Achtergronden van terreurverdachten in kaart gebracht

Onderzoek jihadisme Het profiel van jihadisten verschilt nauwelijks van dat van ‘gewone’ criminelen, blijkt uit onderzoek.

Steeds jonger en crimineler

Bijna tweederde van de Nederlandse terreurverdachten is eerder verdachte geweest van een ander misdrijf. Het gaat om veel voorkomende vergrijpen zoals bedreiging, winkeldiefstal of verstoring van de openbare orde. Een groot deel is meerdere keren opgepakt door de politie voor zo’n delict. Dit blijkt uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving dat deze vrijdag uitkomt.

Om zicht te krijgen op de criminele en sociaal-economische achtergrond van terreurverdachten bekeken de onderzoekers een databestand van het Openbaar Ministerie (OM) met daarin bijna alle terreurverdachten van de afgelopen veertien jaar: 353 personen. Van 279 verdachten konden gegevens worden gekoppeld aan geanonimiseerde informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het is voor het eerst in Nederland dat de achtergrond van terreurverdachten op deze schaal in kaart is gebracht. Bijna tweederde van hen heeft alleen een vorm van lager onderwijs afgerond, 4 procent behaalde een diploma in het hoger onderwijs. Ruim de helft van hen werkt niet; vaak ontvangen ze een uitkering.

De resultaten staan haaks op het hardnekkige beeld van de terrorist als relatief hoogopgeleid. Dat is ontstaan omdat veel vliegtuigkapers van 9/11 – de aanslagen op het WTC in New York en het Pentagon in Washington – hoogopgeleid waren. „Hun profiel verschilt nauwelijks van dat van de gewone crimineel”, zegt criminoloog Elanie Rodermond, een van de onderzoekers. Met name de groep terreurverdachten die sinds de opkomst van IS is ontstaan, is jonger en crimineler.

Spijt

Een verklaring voor een verband tussen criminaliteit en terrorisme biedt het onderzoek niet. De onderzoekers vermoeden dat oud-criminelen die spijt hebben van hun daden, vatbaarder zijn voor radicalisering. Volgens de onderzoekers moeten de jongeren die uit de criminaliteit willen stappen, beter worden begeleid.

Er zijn verschillende factoren die radicalisering in gang kunnen zetten. Relatief veel jihadisten verloren hun baan in het jaar voordat zij van terrorisme werden verdacht. Opsporingsinstanties moeten volgens de onderzoekers extra alert zijn op zulke momenten.

Anti-terrorismecoördinator NCTV zegt in een reactie de verwevenheid tussen criminaliteit en terrorisme te herkennen uit Nederlandse contraterrorismeonderzoeken. Dit brengt extra dreiging met zich mee: bij eerdere aanslagen werd duidelijk dat terroristen gebruik maken van hun oude criminele netwerk om bijvoorbeeld aan wapens of valse identiteitskaarten te komen. Een aanzienlijk deel van de daders van de aanslagen in Brussel en Parijs in 2015 en 2016 was ex-crimineel. Onlangs werden vier Nederlanders aangehouden in verband met wapenleveranties aan een Franse terrorist.

Ook komt het voor dat jihadisten hun strijd willen bekostigen uit criminele inkomsten. Vorig jaar bleek dat jihadganger Marouane B. vanuit Syrië een Arnhemse vriend de opdracht gaf overvallen te plegen, om de jihad te financieren.

Lees ook het achtergrondverhaal: Via winkeldiefstal en inbraak naar terrorisme
    • Andreas Kouwenhoven
    • Martin Kuiper