Opinie

    • Christiaan Weijts

Inhijsen

Zou er één ander land ter wereld zijn waar ze zelfs van het plaatsen van een nieuwe sluisdeur nog een heus evenement weten te maken? In Nieuwegein staan donderdagochtend een paar honderd kijkers op de dijk bij de Prinses Beatrixsluis. Er is gezorgd voor koffie, thee, fietsenrekken, verkeersregelaars, toiletcabines, flyers met uitleg over deze ‘spectaculaire operatie’, en een podium met geluidsinstallatie voor uitleg en updates: „Dit is echt een balanceeroefening. De kabels worden nu aangespannen, en er komt steeds hetzelfde gewicht tegenover. Die deur weegt evenveel als 80 volwassen olifanten.”

De woorden ‘Alphen aan den Rijn’ vallen veelvuldig in het publiek. Daar ging het, drie jaar terug, om een vergelijkbare hijsoperatie, voor een brugdeel van maar 30 olifanten. Het kán fout gaan, dat zorgt voor wat extra suspense in de voorstelling.

Vooralsnog ligt het gevaarte, 28 bij 14 meter, roerloos op het ponton. De woordvoerder op het podium: „Het zal een langzaam proces zijn, hou daar rekening mee, en geniet intussen van het zonnetje.”

Bij de bouwputtoerist stelde ik me hetzelfde menstype als de vliegtuigspotter, en die zijn er ook wel, die met hun camera’s en hun een nerveuze jagersblikken het Lekkanaal afspeuren, maar er zijn ook flink wat gezinnetjes met picknickkleden en echtparen met e-bikes, allemaal met een ijsje in de hand. Langs de kant vind je een imposant arsenaal aan klapstoeltjes, statieven, camera’s, verrekijkers, koeltassen en thermoskannen.

Deze zomer klaagde de politie over automobilisten die ongelukken filmden. Misschien wil Rijkswaterstaat zo alsnog aan onze kijkbehoefte tegemoetkomen. Zodra er iets zwaars gesleept, gehesen of verscheept wordt, komen er uitkijkpunten en tribunes.

Het grappige is dat het allemaal niet zo extreem spectaculair is. Het is vooral precisiewerk. Zet je klapstoeltje een uurtje bij de Rotterdamse haven en je ziet geheid meer getakel en gehijs. Millimeter voor millimeter, onwaarneembaar traag voor het blote oog, stijgt het gevaarte op. Een man – met baard, tatoeages en schipperstrui – knikt: „De nivelleerkleppen liggen al helemaal vrij.” Zijn buurman, instemmend: „Het gaat ze wel lukken.” Je ziet ze hier overal, gepensioneerde mannen die technisch commentaar geven, alsof ze op de camping staan. Ook dat is een neiging die Rijkswaterstaat hiermee faciliteert.

Noem het een charmeoffensief. De instantie die we kennen van wegwerkzaamheden, verkeersboetes en ander overlast biedt nu deze variant van brood en spelen.

De ijscoman, strategisch opgesteld, onder een roze parasol, vaart er wel bij. Net als ik daarnaar wil informeren, vraagt hij: „Ook een gratis ijsje?”

„Krijgen we dat ook cadeau van Rijkswaterstaat?”

Hij: „Ach, als je straks een blauwe envelop in de bus vindt, betaal je er alsnog voor.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts