Medisch specialist mijdt de regio

Zorg Ziekenhuizen aan de rand van het land hebben moeite om medisch specialisten te vinden.

In de vakgroep van cardioloog Marcel Daniëls zitten dertien cardiologen. Drie van hen wonen in de regio Amsterdam en werken, met hem, in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. Op de dag dat ze in Den Bosch dienst hebben – en dicht bij het ziekenhuis moeten zijn – slapen ze in een hotel of een ziekenhuiskamer. De andere dagen forenzen ze. De reden: hun partner woont en werkt in Amsterdam.

Het is illustratief voor de keuzes van de moderne medisch specialist, daarom vertelt Marcel Daniëls het. Hij is voorzitter van alle 22.000 specialisten, verenigd in de Federatie Medisch Specialisten (voorheen de Orde). Medisch specialisten wonen tegenwoordig, net als de meeste professionals, samen met iemand die ook werkt en die niet zomaar meeverhuist. En dus is het moeilijk om vacatures in ziekenhuizen aan de rand van het land – Emmen, Zeeland, Flevoland – te vullen.

Gebrek aan kinderartsen

Onlangs bleek dat de verloskunde- en kinderafdelingen in Hoogeveen en Stadskanaal dicht moesten omdat er te weinig kinderartsen in die regio’s zijn. Ook in Flevoland moest er door een gebrek aan kinderartsen een afdeling dicht. Enschede heeft dan weer structureel te weinig oogartsen.

Landelijk is er geen tekort aan medisch specialisten, reageerde het Capaciteitsorgaan, dat elke drie jaar berekent hoeveel artsen er opgeleid mogen worden. Maar regionaal, in de uithoeken van het land, is er wel een tekort.

Ondertussen klagen jonge medisch specialisten over het groeiend aantal korte contracten dat ze krijgen. Ook die arbeidsmarkt is geflexibiliseerd. Kreeg in 2014 nog 44 procent van de jonge medisch specialisten na de opleiding een tijdelijk contract, in 2016 was dit gestegen naar 52 procent, zo bleek uit een enquête door De Jonge Specialist, de beroepsvereniging voor artsen in opleiding tot medisch specialist. Voor een tijdelijk contract gaan ze niet verhuizen naar een uithoek van het land, zo is de redenering. Voor een vast contract zouden ze daar wel toe bereid zijn, zegt De Jonge Specialist.

Daniëls is 58. „Toen ik werk kreeg in Den Bosch, ging mijn vrouw mee. In onze tijd ging je ergens werken en bleef je daar 35 jaar. Tegenwoordig gaat de partner vaak niet mee, want die heeft zelf een carrière.” Of de arts nou man of vrouw is – de helft is vrouw – maakt niet veel uit. Werkende ouders, man én vrouw, willen bovendien vaker thuis zijn voor hun kinderen én „genieten van het leven”, zegt Daniëls. „Vroeger besteedde je vaker al je tijd aan dokter zijn.”

Grotere concentratie

Er zijn meer oorzaken voor de moeite die sommige ziekenhuizen buiten de Randstad hebben om nieuwe artsen te werven, zegt Daniëls. De behandeling van patiënten met ‘ingewikkelde’ of zeldzame ziektes wordt steeds meer geconcentreerd in de grotere ziekenhuizen: de acht academische én de grotere opleidingsziekenhuizen.

In elk geval niet in Goes, Dokkum of Stadskanaal. Daniëls: „Veel artsen vinden het werk interessanter in de grote ziekenhuizen. Bovendien hebben ze daar meer weerklank van collegae en leiden ze anderen op.” Het werk in de kleine ziekenhuizen is meer routinewerk: standaardbehandelingen van patiënten met veel voorkomende ziektes.

Daar komt bij dat van de vrouwelijke medisch specialisten 65 procent in deeltijd werkt. Elk ziekenhuis heeft dus méér artsen nodig dan vroeger, want delen van het ziekenhuis draaien 24/7. Dat laatste is al bekend sinds 2011. Het Capaciteitsorgaan – waar zorgverzekeraars, opleidingen en artsen in zitten – berekent op grond van demografische en epidemiologische verwachtingen en rekening houdend met deeltijdwerk hoeveel artsen er over zes jaar nodig zullen zijn. Want zo lang duurt de specialisten-opleiding (na zes jaar geneeskunde).

Het is moeilijk om zes jaar vooruit te kijken, zegt Daniëls. Demografie kun je in grote lijnen voorspellen. „Maar niet of mensen steeds meer gebruik gaan maken van e-health [het gebruik van ICT in de zorg, red.], wat de bedoeling is, of dat het huisartsen lukt om eenvoudige zorg over te nemen van het ziekenhuis, wat ook de bedoeling is. Die ontwikkelingen zijn bedoeld om het beroep op de tijd van de dure medisch specialist te verkleinen.”

Vergis je niet, zegt Daniëls, steeds meer patiënten eisen een foto als ze bijvoorbeeld hard zijn gevallen, die alleen in het ziekenhuis wordt gemaakt. Of ze verlangen een second opinion, wat ook weer tijd kost. Hoe veel medisch specialisten er nodig zullen zijn, zegt hij, is dus nooit precies te berekenen.

Voor de regionale tekorten heeft Daniëls een oplossing: artsen in een netwerk laten werken. Dat de cardioloog van het grote regionale ziekenhuis bijvoorbeeld één dag in de week bij het kleinere ziekenhuis werkt. En vice versa. „Daar leren beide artsen van. Bovendien is het werk dan afwisselender. En het is beter dan schuiven met patiënten van ziekenhuis naar ziekenhuis, zoals nu gebeurt.”

    • Frederiek Weeda