Recensie

Mozarts ‘Zauberflöte’ en ‘Requiem’ levert mooie combi-opera op

In ‘Zauberflöte Requiem’ van Mozart vertolken de hoofdrolspelers van Holland Opera hun personages met verve. De voorstelling werkt als „een verdubbelaar van menselijk geluk”.

Zauberflöte Requiem van Holland Opera met Morgane Heyse als Koningin van de Nacht. Op de achtergrond de zangers van Cappella Amsterdam. Foto Ben van Duin

„De melodie geeft ons de kracht op het pad door deze dodennacht.” Deze regel vormt het destillaat waarmee Holland Opera de bezoekers van zijn Zauberflöte Requiem huiswaarts stuurt. Twee meesterwerken uit Mozarts laatste maanden worden verweven tot één geheel.

Bij De Nationale Opera gebeurde dat enkele maanden geleden ook in Mozarts Clemenza di Tito, door MusicAeterna uit de Russische Oeral. In beide gevallen krijgt Mozart nieuwe dimensies, misschien nog wel het sterkst bij Holland Opera, omdat het werk aan zijn laatste opera en de dodenmis elkaar overlapte.

De vertolkingen zijn van een andere aard. Het Werkspoortheater in Utrecht, waar Holland Opera het Zauberflöte Requiem opvoert, leent zich akoestisch niet voor onversterkte zang, dus de stempuristen onder de operaliefhebbers hebben hier niets te zoeken. De microfoons komen wel het acteren en de choreografie in het immense decor ten goede. Al zingend rondscheuren op een Segway - zoals de drie heksen doen - is anders onmogelijk. Door de versterking verliezen de stemmen wel wat van hun natuurlijke warmte, maar dat past wel in het ietwat vervreemdende verhaal. De hoofdrolspelers zingen hun personages in alle opzichten met verve.

In Mozarts opera Die Zauberflöte reizen de hoofdpersonen door de nacht. Ze tasten in het duister over wie ze zijn en zoeken naar het licht van de zelfkennis. De componist verklankte hierin de inwijdingsrituelen van de vrijmetselaars. Hij wist nog niet dat hij spoedig door de dood zou worden opgeslokt, al koesterde Mozart wel een vermoeden. In de schetsboeken van Die Zauberflöte krabbelde hij hier en daar wat noten van zijn nog te schrijven dodenmis.

Dat Requiem zou het einde van zijn leven betekenen, geloofde hij. In zekere zin dus een tocht in omgekeerde richting: van dag naar nacht. Althans vanuit onze aardse zienswijze. Mozart zelf schreef aan zijn vader dat de dood hem niet beangstigde, hij noemde haar „de sleutel die de deur tot het ware geluk ontsluit”. Met dat in het achterhoofd zou je kunnen betogen dat zowel Die Zauberflöte als het Requiem - beide op eigen wijze - een reis naar licht zijn.

De verknopingen van beide stukken werken mooi. De Koningin van de Nacht, de kracht van de duisternis, heeft als leidmotief het ‘Dies Irae’ uit het Requiem, de gewelddadige aankondiging van het einde der tijden. In een prequel schetst regisseur Joke Hoolboom hoe de koningin lijdzaam moet toezien hoe haar stervende man hun dochter meegeeft aan zijn beste vriend Sarastro. De moederlijke haat ontkiemt tegen de dief van haar kind, de hogepriester van de Tempel der Wijsheid.

De makers actualiseren het mystieke verhaal ook met de nodige kritiek op de moderne samenleving. De toverfluit en het klokkenspel, dat beide helden Tamino en Papageno als hulpmiddel op hun avontuur krijgen, blijkt een mobiele telefoon met ringtones, de bijbehorende zangregel – „een verdubbellaar van menselijk geluk” – krijgt plotseling een ironische ondertoon.

Het loont de moeite om onbevooroordeeld te gaan zitten en dit Zauberflöte Requiem te ondergaan. Dan wordt deze voorstelling zelf daadwerkelijk een verdubbellaar van betekenis.

Correctie 27 augustus 2018: Een tweede foto die eerder bij dit artikel stond is verwijderd omdat hij bij een andere voorstelling hoorde.

    • Joost Galema