‘Laten we zelf weer tol gaan heffen’

Nasleep ramp Genua De grootste regeringspartij in Italië wil beheer en onderhoud van autosnelwegen terug naar de staat brengen.

Illustratie Roland Blokhuizen

Na de ramp met de brug in Genua, die vooralsnog wordt toegeschreven aan gebrekkige controle en slecht onderhoud, gaan er binnen de Italiaanse regering stemmen op om de autosnelwegen te renationaliseren. Ook van andere geprivatiseerde bedrijven zou de concessie tegen het licht gehouden moeten worden.

Met name de populistische Vijfsterrenbeweging, een anti-establishmentpartij die bij de verkiezingen in maart 32 procent van de stemmen kreeg, pleit ervoor om de privatiseringen uit de jaren negentig te heroverwegen. „De oude politiek heeft de staat ertoe gebracht eerst zijn rol als beheerder op te geven en daarna die van effectieve controleur”, zei minister van Infrastructuur Toninelli. En premier Conte: „We moeten een alternatief vinden voor slechte privatiseringen.”

Een aantal gedachten, niet per se waar, speelt hier door elkaar. De particuliere sector heeft minder oog voor het algemeen belang dan de staat – daarom zou het onderhoud van de brug verwaarloosd zijn. Gevestigde politieke partijen hebben het op een akkoordje gegooid met bevriende ondernemers – zo kon de familie Benetton aan een lucratief contract komen. En bovendien: het kan nog geld opleveren.

Als op de achterkant van een bierviltje zijn de afgelopen dagen de sommetjes gemaakt. Autostrade, de wegbeheerder van de A10, waarvan de ingestorte brug deel uitmaakte, heeft grofweg 3 miljard euro aan tol opgehaald. Daar komen de inkomsten uit wegrestaurants en reclame nog bij, maar voor de rekensom zijn die niet van belang. Aan onderhoud en wegverbetering wordt ongeveer 2,3 miljard euro uitgegeven. Tel uit je winst.

Maar daarbij is de boete die de staat zou moeten betalen voor het opzeggen van de concessie aan Autostrade, niet meegerekend. De zakenbank Mediobanca becijferde woensdag dat die rond de 10 miljard euro kan liggen, andere schattingen komen hoger uit. Vice-premier Di Maio, leider van de Vijfsterrenbeweging, mag dan roepen: „Autostrade zal niet langer onze bruggen en onze snelwegen beheren.” Zijn coalitiegenoten van de Lega trappen op de rem. Eerst het hele plaatje nog eens bekijken.

De wens om Autostrade aan te pakken, is in ieder geval groot. Daarbij heeft ook een rol gespeeld dat deze dochteronderneming van de familie Benetton, die naam heeft gemaakt met effectieve publiciteit, vier dagen nodig had om zich te realiseren dat een verklaring van medeleven met de familie van de 43 dodelijke slachtoffers op zijn plaats was.

Atlantia, het moederbedrijf van Autostrade, is sinds de ramp op 14 augustus ongeveer een kwart van zijn waarde verloren. Autostrade heeft 500 miljoen uitgetrokken voor hulp aan de slachtoffers en de bouw van een nieuwe, stalen brug; die zou in acht maanden klaar moeten zijn. Het kabinet wacht na de oorlogsverklaring aan het bedrijf nog even af. Premier Conte heeft al wel gezegd dat dit bedrag vier keer zo hoog zou moeten zijn.

Het bedrijf Autostrade is nu het primaire doelwit. Maar Giancarlo Giorgetti, de invloedrijke staatssecretaris van Algemene Zaken en na vice-premier Salvini de belangrijkste bestuurder van de Lega, denkt verder. We moeten alle concessies bekijken, heeft hij in interviews gezegd, van telefoons tot stroom, van mineraalwater tot tv.

Sheriffs met een leeg pistool

Veel meer controle dus. De Lega is daarbij niet enthousiast over het idee van hernationalisatie. „De rol van de staat moet die van regelgever zijn, niet van beheerder”, vindt Giorgetti. „Nationalisatie zou het verkeerde antwoord zijn op een terecht geconstateerd probleem. Eén, omdat er geen garanties zijn voor meer efficiëntie. Twee, omdat de kosten zouden stijgen.”

Italië heeft in de jaren negentig een groot aantal staatsbedrijven geprivatiseerd omdat die broeinesten van corruptie en politieke cliëntelisme waren geworden, met verspilling en inefficiëntie als gevolg. Dat de staatsschuld van Italië zo hoog is, nu 133 procent van het bbp, is een erfenis van de jaren tachtig, waarin politieke partijen staatsbedrijven soms als geldautomaat gebruikten.

Autostrade werd in 1999 verkocht. Ruim dertig procent ging naar een holding van de familie Benetton, de rest kwam op de beurs. Het is een goede investering geweest. Minister Toninelli schat dat Autostrade, dat ruim drieduizend kilometer van de zesduizend kilometer tolweg in Italië beheert, de afgelopen vijftien jaar tien miljard euro winst heeft gemaakt. Maar zoals ook met andere privatiseringen gebeurde, bijvoorbeeld telefonie en energie, heeft de overheid zijn rol als toezichthouder verwaarloosd of te licht opgenomen.

Na veel soebatten kwam er bijvoorbeeld pas in 2012 een wet om het toezicht op de concessiehouders van de autosnelwegen te regelen. Die had zo veel lacunes dat het resultaat in Italiaanse media werd omschreven als ‘drie sheriffs met een leeg pistool’.

Ook hebben, met de kennis van nu, eerdere centrum-linkse regeringen wel erg veel toegegeven in de onderhandelingen een paar jaar geleden over verlenging van de concessie. Vorig jaar werd zomaar vier jaar langer verlengd dan eerder was afgesproken, tot 2042. Controle op het onderhoud lieten ze in eerste instantie aan de concessiehouder zelf en deze regeringen stonden ruime mogelijkheden toe om de werkzaamheden te laten verrichten door bedrijven die ook onder Atlantia vallen.

Echec van links beleid

Tegen deze achtergrond heeft het huidige kabinet de instorting van de Morandi-brug ook voorgesteld als een echec van centrum-links beleid. Daarom lieten de meeste politici van de Democratische Partij, nu in de oppositie, verstek gaan op de begrafenis zaterdag van de slachtoffers van de ramp. En degenen die er waren, werden uitgefloten.

Aan het intrekken van de concessie van Autostrade zitten veel haken en ogen. De twee regeringspartijen zijn het eens dat topmanagers van Autostrade zouden moeten opstappen. En minister Toninelli wil helemaal af van het bedrijf als wegbeheerder en de overheid weer een rol geven, ondanks alle bedenkingen: „Het is moeilijk voor de staat om het slechter te doen dan we op 14 augustus hebben gezien.”

    • Marc Leijendekker