Terreurverdachte vaak ex-crimineel

Onderzoek jihadisme

De Nederlandse jihadist is niet zelden een oude bekende van de politie. Tweederde was al eerder verdacht van een misdrijf.

Samir A., lid van de terroristische Hofstadgroep, komt aan bij de rechtbank in Osdorp Foto Evert Elzinga/ANP

Bij parenclub Fun4Two in Moordrecht werd vorig jaar ingebroken. De dieven namen honderdduizenden euro’s mee. Naar de daders hoefde niet lang gezocht te worden. Inlichtingendienst AIVD hield jihadstrijder Vially M. in de gaten toen hij met drie handlangers de inbraak pleegde. Na zijn terugkeer uit Syrië was Vially zich weer op zijn oude bezigheid gaan richten: de criminaliteit.

Jihadisten komen vaker uit het criminele milieu, laat nieuw onderzoek zien van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Het is uitgevoerd in opdracht van Politie en Wetenschap, een onafhankelijk onderzoeksprogramma bij de politie. De onderzoekers bekeken de achtergronden van 279 Nederlanders, vooral mannen, die in de afgelopen veertien jaar verdacht werden van een terroristisch misdrijf. Bijna tweederde van hen kwam al eerder voor in de systemen van de politie: als verdachte van een ánder misdrijf.

De onderzoekers kozen er bewust voor te kijken naar verdachten, en niet naar veroordeelden – die natuurlijk ook verdachte zijn geweest. De groep veroordeelden alleen is te klein voor dit type onderzoek en gegevens over verdachten zijn makkelijker te verzamelen.

Op de overlap tussen criminele en jihadistische netwerken is vaker gewezen. Zeker toen bleek dat de Belgische broers El Bakraoui, die zichzelf in 2016 opbliezen op het vliegveld van Brussel, uit het gangstermilieu kwamen. Ze pleegden verschillende overvallen, kwamen in de gevangenis en werden daar geronseld. Ook Nederlands bekendste terrorist, Hofstadgroep-lid Samir A. die aanslagen op politici beraamde, pleegde eerder een overval. De nieuwe studie toont aan dat zij geen uitzonderingen zijn waar het aankomt op een crimineel verleden.

Lees ook over het boek dat twee wetenschappers schreven over Nederlandse Syrië-strijders: Van gewone Rotterdamse jongen tot jihadstrijder

Aan de hand van anonieme gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben de onderzoekers ook de opleiding en het werkverleden van de terrorismeverdachten in beeld gebracht. Bijna tweederde heeft alleen het lager onderwijs afgemaakt, 4 procent slechts een vorm van hoger onderwijs. Iets meer dan de helft is werkloos, een groot deel van hen ontvangt een uitkering. Het profiel van de terrorismeverdachte lijkt op dat van een ‘gewone’ crimineel, zeggen de onderzoekers. Beiden zijn gemiddeld even laag opgeleid, en hebben meestal geen startkwalificatie voor de arbeidsmarkt.

Berouwvol en vatbaar

Een duidelijke verklaring voor het verband tussen criminaliteit en terrorisme geven de onderzoekers niet. Wel vermoeden zij dat berouwvolle ex-criminelen vatbaarder zijn voor jihadisme.

„Het gaat om een kwetsbare groep jongeren met een lage economische status”, zegt criminoloog Elanie Rodermond. „Ze zijn op zoek naar een groep om bij te horen. De jihad kan voor hen een uitweg zijn. Door je daarbij aan te sluiten, maak je je criminele verleden weer goed, is het idee.”

De onderzoekers wijzen erop dat strijdgroepen als Islamitische Staat zich actief richten op ‘spijtoptanten’ uit het criminele milieu. Sometimes people with the worst pasts create the best futures was de slogan waarmee IS jonge moslims rekruteerde toen hij in 2014 een zogenoemd kalifaat stichtte in Syrië en Irak. De inmiddels verdreven terreurbeweging werd al eens vergeleken met een ‘super-gang’: aantrekkelijk voor jonge criminelen die er hun gewelddadige levensstijl kunnen voortzetten, alleen dan met de belofte in de hemel te komen.

De onderzochte terrorismeverdachten duiken in het jaar voorafgaand aan de verdenking meestal niet meer op in de systemen van het Openbaar Ministerie. „Dat lijkt erop te wijzen dat zij zich terugtrekken uit de criminaliteit en toetreden tot de wereld van het terrorisme. Het is stilte voor de storm”, zegt Rodermond.

De bevindingen wijzen er niet op dat de terrorismeverdachten hun strijd proberen te bekostigen met criminele bijverdiensten, zeggen de onderzoekers. Met de delicten waarvan zij werden verdacht, zoals geweldpleging, winkeldiefstal en verstoring van de openbare orde, is weinig geld te verdienen. Het gaat eigenlijk sporadisch om financieel aantrekkelijke criminaliteit als drugshandel.

Lees ook: De Nederlandse wapenroute voor terroristen uit Parijs

Vaak baan kwijt

De politie kan de nieuwe studie gebruiken voor het inschatten van de dreiging die van personen uitgaat, zeggen de onderzoekers. Zo is één van de bevindingen dat jihadisten relatief vaak hun baan verliezen voordat zij verdacht worden van terrorisme: dat kan een zogenaamde ‘trigger’ zijn in het radicaliseringsproces.

Onderzoeker Fabienne Thijs: „Opsporingsinstanties hebben een lijst met verdachten in het vizier. Als een van hen opeens werkloos raakt, moet je extra waakzaam zijn.” 

Opvallend: waar literatuur uitwijst dat criminelen het doorgaans rustiger aan gaan doen wanneer zij een partner of een kind krijgen, had dit op terrorismeverdachten geen remmende werking. Elanie Rodermond: „De wens om een terroristisch misdrijf te plegen is groter.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Martin Kuiper