Importeurs vechten met Europese spelers om markt e-bikes

China

Anti-dumpingmaatregelen beschermen de Europese fietsenindustrie tegen goedkope e-bikes uit China. Of houden ze vooral de gevestigde namen uit de wind?

Sinds deze zomer heft Europa importtarieven van 22 tot 83 procent op Chinese e-bikes. De grote Nederlandse fietsfabrikanten profiteren ervan. Foto Hollandse Hoogte/Luuk van der Lee

Het Amerikaanse Rad Power Bikes had hoge verwachtingen toen het vorige zomer naar Nederland kwam. Na een periode van stormachtige groei in de VS achtte de jonge fabrikant van elektrische fietsen zich volwassen genoeg voor de stap naar Europa – een markt die veel groter is dan de Amerikaanse, zonder dat de e-bikehype zijn hoogtepunt al heeft bereikt. In Utrecht, in het hart van fietsminnend Nederland, vestigde het zijn Europese hoofdkantoor.

Een jaar later zijn de verwachtingen flink getemperd. „We staan voor een groot probleem”, zegt Arno Saladin, directeur van de Europese tak van Rad Power Bikes. „Daardoor is 2018 nu al een verloren jaar.”

Het probleem van Rad Power Bikes is een recent besluit van de Europese Commissie om fikse importtarieven te heffen op elektrische fietsen die vanuit China naar de EU komen. De Amerikaanse fietsfabrikant ontwerpt zijn modellen in Seattle, maar laat de e-bikes in China maken én assembleren. Niet alleen vanwege de kosten, benadrukt Saladin. „Buiten Azië is het heel moeilijk een leverancier te vinden voor een kleine partij die net begint.”

Brussel beschouwt de import uit China als oneerlijke concurrentie die de Europese fietsen-industrie ondermijnt. Voor gewone fietsen gelden al veel langer invoerheffingen die moeten voorkomen dat Chinese fabrikanten hun producten tegen afbraakprijzen op de Europese markt dumpen. Na een klacht van de EBMA, de belangenorganisatie van Europese fietsfabrikanten, begon de Commissie afgelopen najaar een onderzoek naar Chinese dumpingpraktijken rond e-bikes.

Eind juli kwam uit Brussel de voorlopige conclusie: ook in dit segment speelt China vals. Hoe precies is nog onduidelijk – de Commissie vermoedt via onder meer subsidies – maar volgens de onderzoekers wijzen prijsverschillen én de snelle opmars van elektrische fietsen uit China op dumping. De kostprijs van Chinese import ligt tot wel 43 procent lager dan die van Europese e-bikes, berekende de Commissie, terwijl het Europese marktaandeel van Chinese fabrikanten in drie jaar tijd is toegenomen van 18 tot 35 procent.

Lees ook: Brussel voert forse invoerheffingen in op Chinese e-bikes

En dus gelden sinds deze zomer importtarieven van 22 tot 83 procent op Chinese e-bikes, afhankelijk van de leverancier. In januari volgend jaar publiceert de Commissie de definitieve resultaten van haar onderzoek. Dan wordt duidelijk of de maatregelen van kracht blijven.

Overwinning voor Accell en Pon

De ingreep vanuit Brussel werd gevierd als een overwinning van de Europese fietsenindustrie. Eindelijk bescherming tegen Chinese e-bikes die de Europese markt „hebben overspoeld”, verzuchtte EBMA-voorzitter Moreno Fioravanti op de eigen website. Ook de Nederlandse branchevereniging voor fietsfabrikanten (RAI) laat weten blij te zijn met de dumpingheffingen. „Concurrentie is goed, maar tegen eerlijke prijzen”, zegt een woordvoerder. „Bovendien zijn Chinese e-bikes vaak kopieën, de investeringen in innovaties worden hier gedaan. Ook weten we niet altijd of de import wel veilig is.”

