomme fout maakt, dan lach je en daar blijft het bij.”

    • Peter de Krom
    • Sanneke van Hassel