Vijf keer ging het bijna mis op de beurs

Beleggen

De Amerikaanse beurs bereikte deze week de langste aaneengesloten periode van stijgende koersen ooit: negen jaar.

Handelaren op de New Yorkse beurs. Foto Brendan McDermid/Reuters

Ieder jaar waarschuwt hij voor „een beurskrach van Bijbelse proporties”. En al negen jaar heeft hij het mis. Toch komen iedere winter een paar honderd beleggers naar Londen om naar beursgoeroe Albert Edwards te luisteren, die inmiddels vooral bekend staat om zijn doemscenario’s die telkens niet uitkomen.

Deze week kreeg hij opnieuw ongelijk. De Amerikaanse beurs bereikte de langste periode van stijgende koersen (‘bull market’) tot nu toe: sinds maart 2009 ging beursgraadmeter S&P 500, een index van 500 Amerikaanse aandelen, gestaag omhoog.

Een ‘bull market’ eindigt als de koersen meer dan 20 procent dalen in een periode van twee maanden – de definitie van een ‘bear market’. Een ‘bull market’ heet zo omdat een stier zijn prooi van onder naar boven aanvalt – wat staat voor stijgende koersen. Een beer slaat toe van boven naar beneden en symboliseert koersdalingen.

Het had niet veel gescheeld of Edwards had in die negen jaar tóch een beetje gelijk gekregen. Vijf keer belandde de Amerikaanse beurs op een haar na in een ‘bear market’.

Lees ook: Het gaat goed met de Amerikaanse economie; is dat Trumps verdienste?

De flitscrash (2010)

Op 6 mei 2010 om 14.45 uur was er paniek op de beurs. De S&P 500 zakte binnen een half uur met 6 procent, zonder aanleiding. De Dow Jones-index verloor zelfs 9 procent. Maar dezelfde dag nog herstelden de koersen naar het oorspronkelijke niveau, waardoor deze ‘flitscrash’ de geschiedenis in ging als de op één na grootste schommeling op één dag. Vijf jaar later concludeerde Justitie dat de oorzaak marktmanipulatie was.

Lagere kredietstatus VS (2011)

Ruim een jaar later kwam een ‘bear market’ heel dichtbij. In de zomer van 2011 verloor de S&P 500 17 procent van haar waarde tijdens de staatsschuldencrisis in de VS. Het leek er even op dat de VS niet aan haar financiële verplichtingen zou kunnen voldoen. Hierdoor heeft de kredietbeoordelaar Standaard & Poor’s de kredietwaardigheid van de VS verlaagd.

Koersval China (2015 en 2016)

Hierna volgden een paar rustige jaren, totdat de markstress vanuit China overwaaide. De S&P 500 verloor in de zomer van 2015 12 procent binnen drie weken, toen de zeepbel op de Chinese beurs klapte. Beleggers vreesden dat deze crash een voorteken was van de vertraging van de Chinese economie, die de VS met zich mee zou sleuren.

Lees ook over de jaarvergadering van centrale bankiers: Fed-baas Powell moet bewijzen dat hij niet in Trumps zak zit

Deze angsten herhaalden zich begin 2016 toen de Chinese aandelenmarkt tijdens het nieuwe jaar opnieuw onderuit ging. De Chinese autoriteiten gooiden olie op het vuur met chaotische ingrepen, zoals het devalueren van de yuan. De S&P 500 verloor opnieuw 12 procent binnen twee maanden.

Inflatiecijfers VS (2018)

De laatste hik van de S&P500 was begin dit jaar, toen de index 10 procent verloor binnen twee weken. Nieuwe inflatiecijfers lieten zien dat het prijspeil structureel aan het stijgen was, wat de weg vrijmaakte voor renteverhogingen door de centrale bank. Aangezien een deel van de beurshausse was gestoeld op jarenlange lage rentes, gingen beleggers ervan uit dat dit zou gaan leiden tot dalende beurskoersen.

Maar intussen heeft de aandelenmarkt zich alweer lang en breed hiervan hersteld. Wellicht is dat de reden dat beursgoeroe Edwards dit jaar een andere toon aansloeg. Tijdens zijn laatste presentatie, waar de financiële website Business Insider bij was, zei hij: „Ik denk dat ik wat minder pessimistisch ben dan normaal.”

    • Alina Borovítskaya