Onder de bedrijven die het meest baat hebben bij de importheffingen zijn het Nederlandse Accell (Batavus, Sparta) en Pon (Gazelle), de nummer 2 en 3 in de wereldwijde fietsenproductie.

Op het oog de belangrijkste verliezer is de mondiale nummer 1: Giant uit Taiwan, dat weliswaar een fabriek heeft in Lelystad, maar ook veel produceert in China. Giant was niet bereikbaar voor commentaar.

Maar er zijn meer partijen die last hebben van de anti-dumpingmaatregelen. En lang niet alleen Chinese. Vaak gaat het om kleinere Europese of Amerikaanse ondernemingen die elektrische fietsen importeren uit China en via een webshop of speciaalzaak tegen relatief lage prijzen verkopen in Europa. Sommige importeurs, zoals Rad Power Bikes, laten een eigen ontwerp bouwen in China. Andere voeren Chinese standaardmodellen in en plakken er een eigen merknaam op.

Partijen als Rad Power Bikes voelen zich in het pak genaaid door de grote spelers als Pon en Accell. Als er al sprake is van dumping, dan geldt dat zeker niet voor alle e-bikes die uit China komen, stellen zij. Terwijl de invoerheffing wél alle Chinese import raakt. In afwachting van de definitieve uitkomsten van het Commissie-onderzoek heeft een collectief van zo’n twintig importeurs daarom alvast een zaak aangespannen bij het Hof van Justitie.

Annick Roetynck van LEVA-EU, een belangenclub voor producenten van ‘lichte, elektronische voertuigen’ die de regie voert over het collectief, verwijt de EU ordinair protectionisme. Volgens Roetynck heeft de Commissie ondeugdelijk onderzoek gedaan – om de kostprijs te berekenen zouden bijvoorbeeld onbetrouwbare Chinese exportstatistieken zijn gebruikt – en daaruit conclusies getrokken die de gevestigde orde erg goed uitkomen. Ze denkt dat de consument straks de dupe is, als de prijzen omhoog gaan. Roetynck: „De grote namen hebben de boot gemist als het gaat om moderne distributie. Zo beschermen ze hun belangen.”

Iedereen elektrisch

Die belangen zijn groot. Terwijl de verkoop van gewone fietsen al jaren afneemt, worden de veel duurdere e-bikes (gemiddelde prijs: bijna 2.000 euro) snel populairder. Vorig jaar was al één op de drie in Nederland verkochte fietsen elektrisch. De totale afzet van e-bikes in Europa kwam in 2017 uit op 2 miljoen stuks en groeit gestaag.

Het grote verschil tussen de importeurs en de Europese fabrikanten zit hem in de assemblage, niet zozeer in de oorsprong van de onderdelen. Vrijwel iedere e-bike is voor een belangrijk deel opgebouwd uit Aziatische componenten. Het gaat er vooral om waar de fiets in elkaar wordt gezet en, in sommige gevallen, ontworpen.

Lees ook: E-bike-hype of niet, Accell heeft het moeilijk

Blijven de importheffingen overeind, dan ligt verplaatsing van de productie voor de hand. Het Franse Decathlon kondigde in december vorig jaar al aan de assemblage van elektrische fietsen vanuit China naar Europa te halen.

Kleinere spelers openen echter niet zomaar een eigen fabriek. Die zoeken massaal naar andere uitwijkmogelijkheden, merkt Henk Ruijten van Bikkel Bikes uit Nederweert. Bikkel Bikes assembleert zijn e-bikes volledig in Nederland. Ruijten: „Wij krijgen steeds vaker verzoeken of we voor andere merken willen produceren. En dat terwijl de voorbije jaren al veel productie naar Oost-Europa is gehaald.”

Arno Saladin van Rad Power Bikes, dat de rechtszaak tegen de dumpingheffingen steunt, zoekt ook alvast naar een productielocatie buiten China. „Wij kúnnen simpelweg niet concurreren als we dit importtarief moet betalen.”

    • Joris Kooiman