Courtney Marie Andrews: ‘Ik ben songschrijver in een tijd van oorlog’

Once In A Blue Moon festival

Courtney Marie Andrews brengt een jonge en kritische stem tussen de ouwe knarren op het Once In A Blue Moon festival in het Amsterdamse Bos. Ze bezingt de pijn van het zijn met een stem die als een razende storm oprijst uit haar frêle postuur.

Courtney Marie Andrews: „Mijn muziek is de gospel van de verdraagzaamheid.” Foto Laura E Pertain

Is de Amerikaanse droom van rijkdom en geluk bezig een langzame dood te sterven? Zangeres Courtney Marie Andrews vraagt het zich af op haar album May Your Kindness Remain, een muzikale hartenkreet van compassie en bezieling uit een land dat onderhevig is aan grote veranderingen. De rijke stinkerd van gisteren kan morgen een beklagenswaardige dakloze zijn, zingt Andrews in haar hartverscheurend mooie lied ‘Two Cold Nights in Buffalo’. Haar muziek houdt het midden tussen country en gospel, poten in de klei en gezegend met heilige inspiratie.

Zaterdag staat Courtney Marie Andrews (27) tussen ouwe knarren als David Crosby, Seasick Steve, The Mavericks en Drive-By Truckers op het Once In A Blue Moon Festival in het Amsterdamse Bos. Hoe voelt het voor de slechts één meter zestig kleine zangeres („mijn moeder is nóg veel kleiner”) om tussen die knoestige grootheden van de Americana op een affiche te staan? „Ik ben schatplichtig aan alle pioniers van de rootsmuziek. Americana is een handige verzamelnaam, omdat het verschillende soorten drama in één woord vangt. Het wijst op de lange traditie van verhalende songs waarin ik mijn plek probeer te vinden. En het komt onmiskenbaar uit Amerika, waar de horizon wijd is en de tekstonderwerpen voor het oprapen liggen.”

Eerste lied op haar vijftiende

Ze komt uit „de cowboystad” Phoenix, Arizona waar het zo droog en heet is dat je er zonder airco niet zou overleven, zegt ze quasi-serieus. Muziek maakte ze van jongs af. Ze schreef haar eerste lied toen ze dertien was en begon met optreden op haar vijftiende. „Het was een openbaring dat ik zingen, poëzie schrijven en verhalen vertellen in één discipline kon verenigen.” Een tournee lang speelde ze toetsen bij punkpopband Jimmy Eat World, „verstopt achter de gitaarversterkers want ik hoorde niet bij de vaste bezetting.” Als huurling in de band van singer-songwriter Damien Jurado leerde ze de verdere kneepjes van het vak.

Als millennial voelt ze een affiniteit met de babyboomgeneratie uit de jaren zestig, vertelt ze. „Ik ben een idealist, net als Crosby, Stills, Nash & Young die met songs als Ohio hun protest tegen de gevestigde orde lieten horen. Net als zij ben ik songschrijver in een tijd van oorlog. We hebben een idiote president die het land met waanzinnige regelgeving in tweeën scheurt. De gezondheidszorg voor gewone mensen is volledig uitgekleed. Kinderen worden van hun ouders gescheiden en vastgehouden in gevangenissen bij de grens, terwijl veel Amerikaanse burgers de andere kant op kijken. Voor mij is het moeilijk te verkroppen dat we als democratische natie zo harteloos zijn geworden.”

Mexicaanse immigrant

In haar nummer ‘Border’ verplaatst ze zich in de belevingswereld van de Mexicaanse immigrant die er lijf en leden voor over heeft om zijn familie een waardig bestaan te bieden. Thema van haar zesde album May Your Kindness Remain is de pijn van het zijn, in de liefde of het dagelijkse bestaan. „Met ‘Border’ wil ik uitspreken dat je niet mag oordelen over het lot van anderen als je niet mee kunt voelen met hun problemen, hun pijn of de manier waarop ze zijn achtergesteld bij anderen. Als lid van de bevoorrechte groep die wél alle kansen heeft gehad om de Amerikaanse droom waar te maken, voel ik de verplichting om empathie voor minder bedeelden te zaaien.”

Haar imposante stem rijst als een razende storm uit haar frêle lichaam. „Bij bluesjams in een café met een open podium heb ik geleerd hoe ik boven de elektrische gitaren uit kon komen. Die onstuimige manier van zingen heb ik verder ontwikkeld, zodanig dat ik nu ook gas terug kan nemen. Zingen is vrijheid. Mijn muziek is de gospel van de verdraagzaamheid.”

    • Jan Vollaard